Werkgevers/
Werknemers
Seksueel wangedrag aan de universiteit: ‘De donkerste periode uit mijn leven’
Werk en carriere9 min lezen

Seksueel wangedrag aan de universiteit: ‘De donkerste periode uit mijn leven’

Wetenschapper Liesbeth* ontving een Veni-beurs en heeft nu drie jaar de tijd om een eigen onderzoekslijn op te zetten. Maar voorlopig is ze vooral bezig met herstellen van een burn-out, als gevolg van seksuele intimidatie en de daaropvolgende klachtenprocedure.


‘“Het is jammer dat je al een vriend hebt en dat ik getrouwd ben, want anders had het nog iets tussen ons kunnen worden.” Deze woorden kwamen uit de mond van mijn toekomstig leidinggevende. Hij was twee keer zo oud als ik, hoogleraar en ik bewonderde hem als onderzoeker. Professioneel konden we het bijzonder goed met elkaar vinden. Ik ben bovendien heel open, tegen iedereen, en we hadden geanimeerd over wetenschap zitten praten tijdens het sollicitatiegesprek. Ik besloot zijn opmerking daarom maar op te vatten als een compliment.

‘Achteraf was het de voorbode van de donkerste periode uit mijn leven. Elke dag opnieuw maakte mijn hoogleraar weer een “onschuldige” seksuele toespeling. Als ik zei dat ik nog geen tijd had kunnen vrijmaken om over een bepaald onderzoeksvoorstel na te denken, zei hij dat dat ook kan op de fiets, of de wc, of onder de douche. En dan vroeg hij de volgende dag: “Heb je al onder de douche kunnen nadenken over mij – eh, het onderzoeksvoorstel?”

‘In het begin dacht ik dat ik spoken zag. Was ik misschien degene met de dirty mind? Zocht ik overal wat achter? Bijvoorbeeld als ik hem mailde met de vraag of ik een bepaald artikel zou schrijven, en hij antwoordde: “Ja, dat lijkt me een goede vingeroefening.” Ik focuste zo veel mogelijk op mijn werk. Wat niet moeilijk was, want mijn onderwerp van onderzoek is fascinerend. Ik werkte keihard en sloeg elke vrijdagmiddag consequent zijn uitnodiging af om nog een drankje te gaan drinken, met de woorden: nee joh, ik ben moe, ik ga liever lekker naar huis nu.’

Seksueel wangedrag aan de universiteit: ‘De donkerste periode uit mijn leven’ 4

Escalatie

‘Na een paar maanden begon hij te suggereren dat ik onvoldoende aandacht had voor mijn onderzoek. Als ik een dag voor mijn project aan de slag moest aan een andere universiteit, zei hij bijvoorbeeld: “Dus je hebt weer lekker de hele dag koffie zitten drinken, daar?” Of hij belde me om acht uur ’s avonds op in mijn lab en schreeuwde: “Ik moet je nu spreken!” Dan ging ik naar zijn kantoor om te vragen wat er aan de hand was en zei hij: “Ik wilde je gewoon zien.” Ook zei hij gekke dingen als: “Ik heb ruzie met mijn vrouw, omdat er een afspraak met jou in mijn agenda stond. Ze vindt dat ik te weinig aandacht aan haar besteed.”

‘Ik vroeg een aantal vrouwelijke collega’s of ze ook weleens zoiets hadden meegemaakt, met hem of iemand anders. En of ze wisten hoe je met zoiets om moest gaan. Zo kwam de situatie mijn afdelingshoofd ter ore. Ze vroeg me naar haar kamer te komen om uit te leggen wat er aan de hand was. “Dit gedrag valt niet goed te praten”, zei ze. “Ik ga hem ter verantwoording roepen.” Ik schrok, want ik wilde zo graag gewoon mijn project afronden en daarna verder met mijn leven. Ik wilde geen escalatie, de situatie was zo al onwerkbaar genoeg. Ik zei dus dat we wel eens botsten, maar dat het wel weer goed zou komen.

‘Toch werd mijn leidinggevende op het matje geroepen. Waarna hij mij op het matje riep. Hij had het moment goed gekozen, het was avond, de faculteit was verlaten. En nu stond hij naar me schreeuwen, in zijn werkkamer: “Straks ben ik door jou mijn baan kwijt, dan moet ik maar uitzoeken hoe ik dan mijn gezin kan onderhouden. Ik voel me ongelofelijk in mijn reet geneukt door je. Maar als je dit gesprek ook wilt melden, veel succes. Het heeft nooit plaatsgevonden.”

