Werkgevers/
Werknemers
Zwetende zwervers en blauwbeaderde benen
Werk en carriere4 min lezen

Zwetende zwervers en blauwbeaderde benen

Nederlanders hebben vele talenten, maar een goede zomerse outfit uitzoeken hoort daar niet bij, aldus columnist Roos Schlikker.


Een scharrige, langharige vuilnisbakkenhond die een broeierige kliko staat leeg te likken. Een volkszanger die met het hoofd in zijn kleffe nek Mag ik dan bij jou? blèrt. De buurvrouw die met haar Haagse Hopjesadem net te dichtbij staat, waardoor je lillende stukjes spuug in haar mondhoeken ziet wiebelen.

De bezwete slapen van de zwerver die, een halve liter Best-bier in de hand, riekend tegen de deurpost van de Albert Heijn geleund staat en vraagt of je Freeks dierenplaatjes van hem wil kopen. De schimmelvacht die zich op een tweetal citroenen midden op je fruitschaal heeft gepositioneerd waardoor de kiwi's, appels en zelfs de bruin gevlekte bananen een blauwgroene harige waas hebben gekregen.

Het is allemaal heel goor. Toch kan ik het verdragen. Alles kan ik verdragen. Maar de aanblik van Rob van de administratie met zijn blauwbeaderde kromme poten in sandalen waar tenen uitsteken met geelgekleurde nagels … nee.

Afgelopen week beleefden we de warmste dag ooit. Nu ben ik doorgaans nogal ongevoelig voor dit soort statistieken, omdat ik het talent heb me altijd in een omgeving te bewegen waar een weerrecord wordt gevestigd. Ben ik één keer in Chicago, beland ik midden in the biggest blizzard ever. Spendeer ik een vakantie in Marokko, krijg ik meteen de opmerking dat ze het nooit eerder hebben meegemaakt dat het miezerde in de zomer. En zit ik op een berg in Afrika, vertelt de gids me monter dat dit de laagst gemeten temperatuur is sinds 1918.

Maar goed, het is hier dus warmer dan ooit en ik ben de laatste die daar over zal klagen, maar er gaat natuurlijk wel iets grondig mis in ons uiterlijk vertoon. Nederlanders hebben vele talenten (schaatsen, fierljeppen, zaniken over het weer), maar een goede zomerse outfit uitzoeken hoort daar niet bij.

Dat is op vakantie tot daaraan toe, maar op de werkvloer zijn zomers een ramp. Terwijl de meesten van ons doorgaans vrij preuts aangelegd zijn, is het met een temperatuur boven de 28 graden opeens geen punt allerlei lijfelijkheden te laten zien. Terwijl het echt geen pretje is te zien dat de doorgaans zo stijve Joris van de administratie borstbeharing heeft waarmee vergeleken een kokosnoot een kale kneiter is. En dat Elise achter de telefoon een beetje breedbeheupt is, geeft niets, maar het is volstrekt onplezierig om de hele dag naar haar muffintop te kijken die boven haar te kleine shortje uit piept.

Bloot en het kantoorwezen, het is werkelijk geen combinatie. Een vriendin van me kwam laatst haar baas tegen. Net op het moment dat ze uit het dompelbad in de sauna stapte. Ik kan je zeggen: dat vergaderde een stuk minder ontspannen de maandag daarna.

Het lastige is dat té gekleed bij hoge temperaturen ook niet werkt. Vrouwen die met huidkleurige kousen rondstruinen terwijl buiten het asfalt zindert, zien eruit alsof ze twee etalagebenen onder hun rokje geschroefd hebben. Want wat bij koud weer wel kan, lijkt in de zon opeens heel vreemd. En mannen met een strakke stropdas lopen in de hitte vaak zo rood aan, dat je tijdens een gesprek almaar probeert de handige kneepjes van de reanimatiecursus te herinneren. Ook dat leidt af.

Er is maar één oplossing. Nederland moet een Nationaal Tropenrooster. Dat Nationaal Hitteplan is voor dwazen - Vergeet niet te drinken? O ja, joh? Je meent het! - maar wij gaan verplicht thuis werken. Met onze ongemanicuurde voetjes in een bak ijswater. Een heel verfrissend idee.


Afbeelding van de auteur

Roos Schlikker

Roos Schlikker (A’dam, 1975) belandde na haar studie Nederlands in de financiële journalistiek. Nu schrijft ze columns in Het Parool, TPO Magazine en Intermediair.