
Waarom sociale onveiligheid op universiteiten zo’n hardnekkig probleem blijft
Sinds er in 2019 onderzoek werd gedaan naar ongewenst gedrag aan Nederlandse universiteiten is het aantal klachten alleen maar toegenomen. Is het een goed teken dat de zwijgcultuur wordt verbroken? Of betekent het dat er nog weinig verandert?
Sabotage, kleineren, buitensluiting, seksueel grensoverschrijdend gedrag. De resultaten van het rapport van onafhankelijk onderzoeker Marijke Naezer en collega’s, in opdracht van het LNVH (Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren), over de misstanden in de academische wereld, waren niet mals. De gevolgen zijn ook groot. Voor de slachtoffers – zij krijgen te maken met uitval, PTTS, het beëindigen van een promotietraject of ze verlaten zelfs helemaal de wetenschap – maar ook voor de kwaliteit van de wetenschap én de samenleving. Hierdoor blijft namelijk allerlei relevant onderzoek liggen.
Na het rapport, dat in 2019 verschenen, veranderden er wel een aantal dingen. Zo stelden organisaties als KNAW, de VSNU en aangesloten kennisinstellingen diverse richtlijnen en protocollen op om misstanden te voorkomen. En onder meer de VU en de Universiteit Maastricht stelden een eigen regeling op – een aanvulling op de richtlijnen van de Universiteiten van Nederland (UNL, voorheen VSNU).
Toename klachten
Ondanks – of dankzij? – al deze maatregelen is het aantal klachten over grensoverschrijdend gedrag in de afgelopen jaren drastisch toegenomen, zo liet recent onderzoek van Argos zien. In de periode 2019- 2022 was er sprake van een verdubbeling van het aantal meldingen. In totaal kwamen er 4652 meldingen van grensoverschrijdend gedrag binnen en 812 van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Ook kwamen er onlangs nog nieuwe incidenten aan het licht. Zo zag de gerenommeerde planeetonderzoeker Daphne Stam bij de TU Delft zich genoodzaakt de wetenschap de rug toe te keren nadat haar loopbaan jarenlang werd vertraagd, was het aftreden van de Nijmeegse rector magnificus Han van Krieken wegens seksueel wangedrag onlangs landelijk nieuws en moest een hoogleraar aan de Universiteit Utrecht het veld ruimen nadat hij jarenlang ongestoord zijn gang kon gaan met het lastigvallen van studentes.
Goed of slecht nieuws?
Hoe pijnlijk ook voor de betrokkenen, deze toename van meldingen kan ook goed nieuws zijn. Namelijk dat de zwijgcultuur eindelijk lijkt te zijn doorbroken. ‘Wij zien dit inderdaad ook als een positief punt, namelijk dat sociale onveiligheid beter bespreekbaar is geworden’, zegt Esther Goethart, coördinator van het Concerns & Complaints Point aan de Universiteit Maastricht. Ook zij zag het aantal meldingen toenemen. ‘Wij merken dat het onderwerp veel meer leeft bij de verschillende afdelingen. Hoe het aantal meldingen zich verhoudt tot het aantal formele klachten, kan ik niet precies aangeven. Wij gaan er wel vanuit dat een betere afhandeling van meldingen ook kan leiden tot minder formele klachten.’
Ook onafhankelijk onderzoeker Marijke Naezer vermoedt dat de slachtoffers in kwestie nu eerder naar de ombudsfunctionaris of vertrouwenspersoon durven te stappen, al leidt dit niet altijd tot een formele klacht. ‘Het onderzoek van Argos wees uit dat er 80 klachten werden ingediend tegenover 4.652 meldingen: minder dan 2 procent van de slachtoffers heeft dus een formele klacht ingediend. In ons eigen onderzoek zagen we bovendien dat dit zelden tot een bevredigend resultaat leidde’, zegt ze.
In totaal deden er 53 vrouwen mee aan het onderzoek van Naezer. Daarvan hebben er 35 hulp gezocht bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon, decaan of leidinggevende. Naezer: ‘Maar slechts in één geval heeft dit ook daadwerkelijk tot een bevredigende uitkomst geleid!’
