:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Hoe schadelijk is de crèche voor een baby?
Volg Intermediair op Google DiscoverBaby's zijn op een kinderdagverblijf meer gestrest dan thuis. Of dat schadelijk is, is niet bekend. Moet je als ouder je kind dan maar van de crèche halen?
Oud-redacteur van opvoedtijdschrift J/M en sociaal psycholoog Marilse Eerkens heeft bijna alle nationale en internationale wetenschappelijke onderzoeken op het gebied van kinderopvang bestudeerd. Ze schrok van de conclusies die ze erin aantrof: dat groepsopvang zelden in staat is om een kind van nul tot twee jaar te bieden wat het nodig heeft. Bovendien: dat de kinderdagverblijven in Nederland van matige tot slechte kwaliteit zijn.
Wat een baby die eerste twee levensjaren nodig heeft, constateerde Eerkens, is heel goede fysieke en emotionele verzorging, omdat in die periode het hersenfundament wordt aangelegd en het stresssysteem zich ontwikkelt. Hoe beter de band met je baby, hoe gunstiger dat systeem zich kan ontwikkelen. Ook moet een kind zich in het eerste levensjaar veilig kunnen hechten. Kinderen die dat kunnen, doen het op sociaal-emotioneel en cognitief vlak beter dan kinderen die een onveilige band met hun ouders of verzorgers hebben.
Verschillende rapporten die Eerkens las, concludeerden dat kinderdagverblijven de jongste kinderen zelden die broodnodige verzorging kunnen bieden; een kind krijgt er immers nooit de volle aandacht van een verzorger. Weten ouders dit wel? vroeg Eerkens zich af. Omdat ze haar bevindingen wilde delen met een groot publiek, schreef ze het boek Wat doen we met de baby? Over hechting, hersens en kinderopvang. Haar pleidooi: ouders zouden minimaal een halfjaar tot een jaar fulltime voor hun baby moeten kunnen zorgen. Daarna is een oppas of gastouder een goed alternatief voor de crèche. Op kinderen vanaf twee jaar blijkt de crèche juist een positieve invloed te hebben: vooral op hun cognitieve ontwikkeling.
Stressniveau op de creche is hoger
Eerkens heeft in haar boek een aantal bezwaren tegen de opvang van kinderen tot twee jaar op een crèche geformuleerd. Haar grootste bezwaar: het stressniveau bij deze kinderen is op de crèche hoger dan thuis, en het zakt ook niet in de loop van de middag. Als een baby tussen de vier en acht maanden aan te veel stress wordt blootgesteld, schrijft ze, dan is de kans groot dat het kind later stressgevoeliger wordt.
Om stress te onderzoeken wordt het stresshormoon cortisol in het speeksel gemeten. Normaal gesproken maakt een mens 's ochtends meer stresshormoon aan, en aan het einde van de middag minder. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen in 2010 bleek dat baby's in de eerste maand dat ze naar de crèche gaan, bijna veertig procent hogere cortisolwaarden hadden dan thuis. Opvallend genoeg hing de stress naarmate een baby ouder werd, samen met de kwaliteit van de zorg van de moeder: hoe intensiever en sensitiever haar zorg en aandacht was, hoe meer stress het kind in de crèche bleek te hebben. Alsof de overgang naar de crèche dan te groot was.
Dat het stressniveau van peuters (tot vier jaar) omhoog gaat op de crèche, zou volgens Amerikaans en Europees onderzoek vooral komen doordat de kinderen de hele dag met leeftijdgenoten doorbrengen, sociaal onhandige wezens die zomaar heel boos kunnen worden, schreeuwen, slaan of dingen van elkaar afpakken.
Eerkens schrijft óók dat nog niet voldoende onderzocht is of stress op de crèche daadwerkelijk schadelijk is. Wel refereert ze aan een uitspraak van de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Megan Gunnar dat stress op de crèche nog altijd 'in verband wordt gebracht' met angstig gedrag (bij de meisjes) en agressie (bij de jongetjes). Eerkens concludeert: 'Je kunt erop gokken dat het wel meevalt, maar voor hetzelfde geld gok je verkeerd.'