‘Hij diende vervolgens een klacht over mij in, bij mijn vorige werkgever. Ik had hem namelijk ooit in vertrouwen verteld dat mijn promotor geen ethische toetsing had aangevraagd voor een bepaald gevoelig experiment dat onderdeel uitmaakte van mijn promotieonderzoek. Ook begonnen er vreemde dingen in mijn laboratorium te gebeuren. Zo ontdooide er onderzoeksmateriaal nadat een vriezer afsloeg. Dat was gek, want het apparaat was voor de zekerheid voorzien van twee alarmen en een noodsysteem.

‘Tegelijkertijd werd ik door de decaan verzocht om de kwestie van de seksuele intimidatie te bespreken met de onderzoeksdirecteur. Die vroeg zich af of er nooit iets was voorgevallen tussen ons. Ons contact had er namelijk bijzonder gezellig uitgezien. Vond ik hem zelf misschien ook niet een beetje leuk? En waarom wist ik zo veel over zijn persoonlijke leven? De situatie begon me boven het hoofd te groeien, besefte ik. Waarom zat ik hier om deze vragen te beantwoorden? Was dit gesprek eigenlijk wel vertrouwelijk? Nee, dat was niet het geval. Zou er iets met mijn verhaal gebeuren? Nee, zei de directeur. Dat kon alleen als ik een officiële klacht indiende. En daar had ik ondanks alles nog steeds geen zin in.’

Informatie

Wangedrag aan universiteiten

Vier op de tien universiteitsmedewerkers lijden onder wangedrag. Dat blijkt uit recente cijfers van de vakbonden FNV en VAWO (Vakbond voor de Wetenschap). De gevolgen ervan zijn groot, concludeert het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) in een rapport op basis van 53 cases van wangedrag tegen vrouwelijke academici. ‘Slachtoffers en hun collega’s zijn niet in staat het werk af te leveren dat zij wel zouden hebben gekund onder veiliger omstandigheden’, zegt hoofdauteur dr. Marijke Naezer. ‘Bovendien ontstaat er een uitstroom van hooggekwalificeerde wetenschappers.’

Wangedrag kan allerlei vormen aannemen, ‘van obstructie van de wetenschapspraktijk, tot seksuele intimidatie, fysieke en verbale bedreiging, belediging, uitsluiting en het problematiseren van speciale behoeften zoals zwangerschapsverlof’, zegt co-auteur prof. dr. Marieke van den Brink. Oorzaken van het hoge percentage slachtoffers zijn volgens de onderzoekers het sterk hiërarchische karakter van de academie, de hoog competitieve en individualistische cultuur, het onvoldoende aanpakken van wangedrag en het – al dan niet gedwongen – zwijgen van de slachtoffers.

Pepmiddelen

‘Inmiddels was ik begonnen met het slikken van pepmiddelen. Puur om overeind te blijven, want ik was hondsmoe. Slaap leek geen effect meer te hebben. Toch wilde ik koste wat kost mijn contract volmaken. Toen het eindelijk zover was, en ik volgens afspraak een half jaar voor onderzoek naar het buitenland vertrok, schreef ik daar tijdens mijn kerstvakantie met mijn laatste restje energie een aanvraag voor een Veni-beurs. Die werd gehonoreerd. Ik kreeg een paar ton om een eigen onderzoekslijn op te zetten.

‘Ik werk nu weer bij de universiteit waar ik gepromoveerd ben. Omdat mijn ex-hoogleraar echter een klacht tegen me heeft ingediend, is er een onderzoekscommissie aan de slag gegaan. Eigenlijk ben ik daar wel dankbaar voor. Ik hoop dat de feiten daarover zo snel mogelijk boven tafel komen. Daarom heb ik een belastende verklaring afgelegd over mijn promotor. Hij heeft inmiddels ontslag genomen, want mijn meldingen over plagiaat en datavervalsing worden bevestigd door anderen.

‘Ook heb ik uiteindelijk toch een officiële klacht ingediend tegen mijn ex-leidinggevende, samen met een ex-assistente. De druppel die de emmer deed overlopen, was dat hij in haar bijzijn aan zijn geslachtsdeel had gezeten. Ook adviseerde de vertrouwenspersoon van mijn huidige werkgever om een klachtenprocedure te starten. Volgens haar zou hij anders mijn wetenschappelijke loopbaan blijven frustreren, mijn leven lang. Het is een klein wereldje. Een voorbeeld: toen ik hem toegang vroeg tot onze gezamenlijke onderzoeksdata, voor verdere analyses, wilde hij mij alleen het wachtwoord geven op voorwaarde dat ik het wachtwoord van mijn persoonlijke mailbox gaf.’

