Werkgevers/
Werknemers
Ruzie is geen gesprek, ruzie is oorlog
Werk en carriere4 min lezen

Ruzie is geen gesprek, ruzie is oorlog

Roos Schlikker vindt dat je ruzie maken niet al te braaf moet doen. Conflict op kantoor? Lekker oorlog voeren: dat lucht op. Doet zij ook bij haar vriend.


We hebben een bootje gekocht en nu moet mijn man examen doen. Dat is erger dan het klinkt. Veel erger. Armageddonachtig erger. Want mijn man en examens, dat is net zo weinig bij elkaar passend als Jochem Myjer in een stiltecoupé, als Donald Trump met een twitterverbod, als de Deurzakkers op een poëziefestival.

Kortom: mijn echtgenoot functioneert vrij matig in testverband. Hij heeft faalangst en bovendien zit hem als Frans-Canadees de Nederlandse taal nogal in de weg (laatst was hij ontroerd bij een toneelstuk waarna hij zei: ‘Er zitten allemaal brokstukken in mijn keel.’ Ik vond dat een tikje luguber).

Al weken is hij aan het studeren en de gevoelstemperatuur thuis is inmiddels richting elfstedentochtkoude gezakt. Probleem is namelijk ook dat mijn man weliswaar slecht omgaat met examens, maar ik nog slechter met een man die slecht omgaat met examens. Ik vind dat hij niet zo moet zuchten. Gewoon even de boel in je kop stampen, klaar. En bovendien doet-ie bloedchagrijnig tegen mij en de kinderen. Dus sta ik dit weekend in de traditionele oorlogspose (handen in de zij, nek ver vooruit gestoken) te schreeuwen dat het ook ALTIJD hetzelfde is en dat hij zijn stress nu EINDELIJK eens moet zien te beheersen in plaats van ons VOORTDUREND het slachtoffer te laten zijn. En hij brult dat ik hem NOOIT eens met rust laat.

Diezelfde avond – nadat we een tikje ongemakkelijk vanwege onze beider uitbarstingen de avondmaaltijd hebben genuttigd – kom ik online een artikel tegen over ruzie op de werkvloer. Want conflicten heb je natuurlijk niet alleen vanwege lullige bootexamentjes, die kom je ook tegen wanneer het over belangrijke dossiers gaat, taakverdeling, concurrentiebedingen en ga zo maar door. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat maar liefst één op de vijf werknemers in 2016 een conflict had met een collega.

Dat is best een hoop. In het stuk komt een mediator aan het woord met tips om ruzies een beetje netjes te beslechten. Niet roddelen bijvoorbeeld, beschaafd blijven en niet exploderen of keihard waaaaaah schreeuwen.

Ik lees het stuk door en begin ongemakkelijk te lachen. Want conflicttechnisch blijken mijn man en ik alles fout te doen wat je fout kunt doen. Ik oogrol tegen vriendinnen over de echtgenoot die zo lijijijijdt onder zijn examendruk. Ik maak passief agressieve grapjes. Ik gooi met deuren. O ja, en die waaaaaah-roep vanmiddag op het balkon overstemde het geluid van het maandelijkse luchtalarm. Voorts vergeet ik tijdens het schelden totaal om de ik-boodschap over te brengen terwijl de mediators het erover eens zijn dat je beter tegen luie Theo van sales kunt zeggen: ‘Ik heb er wat moeite mee dat je je cijfers zo laat aanlevert, want dat vertraagt mijn werkzaamheden waardoor ik een nerveus gevoel in mijn buik ontwaar’, in plaats van ‘Lul! Schiet eens een keer op, je bent altijd te laat, o ja, en je bent dus een lul!’ Daarnaast moet je geen zinnen gebruiken met de woorden ‘altijd’, ‘nooit’ gecombineerd met jij want dat haalt iedere nuance uit het gesprek.

Dat klopt. Maar beste deskundologen: ruzie is geen gesprek. Ruzie is oorlog. Van tijdelijke aard uiteraard. En je kunt op kantoor natuurlijk allerlei managementconflicthanteringscursussen volgen. Maar je kunt soms ook de boel lekker redeloos laten knallen. Niks beschaafde uitwisseling van gedachten. Gewoon: boem, braak, waaaaaah!

Daarna geef je elkaar beschaamd grijnzend een kus. En dobber je verder. In plotsklaps rustiger vaarwater.


Afbeelding van de auteur

Roos Schlikker

Roos Schlikker (A’dam, 1975) belandde na haar studie Nederlands in de financiële journalistiek. Nu schrijft ze columns in Het Parool, TPO Magazine en Intermediair.