Aliza Hoomans: 'Toch ga ik voor een crèche'
Een sociale omgeving voor haar aanstaande kind. Dat is de reden waarom Aliza Hoomans (37), zes maanden zwanger, voor een crèche kiest. Ze is alleenstaand en werkt als juf op een basisschool. 'Ik heb wel overwogen om het kind door een oppas te laten opvangen, omdat dat rustiger zou zijn. Toch ga ik voor een crèche. Mijn kind groeit al alleen met mij op, dan lijkt het me juist goed als het een paar dagen met andere kinderen kan spelen.' Alleen op woensdag, als Hoomans een halve dag werkt, komt haar schoonmaakster oppassen. 'Anders zou het dan nog een hele dag naar de crèche moeten. Dat vind ik zonde. En mijn schoonmaakster gaat geweldig met haar eigen kinderen om, ze voert altijd hele gesprekken met ze. Dat geeft me een goed gevoel.'
Hoomans' kind zal als het 14 weken is twee dagen naar de crèche gaan. Als het een half jaar is, komt daar een dag bij. Ze heeft de negatieve conclusies uit het boek van Marilse Eerkens te horen gekregen, maar vindt niet dat ze een gok neemt door haar kind straks zo jong al naar de crèche te brengen. 'Nee. Heel veel kinderen van vrienden gaan naar een kinderdagverblijf. En met die kinderen gaat het goed, en ze doen het ook daarna op school heel goed.'
Bovendien, redeneert Hoomans, hoe een kind zich ontwikkelt, ligt grotendeels aan de ouder. 'De crèche vangt mijn kind op, maar dat betekent niet dat ze de opvoeding overnemen. Het gaat erom dat de crèche een veilige haven biedt op de dagen dat ik er niet kan zijn. Maar ik blijf de primaire opvoeder.'
Combineer werken en leren met onze thuisstudies
Leer je liever uit een boek? Dan is een thuisstudie beter geschikt voor jou. Bepaal je eigen tempo en leer waar en wanneer je wilt, zo kun je het goed combineren met je privéleven.
Hoe kunnen ouders helpen?
Wat moeten werkende ouders nu met deze kennis? Hun baby's van de crèche halen tot ze twee jaar oud zijn, zoals Eerkens adviseert? Dat is nou ook weer niet nodig, zegt Chantal Kemner, hoogleraar biologische ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht en hoofd van het Babybreinlab in het UMCU. Vorig jaar verscheen haar boek Het sociale leven van baby's en de spectaculaire groei van de hersenen in het eerste levensjaar. 'Alleen als een kind langdurig aan stress wordt blootgesteld en nooit kan ontspannen, is dat niet goed, omdat het stresssysteem dan ontregeld raakt. Maar als een kind weer thuis is, zie je de stress weer omlaag gaan. Ouders spelen daar een belangrijke rol in, ze kunnen - als ze gevoelig zijn voor de behoeften van hun kind - ervoor zorgen dat een kind weer helemaal tot rust komt. Het gaat dus om pieken, en dat is niet gevaarlijk.'
Sterker nog: stress kan volgens haar positief zijn. 'Het bereidt een kind voor op wat er in het latere leven gaat gebeuren, het zal meer spannende dingen aankunnen. Kijk maar eens hoeveel druk er op kinderen ligt op lagere scholen, hoe groot de groepen daar zijn. Bovendien zie je bij kinderen die jong naar de crèche zijn gegaan, dat ze vanaf hun derde geen verhoogde stress meer vertonen. Kinderen die nooit naar de crèche zijn geweest en dan opeens naar school gaan, vertonen dán stress. Dus misschien is het wel heel nuttig om er vroeg mee om te leren gaan.'
Wel, zegt Kemner, is volgens recent onderzoek het ene kind gevoeliger voor stress dan het andere. 'Sommige baby's houden van veel prikkels om zich heen en genieten van de aanwezigheid van andere kinderen. Andere kinderen hebben meer rust nodig en zijn sneller van slag. Daarom kun je ook niet zomaar stellen dat twee dagen naar de crèche wél goed is, en vijf dagen niet. En daarom is het allerbelangrijkste dat ouders beter leren kijken naar hun kind. Bij een kindje van drie maanden kun je echt wel al zien hoe de effecten van crèchebezoek uitpakken. Gedijt het kind goed of is het juist vaak onrustig en geprikkeld?'
Wat ouders ook nog wel eens vergeten, benadrukt ze, is dat de thuissituatie ook stressvol kan zijn. 'Bijvoorbeeld als je het zelf altijd druk hebt en het onrustig is in huis, of als je kinderen in de weekends overal mee naartoe sleept. 'Maar ook dan geldt: sommige kinderen kunnen daar heel goed tegen, andere niet.'