Zelfmoord

‘De klachtenprocedure duurde een half jaar en was zo mogelijk nog pijnlijker dan de affaire zelf. Ik ben twee keer gehoord door een extern onderzoeksbureau. Verhoord, kan ik beter zeggen. Een aanzienlijk deel van het onderzoek concentreerde zich namelijk rond de vraag of ik misschien zelf aanleiding had gegeven. Uiteindelijk heeft het onderzoeksbureau geconcludeerd dat alle incidenten apart geen aanleiding vormden om te kunnen spreken van seksuele intimidatie. Daarvoor waren ze afzonderlijk niet erg genoeg. En dat hij aan zijn geslacht had gezeten in bijzijn van mijn assistente, kon volgens de commissie niet worden bewezen.

‘Een week voor deze uitspraak stortte ik in. Het was alsof mijn hoofd en lichaam stilstonden. Ik was niet meer gestrest, boos, of verdrietig, er was helemaal niets meer. Ik sliep twee weken aan een stuk. Elke ochtend verhuisde ik van mijn bed naar de bank, en ’s avonds weer terug. Ik bleef moe. Ik vergat te eten en zag de wereld en mijn leven inmiddels inktzwart. Toen ik mezelf erop betrapte dat ik online zocht naar de beste methode om zelfmoord te plegen, ben ik naar de huisarts gegaan. Inmiddels heb ik twee gesprekken gehad met een ggz-therapeut. Ik ben daar weinig geschikt voor, want ik doorzie het behandelplan te goed. Maar ik heb tegen mezelf gezegd dat ik hiermee door moet gaan.

‘Ook heb ik een hangmat gekocht. Werkdagen lang lig ik daarin, luisterend naar muziek. Het lukt me inmiddels weer om te ontspannen, maar ik moet voorlopig nog zuinig zijn met mijn energie. Ik wil binnenkort wel weer aan de slag met mijn onderzoek. De tijd van mijn Veni-beurs tikt immers gewoon door.’

* De naam is gefingeerd op verzoek van de geïnterviewde. Ook zijn een aantal details gewijzigd om haar anonimiteit te beschermen.

Informatie

Aanpak van wangedrag

Wat kun je doen aan wangedrag in de wetenschap? ‘Dat begint bij het erkennen van de problematiek, inclusief het aanleren van een kritische houding tegenover het eigen gedrag’, zegt onderzoeker dr. Marijke Naezer. Daarnaast moet er een ‘gedegen systeem van melding, rapportage en aanpak van wangedrag komen, zodat dit in de toekomst ook daadwerkelijk consequenties heeft’. Ook zouden afdelingsleiders, faculteitshoofden, decanen en rectoren in leiderschapsprogramma’s voorlichting en training moeten krijgen over de zorgvuldige afhandeling van incidentmeldingen en conflictbemiddeling.

Het voorkomen van wangedrag is complexer. ‘De huidige academische cultuur moedigt een klimaat aan van jaloezie en wetenschappelijke sabotage, zoals het tegenwerken van promoties of het ontkennen van prestaties’, zegt Naezer. ‘Onderzoekers zijn meestal ook concurrenten. Ze kunnen daardoor verstrikt raken in een ratrace om een beperkt aantal prestigieuze posities.’

Om deze weinige empathische organisatiecultuur te doen veranderen, zouden visitatiecommissies bijvoorbeeld niet alleen de onderzoeks- en onderwijskwaliteit kunnen beoordelen, maar ook het werkklimaat. ‘Dat heeft niet meteen financiële consequenties, maar een slechte score op zo’n officiële inspectie geeft in elk geval behoorlijk wat reuring. Bovendien is het als signaal belangrijk’, zegt prof. dr. Yvonne Benschop, co-auteur van het LNVH-rapport. ‘Ook daalt de kans dat wangedrag daarna nog onder het tapijt kan worden geveegd.’


Afbeelding van de auteur

Jolein de Rooij

Jolein de Rooij is psycholoog en journalist. Ze schrijft tijdschriftartikelen en blogs, vaak op basis van interviews. Ze publiceert in onder andere Psychologie Magazine en Intermediair.