
Uitzichtloosheid lockdown verhoogt stress en verkleint werkgeluk
Ruim de helft van de Nederlanders voelt zich tijdens de tweede lockdown gestrest en 38 procent ervaart dit meer dan tijdens de eerste. Bijna de helft van de respondenten geeft aan dat de uitzichtloosheid van de coronasituatie hiervoor de grootste boosdoener is. Ook het gebrek aan sociale contacten, weinig manieren om te ontspannen, werkdruk en zorgen om onze baan en het inkomen breken ons op.
Het grote inenten mag dan zijn begonnen, inmiddels is duidelijk dat we nog lang niet van corona af zijn. Wie kan, werkt thuis, kinderen mogen niet naar school, horeca, bioscopen en niet cruciale winkels blijven dicht en na negen uur ’s avonds mag je de straat niet meer op. Dat dit veel mensen opbreekt, blijkt uit het representatieve onderzoek onder ruim 1.000 respondenten dat Intermediair in samenwerking met Panel Inzicht uitvoerde.
52 procent ervaart tijdens de tweede lockdown veel stress. Op een schaal van 1 tot 10 geeft meer dan de helft het stressniveau een 6 of hoger. Onder 25- tot 44-jarigen ligt dit percentage hoger dan bij 45- tot 65-jarigen. En waar we de eerste lockdown al stressvol vonden, ervaart 38 procent dit nu nóg meer.
Dat we nu meer stress ervaren dan aan het begin van de coronacrisis, is goed voorstelbaar, vindt Toon Taris, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht. ‘In de eerste periode was alles nog spannend en nieuw. Je ging er gezamenlijk mee aan de slag. Iedereen hoopte ook dat het kortstondiger zou zijn. Er was een gevoel van: we moeten hier even doorheen, daarna komt er een vaccin en kunnen we weer op vakantie. Dat laatste hebben we ook gedaan, met een tweede golf tot gevolg. Corona kwam terug, maar dan nog harder en naarder.’
&w=1200&q=75)
Gedesillusioneerd
We zijn, kortom, gedesillusioneerd geraakt. De komst van het vaccin duurde langer dan gehoopt, het inenten ook en er zijn inmiddels Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten die wild om zich heen slaan. ‘Mensen denken nu: het is wel een hoop gedoe allemaal’, zegt Taris. ‘We hebben ons best gedaan, allerlei maatregelen plichtsgetrouw opgevolgd en worden er niet voor beloond. Sterker nog: het wordt alleen maar erger.’
De uitzichtloosheid van de situatie is voor de meesten dan ook de grootste stressfactor (49 procent geeft dit aan). Verder worden het sociale isolement (46 procent) en geen manieren om te ontspannen (44 procent) veel genoemd. Daarnaast is er nog de angst om ziek te worden, dierbaren te verliezen en spelen er allerlei zorgen om werk mee. 36 procent van de ouders met thuiswonende kinderen geeft aan dat de combinatie werk en zorg voor minder werkgeluk zorgt.
&w=1200&q=75)
Waar er eerst nog begrip van werkgevers was voor de situatie, wordt dat nu ook minder, blijkt uit de onderzoeksresultaten. En ook dat is logisch, vindt Taris. ‘Het begint hen ook op te breken. Ook voor werkgevers gaat de ellende maar door. Veel bedrijven hebben moeite het hoofd boven water te houden. Ze willen terug naar normaal en het liefst zo snel mogelijk. In het begin was de instelling: we kijken het rustig aan. Nu is het meer: werknemers moeten hun werk gewoon doen. Ze kunnen niet iedereen over hun bolletje blijven aaien.’
Burn-outcijfers
Toch is de hoge mate van stress onder veel Nederlanders wel iets wat Taris zorgen baart. De burn-out-cijfers zijn al hoog (in 2017 gaf 15 procent van de vrouwen en 9 procent van de mannen aan werkzaamheden ooit te hebben onderbroken wegens burn-outklachten) en kunnen door corona een nog grotere vlucht krijgen. 28 procent van de respondenten die het stressniveau een 6 of hoger geeft, heeft iemand benaderd (bijvoorbeeld een huisarts, psycholoog, bedrijfsarts of werkgever) om hierover te praten. Taris: ‘Je kunt zeggen: de situatie gaat wel weer over, we worden ingeënt en dan kunnen we weer op vakantie. Maar de mensen die zich gestrest voelen, hebben wel een serieus probleem. Het feit dat ruim een kwart ook met een deskundige heeft gesproken, zegt wel iets over de ernst van de klachten.’
&w=1200&q=75)
Ook het werkplezier is tijdens de tweede lockdown gedaald ten opzichte van de eerste: gemiddeld geven we een 6,7 als rapportcijfer. 25 procent geeft aan nu minder werkplezier te ervaren dan tijdens de eerste lockdown; 12 procent heeft juist méér plezier in het werk. ‘Die laatste groep is interessant’, vindt Taris. ‘Er zijn dus ook mensen die juist meer werkplezier hebben. Omdat de werkzaamheden zijn veranderd of omdat zij minder sociale contacten juist een verademing vinden. En bedenk ook: er worden massa’s mensen gepest op het werk. Als je je werkzaamheden dan vanuit huis kunt uitvoeren, is dat heel fijn.’
Een derde vindt de werkdruk nu hoger dan tijdens de eerste lockdown en ervaart daardoor minder arbeidsvreugde. Van de respondenten die minder werkgeluk ervaren, geeft een derde aan dat dit komt doordat de werkdruk is toegenomen. Ook zorgen om de baan (22 procent) en minder begrip van de werkgever (20 procent) zijn veelgenoemde redenen.
&w=1200&q=75)
Wel hebben we ten opzichte van de eerste lockdown een ontwikkeling doorgemaakt: een vijfde van de werkenden vindt dat de samenwerking met collega’s nu soepeler verloopt en ook over de werkgever zijn we over het algemeen tevreden: deze krijgt gemiddeld een 7,2. Toch vertrouwt 7 procent van de respondenten de werkgever nu minder dan tijdens de eerste lockdown. Niet vreemd, vindt Taris. ‘Bij veel bedrijven gaat het niet lekker. Er gaan wellicht ontslagen vallen en dat brengt onzekerheid met zich mee. Ben jij degene die eruit vliegt of je collega? Door al dit soort zaken daalt het vertrouwen in je baas.’
