
Zekerheid voorkomt fouten, vertrouwen brengt succes
Als je als werkgever denkt dat werknemers van nature lui zijn, bereken je targets en controleer je je suf. Hoeveel tijd scheelt het dan niet als je werkt op basis van vertrouwen?
In zijn boek Vertrouwen. Waarom alles beter werkt als je mensen vertrouwt analyseert Bart Stofberg wat ervoor nodig is voor een werkgever om de controle wat meer los te laten in het vertrouwen dat het goed komt. Werknemers die minder ‘aangelijnd’ zijn, komen meer zelf op ideeën, zijn loyaler en hebben minder last van stress en burn-out. Maar hoe begin je met vertrouwen als het wantrouwen zo ingebakken zit?
Als organisatieveranderaar bij adviesbureau Quint komt Bart Stofberg bij veel organisaties over de vloer. Wat opvalt: vaak is het wantrouwen geïnstitutionaliseerd. Zonder targets, prestatiebonussen, functioneringsgesprekken en dossieropbouw kunnen werknemers wel eens lui worden, is de onderliggende gedachte van de Anglo-Amerikaanse manier van werken. Stofberg ziet de keerzijde: ‘Met werken op basis van wantrouwen gaat het misschien niet fout, maar ook niet echt goed.’
Averechts
Het probleem is: wanneer er wantrouwen is, gaat er nooit vertrouwen komen. In het boek Drive bewijst Dan Pink dat een individuele bonus of beloning bij complexe arbeid zelfs averechts werkt. Bart Stofberg legt uit: ‘Dan ga je doen wat voor je eigenbelang goed is. Je haalt jouw doelen omdat jij dan beloond wordt. Niet omdat de organisatie of samenleving daar beter van wordt.’
‘Stel, jij moet streven naar een acht gemiddeld in de klantreviews’, noemt Stofberg een voorbeeld. ‘Dan vermijd je het vragen naar de pijnpunten, en stuur je de enquête niet op naar notoire klagers. Is je doel: tevreden klanten, en mag je vanuit je vakmanschap zelf aan dat doel bijdragen, dan ga je juist naar de knelpunten vragen om die op te lossen. Dat levert pas echt tevreden klanten op.’
In een cultuur van wantrouwen is het riskant om eigen ideeën in te brengen; voor je het weet gaat een ander ermee vandoor om zelf een hogere omzet te halen. Echt kennis delen en samenwerken blijft dan uit: niet goed voor de innovatie. Zo’n organisatie blijft in deze snel veranderende tijd uiteindelijk achter op de concurrentie, denkt Stofberg.
Vertrouwen
Omgekeerd is vertrouwen ‘besmettelijk’, zegt Stofberg. In zijn boek citeert hij de Romeinse filosoof Seneca: ‘Als je iemand vertrouwt, maak je hem betrouwbaar.’ Die persoon zal je vertrouwen niet willen beschamen. In het boek The trust factor van Paul J. Zak, zag Bart Stofberg die uitspraak bewezen. Het geheim: oxytocine. Dat hechtingshormoon verhoogt bij jou het vertrouwen in anderen. En wie dat vertrouwen voelt, krijgt daardoor weer een fors hoger oxytocinegehalte. Zo ontstaat een cirkel van groeiend vertrouwen. Bij 95 procent van de mensen althans. Stofberg: ’Wantrouwen is dan nuttig om die 5 procent er tussenuit te halen die je vertrouwen niet waard zijn.’
Een echte professional zou zeggen: ‘Vertrouw me nou maar, ik doe wat goed is’. Daarom begint vertrouwen ook met het uitspreken van een gezamenlijke ambitie, herhaalt Stofberg steeds. Eerst zorgen dat je allemaal hetzelfde wil bereiken. Kijk vervolgens: zijn de mensen die het werk met jou doen betrouwbaar, kun je ze wat toevertrouwen, zijn ze trouw? Hoe hoger je collega’s op dat gebied scoren, des te meer kunnen controlemechanismen de deur uit. En wie zich vrij en gewaardeerd voelt, is eerder loyaal, komt op eigen ideeën en is gezonder. Kortom: in zo’n organisatie komen mensen en ideeën echt tot bloei.
Meer weten? In de Intermediair-podcast Work in Progress vertelt Bart Stofberg uitgebreid hoe je met vertrouwen kunt beginnen en wat het je brengt.