Jeroen Bottema: 'Ik wist meteen: dit niet'
Jeroen Bottema (37), e-learning specialist aan Hogeschool Inholland, en Claire Goedman (34), docent cultuurgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Vorming, kozen bewust voor een gastouder voor hun dochter Benthe (3). 'Ik had van tevoren al het idee dat het een gevoelig kind zou worden', zegt Goedman. 'We hebben wel crèches bezocht, maar al die stapelbedjes, twaalf kinderen die hard aan het krijsen waren, die jonge verzorgsters, heel lief hoor, maar ik wist meteen: dit niet.' Ze wilde ook niet haar baan opgeven, noch zag Bottema het zitten om te stoppen met zijn werk. 'We vonden het bovendien belangrijk dat Benthe voorbereid zou worden op de echte wereld.'
Goedman kon een half jaar thuis blijven om voor Benthe te zorgen. Daarna ging Benthe twee dagen, en na twee jaar drie dagen naar de gastouder. Meestal zijn daar vier kinderen. Goedman: 'Als het er vijf zijn, is het al te veel voor haar. Ik denk dat ze op een crèche de hele dag stil in een hoekje zou zitten. Dan zouden de leidsters denken: wat een makkelijk kind, daar hebben we helemaal geen last van! Terwijl ze juist extra aandacht nodig heeft.'
Toch wordt het vaak riskant gevonden dat een gastouder alléén werkt. 'Je moet natuurlijk een goed gevoel hebben bij de persoon', zegt Goedman. 'En bij het gastouderbureau. Dit bureau gaat vaak langs bij de gastoudergezinnen. Wij hebben zelf elk half jaar een gesprek met het bureau, en we hebben een sterke band met de ouders onderling. Bovendien, er is toch ook geen garantie dat er niets fout kan gaan op een crèche?'
Belabberde kwaliteit van creches
Een belangrijk ander bezwaar van Marilse Eerkens tegen de crèche is de belabberde kwaliteit ervan in Nederland. Ze baseert zich op rapporten van het Nederlands Consortium Kinderopvang (NCKO), een samenwerkingsverband van pedagogen en psychologen van de UvA en de Radboud Universiteit, dat ongeveer elke vier jaar de kinderdagverblijven onderzoekt. De kwaliteit is achteruit gehold, van een ruim voldoende in 1995 naar matig tot slecht in 2008, de laatste meting. Die achteruitgang in kwaliteit, schrijft Eerkens, is vooral ingezet op het moment dat de Wet Kinderopvang tot stand kwam (2005), die voor marktwerking zorgde. De groepen zijn groter geworden, de werkdruk van de leidsters is omhoog gegaan, ze moeten steeds meer andere klussen doen (in de keuken, schoonmaakwerk) en ze scoren slecht op het gebied van interactie met de kinderen. Er zou te weinig individuele aandacht zijn en de educatieve vaardigheden schieten tekort. Leidsters staan bovendien vaak één à twee uur alleen op een groep en het personeel wisselt te vaak om tot een goede hechting met de (kleinste) kinderen te kunnen komen.
Uit recenter onderzoek van het NCKO, uit 2011, blijkt bovendien dat de pedagogische kwaliteit van de kinderdagverblijven juíst zo belangrijk is. Die studie laat zien dat kinderen tussen één en twee jaar zich beter ontwikkelen en een hogere mate van welbevinden hebben als de kinderopvang een hogere pedagogische kwaliteit heeft. Dat blijkt belangrijk voor álle kinderen, maar in het bijzonder voor kinderen met een moeilijker temperament én voor kinderen die op jonge leeftijd met kinderopvang begonnen zijn (voor de zesde maand) of er erg veel gebruik van maken (meer dan twee dagen per week).
'Het is een optelsom', legt senior onderzoeker Ruben Fukkink van de UvA uit. 'Bij een slechte pedagogische kwaliteit, gecombineerd met al die andere factoren samen of een aantal daarvan, laten kinderen minder welbevinden zien en iets vaker gedragsproblemen. Daarbij kun je denken aan agressie, maar ook aan naar binnen gekeerd gedrag, zoals teruggetrokkenheid. Voor deze kinderen zijn met name de interactievaardigheden van de staf belangrijk. Als je de pedagogische kwaliteit verbetert, dan gaat het ook beter.'
