
Is een goed salaris genoeg motivatie om te werken?
Wat zorgt ervoor dat mensen elke dag naar hun werk gaan? Is dat gezelligheid met collega’s? Zingeving? Of toch gewoon het geld dat ze aan het eind van de maand op hun rekening gestort krijgen? Onderzoekers zijn continu bezig met antwoord vinden op die vraag.
Volgens Onno Hamburger, initiatiefnemer van het Nationaal Werkgeluk Onderzoek en psycholoog bij de Werkgeluk Academy, is het antwoord relatief simpel: het salaris is in elk geval niet de énige reden om je bed uit te komen. Uit het jaarlijkse onderzoek dat hij samen met compagnon Arie Pieter Veldhoven uitvoert, blijkt dat de onderlinge band met collega’s met stip op één staat. Ook een gezonde werk-privébalans is voor veel Nederlanders belangrijk. Het salaris eindigde vorig jaar op de vierde plek in de lijst met factoren die voor (meer) werkgeluk zorgen, en daar is een duidelijke verklaring voor.
Niet gelukkiger van hoger salaris
Hamburger noemt het maandelijkse loon dat werknemers ontvangen een zogenaamde ‘dishappifier’. ‘In de praktijk betekent het dat een te laag salaris wel ongelukkig kan maken, maar een hoger salaris niet per definitie gelukkiger. Iemand die in de schulden zit of financieel niet rondkomt, zal veel stress ervaren en salaris daarom hoger plaatsen in de lijst van factoren die bijdragen aan werkgeluk. Iemand die geen geldzorgen heeft, wordt niet direct gelukkiger van een paar honderd euro extra. Andere zaken, zoals een gezonde werk-privébalans en het type collega’s, blijken voor deze mensen veel belangrijker’, zegt hij.
Een ander voorbeeld van een dishappifier is de leidinggevende van een team: pas wanneer deze slecht presteert, noemen werknemers diegene een belangrijke oorzaak voor minder plezier in het werk. Is de band tussen werknemer en manager fijn, dan wordt dit als normaal gezien en draagt de leidinggevende in mindere mate bij aan carrièreplezier.
Tevredenheid versus gedrevenheid
Arbeidspsycholoog Tom Dijckmans is het ermee eens dat een te laag salaris wel ongelukkig kan maken, maar een hoger salaris niet per se gelukkiger. Maar volgens hem is het daarbij wel belangrijk om onderscheid te maken tussen tevredenheid en geluk. Als iemand tevreden is met zijn baan, is de invloed op het dagelijkse gedrag veel beperkter. Een werknemer kan elke dag opstaan en puur vanwege het uurloon naar het werk reizen, ook als er over de rest van de baan weinig positiefs te zeggen valt. Er wordt dan genoegen genomen met ‘tevreden’.
Maar werkgeluk – of gedrevenheid, zoals Dijckmans het liever noemt – gaat over meer dan enkel tevredenheid. ‘Werk is maar voor een deel bepalend voor een gelukkig leven. Gedrevenheid drukt wat mij betreft beter uit waar de meesten naar zoeken: ze willen een baan waarvoor ze intrinsieke motivatie voelen.’ In dat geval zijn de centen volgens de psycholoog zeker niet genoeg.
Om die uitspraak nog eens extra kracht bij te zetten, haalt Dijckmans een onderzoek over loonsverhogingen aan: daaruit blijkt dat het tevreden gevoel licht stijgt wanneer een werknemer opslag krijgt. Maar die positiviteit is van korte duur: hij duurt zo’n zes tot acht weken, om precies te zijn. Wie dat effect wil blijven ervaren, moet opnieuw beloond worden óf op zoek gaan naar een baan die zingeving biedt en daarmee op lange termijn gelukkiger maakt.
Meer opties op de arbeidsmarkt
Dat salaris zo laag staat op de lijst van het Nationaal Werkgeluk Onderzoek, is volgens Hamburger iets van de laatste (tientallen) jaren: dat heeft te maken met veranderende normen en waarden in verschillende generaties. Zo’n 40, 50 jaar geleden was het normaal om alleen voor je geld te werken. Mensen dachten toen niet na over de zingeving van hun baan, ze werkten puur voor het praktische aspect en deden wat er van ze werd gevraagd. Inmiddels is de markt zo dat werknemers meer te kiezen hebben – en daardoor meer eisen kunnen stellen aan een baan.
Wil je weten welk beroep het beste bij je past en zingeving geeft? Doe dan de beroepskeuzetest van Intermediair.
