
Heeft je nieuwe collega zijn eerste burn-out al gehad?
Bijna de helft van de Nederlandse werknemers zucht onder onrealistische productiviteitsdoelstellingen. Vooral in het onderwijs is de werkdruk hoog. 'Het is allemaal zó efficiënt en verkrampt geworden.'
HR-organisatie Protime deed onderzoek onder duizend werknemers uit diverse sectoren. Maar liefst 82 procent van de ondervraagden geeft aan moeite te hebben om de werkzaamheden volgens planning uit te voeren en meer dan de helft vindt wat van hen verwacht wordt sowieso al onrealistisch. Ruim 40 procent van de werknemers zegt door deze druk de kwaliteit van zijn of haar werk niet te kunnen garanderen.
Uitval nergens zo hoog
Zo ook Sanne (33), al tien jaar docent Nederlands en onlangs weer begonnen met werken na een paar maanden thuis gezeten te hebben met het stempel ‘overspannen’. Ze is niet de enige: zo zit de collega die haar mentorklas had overgenomen inmiddels ook thuis. ‘Aan een nieuwe docent vraag je inmiddels niet hoe lang hij al lesgeeft, maar of hij zijn eerste burn-out al heeft gehad’, vertelt Sanne. ‘Er is geen enkele sector waarbij de uitval zo groot is en dan is er ook nog een enorme afstand met de nummer twee.’
‘Het gaat heel geleidelijk. Zelf dacht ik vroeger dat docenten zich ook een beetje aanstelden als ze klaagden dat het zo zwaar is. Iedere baan is zwaar, dacht ik. Bovendien is het onderwijs óók heel leuk. Maar dan merk je dat het klopt, je moet steeds meer doen in steeds minder tijd.’
Leuke dingen geschrapt
Daarbij zijn het altijd de leuke dingen die worden geschrapt, vertelt ze: ‘Niet meer op vrijdagmiddag de boeken dichthouden en iets heel anders doen, wat evengoed leerzaam is. Daar is geen ruimte meer voor. Het is allemaal zó efficiënt en verkrampt geworden, terwijl je eigen creatieve inbreng juist zo’n goed smeermiddel is. Onderwijsexperts zeggen dat een leerling zoveel meer leert als je een goede relatie met ze opbouwt. Interactie is zó belangrijk. Dit schooljaar is het me, voor het eerst, niet eens gelukt om voor de herfstvakantie alle namen te leren kennen. In totaal had ik 329 leerlingen, dat werd me gewoon te veel.’
Het zwaarste aan een onrealistische werkdruk is dat je altijd tekortschiet, vervolgt Sanne. ‘Ik heb dit vak gekozen omdat ik het leuk vind om te werken met jonge mensen en graag wat wil bijdragen aan hun ontwikkeling. In plaats daarvan ben ik vooral bezig mijn hoofd boven water te houden, net als mijn collega’s.'
Niemand wint
Ze bleef het aangeven, dat ze haar werk niet kon doen op de manier die ze belangrijk vond. Het advies: laten vallen wat enigszins niet noodzakelijk leek. ‘Het geven van feedback had ik al tot een minimum beperkt omdat dat veel tijd kost. Dus stopte ik bijvoorbeeld met het invullen van de ingewikkelde voortgangsformulieren voor een vergadering.
Maar dan zijn er altijd collega’s die hun vrije avond hebben opgeofferd, en dan ben jij er weer zo eentje die onvoorbereid is. Niemand wint. Ik vind dit werk te leuk en te belangrijk om als bijbaantje te beschouwen, maar ik heb geen keus om het voortaan zo aan te pakken. Ik blijf werken in het onderwijs, maar vanaf nu parttime. Daarnaast ga ik wat anders doen.’