Maar wat is dat nou precies, die 'pedagogische kwaliteit'? 'Enerzijds gaat het dan om de interacties tussen de kinderen onderling en tussen de leidsters en de kinderen. Anderzijds gaat het om de randvoorwaarden: is de opleiding van de leidsters goed? Wordt er een pedagogisch beleid gevoerd op de crèche? We willen een zogenaamde 'brede' pedagogische kwaliteit in Nederland: verzorging én opvoeding, veiligheid én stimulering van de ontwikkeling. Dus met elkaar leren omgaan, samen spelen, samen opruimen, grenzen stellen, maar bijvoorbeeld ook dat er een bepaald activiteitenprogramma is.'
Niet naar de creche als het zes maanden oud is
Ondanks de resultaten van deze studie zul je Fukkink niet horen zeggen: je moet je kind niet naar de crèche brengen voor het zes maanden oud is, of: nooit meer dan twee dagen! 'Het is zo individueel bepaald. Kijk vooral goed naar je kind, en probeer inzicht te krijgen in de pedagogische kwaliteiten van de crèche. Aan de hand daarvan besluit je vanaf welk moment en hoeveel dagen je kind naar de crèche kan gaan. En als je kind al naar de crèche gaat en het gaat hartstikke goed, dan zou ik het lekker laten zitten.'
En die negatieve conclusies van het onderzoek uit 2008? 'Er is sindsdien wel het een en ander gebeurd', zegt Fukkink. 'Tijdens de invoering van de Wet Kinderopvang stond de groei van de kinderopvang nog centraal. Dat wilde Nederland ook. Maar kwantiteit is uit. We zijn in rustiger vaarwater gekomen en nu gaat het om kwaliteit. Er is een Bureau Kwaliteit Kinderopvang gekomen, er zijn kwaliteitskaders opgesteld, er worden pedagogische trainingen aangeboden. Voorjaar 2013 zullen de resultaten ervan bekend worden. Ik ben hoopvol gestemd.'
Waar let je op bij een crèche?
Volgens Elly Singer, als ontwikkelingspsycholoog en pedagoog verbonden aan de UvA en de Universiteit Utrecht, staat een goede relatie tussen de leidsters en de ouders bovenaan. 'Er moet veel informatie gedeeld kunnen worden over wat er gebeurd is op een dag. Ook als een dag thuis is doorgebracht moeten de ouders daarover vertellen, zodat de leidsters de kinderen goed leren kennen. Welk liedje moeten ze zingen bij het slapen gaan, wat zijn de andere rituelen, hoe reageert een kind ergens op? Het is verder belangrijk dat de leidsters heel veel geduld hebben, lief zijn, enthousiast.
Als je een babygroep bezoekt, kun je het heel snel zien: als een babyleidster op de grond zit, dan is dat een goed teken. Dan kunnen de baby's bij ze op schoot kruipen en als ze weg willen, kunnen ze weer wegschuiven. Baby's vinden je dan heel toegankelijk. Als leidsters steeds rondlopen, zijn ze ontoegankelijker, onrustiger. En baby's hebben juist nabijheid nodig.'
Singer is het met Eerkens eens dat een veel langer ouderschapsverlof beter is voor de baby en de ouders. Maar als het kind toch naar een crèche of gastouder gaat, dan is het belangrijk dat het vertrouwde relaties kan opbouwen met de leidsters en de andere kinderen. En dat is heel moeilijk als het maar één dag per week gaat, stelt Singer. 'Dan moet het kind elke week opnieuw wennen. In stabiele groepen waar kinderen drie dagen per week komen, zie je dat kinderen van een jaar al aan elkaar gehecht raken. Dan krijgt de groep extra waarde.'
Tips: wat doen we met de baby
Tips van Marilse Eerkens, auteur van Wat doen we met de baby?
Wat is het beste als je niet zelf thuis kan blijven om je kind te verzorgen?
- 'Ga voor een oppas of gastouder, liefst aan huis: dat is vertrouwde omgeving. Met één verzorger kan je kind het beste een band opbouwen. Het stressniveau blijkt niet verhoogd te zijn.'
- 'Zoek iemand die het langere tijd kan doen, in elk geval twee jaar. Daarna is het juist gunstig om een kind naar de crèche te laten gaan.'
-'Als een kind wel jong naar de crèche gaat, zorg dan dat er niet meer dan twee verzorgers zijn op een groep, anders is het te druk. Idealiter is er één verzorger op vier baby's, zodat er met elk kind genoeg gekletst en geknuffeld kan worden.'
-'Laat je kind heel geleidelijk wennen aan de crèche en haal het tot het negen maanden is, vroeg op, om 15 uur of 16 uur.'
:focal(2175x2417:2176x2418)&w=256&q=75)