&w=1200&q=75)
Ongelijke machtsverhouding
Deze discrepantie laat volgens Naezer zien hoe moeilijk het is om als klager serieus genomen te worden. ‘Als je al geloofd wordt, heb je meestal nog een heel lange weg te gaan. Er zijn daar verschillende personen bij betrokken. Zoals het slachtoffer zelf, die soms zelf moeite heeft om serieus te nemen wat er is voorgevallen, of niet weet waar zij met zo’n klacht naartoe moet. Ook de vertrouwenspersoon moet maar net de juiste kennis in huis hebben om de signalen te herkennen en vervolgens de goede stappen te zetten. En dan moet er vervolgens door de verantwoordelijke partijen adequaat worden ingegrepen, wat lang niet altijd het geval is. Zo kan het gebeuren dat bij een formele afhandeling het slachtoffer uiteindelijk het onderspit delft. Die belandt met PTSS thuis of wordt met een zwijgcontract de laan uit gestuurd, terwijl de dader aan de dans ontspringt en gewoon op zijn plek kan blijven zitten. Dat gebeurt helaas in veel gevallen, zeker als het gaat om een hoogleraar met internationaal aanzien die veel geld binnenhaalt.’
Giftige werkomgeving
Hoe komt het toch dat de universitaire wereld zo’n giftige werkomgeving is? Een vergelijking met de topsport, media en cultuurwereld – sectoren waar de laatste jaren eveneens allerlei ontluisterende praktijken aan het licht zijn gekomen – dringt zich al gauw op.
Naezer: ‘Het klopt, ook in de wetenschap draait het om individuele prestaties, ligt de nadruk op competitie en excelleren en is er sprake van een sterke hiërarchische structuur. Het is bovendien een kleine wereld. Van kleine onderzoeksgroepen die elkaar allemaal kennen. Besluit je je mond open te trekken over een machtige wetenschapper, dan kan diegene ervoor zorgen dat je nergens meer aan de bak komt. Tot slot zijn leidinggevenden in de wetenschap meestal mensen die goed zijn in onderzoek. Maar dat zijn niet per se de beste leidinggevenden.’
Preventie en cultuuromslag
Gloort er wellicht toch nog licht aan de horizon? Er zijn immers ondertussen allerlei stappen gezet om misstanden te voorkomen. Zo wordt er bij de Universiteit Maastricht naast uitbreiding en verbetering van de klachtenbehandeling ingezet op preventie, vertelt Goethart. ‘De nadruk ligt daarbij op bewustwording door middel van presentaties, workshops en trainingen. Extra aandacht wordt daarbij besteed aan de rol van leidinggevenden, maar ook van omstanders: wat kun je doen als je iets ziet gebeuren? En: bij welk loket moet je zijn om dit aan te kaarten? Daarom hebben wij het Concerns & Complaints Point opgericht. Daar kunnen betrokkenen, niet alleen omstanders, maar ook leidinggevenden en uiteraard de melders zelf terecht. Om te sparren, voor advies, maar ook voor een doorverwijzing naar bijvoorbeeld de ombudsman of vertrouwenspersoon.’
Hoe zorg je nu dat het niet blijft bij een vrijblijvende deelname aan een workshop, training of het bijwonen van een toneelstuk? Dat het niet bij goede voornemens blijft, maar dat er ook echt iets verandert binnen de organisatie? Naezer: ‘Ik denk dat een toneelstuk met discussie achteraf een heel doeltreffend middel kan zijn om de problemen aan te kaarten. En om het vervolgens met elkaar over te hebben hóe je daarmee omgaat’, zegt ze.
Toch wil ze vooral wijzen naar de mensen aan de top. ‘Het moet niet zo zijn dat de decaan eventjes langskomt voor een openingstoespraak en vervolgens vertrekt, terwijl de anderen, die door de problematiek zijn geraakt, blijven zitten. Ook de mensen aan de top moeten commitment tonen.’
Hoe benader jij collega's waarmee je in conflict bent? Doe de conflicthanteringstest van Intermediair.
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)