
Stop met je best doen, je bereikt meer met minder
Onderzoek wijst erop dat te veel focussen onze denkenergie uitput. Dit kun je daartegen doen.
Ben jij ook zo’n pragmaticus die gelooft, nee, wéét dat voor ieder probleem een oplossing bestaat? Zo iemand die ervan overtuigd is dat beter je best doen altijd zal leiden tot een positieve uitkomst? Iemand die floreert bij takenlijsten, planningen, agendameldingen, tijdschema’s en andere zaken waarvan we verwachten dat ze onze efficiency en productiviteit verbeteren, alleen al omdat je anders te snel afgeleid raakt en dingen niet afmaakt? Dan kunnen we elkaar de hand schudden.
Focus is misschien wel dé meest gewaardeerde vaardigheid van deze tijd, met sloten koffie en Red Bull als handlangers. Niet gek ook, want onze aandacht raakt gemakkelijker dan ooit verstrooid, en wat krijg je dán in hemelsnaam nog gedaan? Als je je goed kunt focussen, stop je pas met iets als het af is, en dat is precies de bedoeling. Bovendien zorgt focussen ervoor dat je in de toekomst beter en sneller met diezelfde taak zal omgaan.
Allemaal waar, maar we schieten te ver door. Daarvoor waarschuwt Srini Pillay, al zeventien jaar als hersenonderzoeker werkzaam aan de Harvard Universiteit. Tal van onderzoek wijst erop dat focussen namelijk ook onze denkenergie uitput. Een symptoom daarvan is dat het je steeds meer moeite kost om de laatste stap te zetten en je doelen te bereiken. Hoe bedoel je, vicieuze cirkel?
Daarnaast leidt focus tot té selectieve aandacht, wat vernieuwing belemmert. In zijn onlangs naar het Nederlands vertaalde boek Minder focus, meer effect vergelijkt Pillay focussen met het gebruik van een zaklantaarn: een heldere en smalle lichtstraal recht voor je uit is handig, maar wat er verder om je heen gebeurt blijft in duisternis gehuld. Hoe belangrijk dat ook kan zijn.
Veel van wat in onze nabijheid gebeurt, registreren we niet. We hebben er zelfs geen enkel idee van dat we die zaken missen. Wetenschappers noemen dit inattentional blindness ofwel ‘onaandachtigheidsblindheid’. Het lollige onzichtbare-gorilla-experiment uit de jaren negentig, waarbij proefpersonen moesten focussen op een video van basketballende studenten, illustreert dit op perfecte wijze
Na afloop vertelden de proefpersonen ze hoeveel passes ze geteld hadden. Op de vraag of er verder nog iets bijzonders was gebeurd, reageerde de helft van de proefpersonen ontkennend. De persoon in gorillapak was hen totaal ontgaan.
Srini Pillay: ‘Als je door je zo te focussen een gorilla over het hoofd ziet, wat zou je dan in het dagelijks leven allemaal wel niet kunnen missen? Misschien concentreer je je wel zo hard op het ontwikkelen van je bedrijf, dat je niet in de gaten hebt dat je concurrenten achter de spreekwoordelijke coulissen flink wat momentum aan het creëren zijn. Of je bent zo erg op iemand verliefd, dat je de veranderingen in zijn of haar gedrag niet opmerkt, tot hij of zij het uitmaakt. “Ik zag het gewoon niet aankomen”, zeg je dan verdrietig.’
Het geheim zit ‘m volgens de hersenonderzoeker in afwisseling. Om je brein fit en in balans te houden, moet je periodes van focussen en ‘ontfocussen’ met elkaar afwisselen. Wanneer je ‘ontfocust’ komt het brein in ruststand. Hersenonderzoek toont aan dat tijdens deze rustmomenten alle gegevens worden opgeslagen en belangrijke nieuwe verbindingen worden gelegd. Op deze manier maak je betere beslissingen en vergroot je je creativiteit, naast dat je meer energie hebt en minder last van burn-outverschijnselen.
Ontfocussen kun je op allerlei manieren doen, van dagdromen of mediteren tot doelloos rondslenteren of een middagdutje doen. Maar niet te veel over nadenken dus, want voor je het weet doe je weer zó je best
