:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Weer aan het werk na een ongeval: ‘Ik werd niet serieus genomen’
Het is niet voor elke patiënt vanzelfsprekend meteen weer aan het werk te gaan na een ongeval, blijkt uit onderzoek. Toch worden zij in hun re-integratietraject vaak niet serieus genomen. ’De restklachten worden vaak vergeten.’
Het verkeerslicht sprong op oranje. Even twijfelde Sylvia van Rijzingen: stoppen of gas geven? Ze durfde het risico niet te nemen, remde en stond stil voor rood – maar in de spiegel zag ze dat de auto achter haar niet remde. Ze zette zich schrap en wat ze vreesde, gebeurde: een kop-staartbotsing.
‘Ik had niets gebroken, maar wel enorme hoofdpijn en last van mijn nek’, zegt Van Rijzingen. Toch ging ze direct na het ongeluk weer aan het werk. Ondanks de pijnstillers en spierverslappers hield ze het niet vol. Ze meldde zich ziek. Haar leidinggevende vond dat ‘maar gezeur’. Je zag toch niets aan haar? ‘Aan de buitenkant zag je inderdaad niets, maar ik bleek een flinke whiplash te hebben en ben veel te lang door blijven lopen met restklachten.’
Passende nazorg
Passende nazorg na een ernstig ongeluk is niet altijd vanzelfsprekend, weet Margot Joosen, onderzoeker bij Tilburg University. Samen met orthopedisch chirurg en traumatoloog Ruth Geuze van het Elisabeth-TweeStedenziekenhuis in Tilburg deed ze onderzoek naar nazorg binnen een jaar na het letsel. Ze spraken patiënten die genazen van breuken, wervelfracturen en mild hersenletsel. Geuze: ‘Ongeveer de helft van de mensen die bij mij komt met een breuk in de wervelkolom, lukt het het werk na genezing weer op te pakken. De andere helft lukt dat dus niet.’
Het is volgens Geuze dan ook niet zo dat je na een paar weken gips en een breukgenezing volledig bent hersteld. ‘Ik zeg altijd dat ik nooit weet wat de restklachten zijn. Het kan goed zijn dat een gewricht voor 80 procent perfect geneest, maar de laatste 20 niet of niet helemaal. Daar moet een patiënt rekening mee houden.’
Werk is identiteit
Voor veel mensen is werken een belangrijk onderdeel van hun leven en identiteit. Uit het onderzoek blijkt dat niet alleen het type letsel bepaalt of slachtoffers na een ongeval problemen op hun werk ervaren, maar ook het soort werk dat ze doen. Geuze: ‘Een manager kan na een enkelbreuk prima achter de computer zitten, maar een schilder die met een soortgelijke enkelbreuk weer op een ladder moet staan, kan daar meer last van hebben.’
Ook kunnen mentale, psychosociale en cognitieve problemen de terugkeer naar werk bemoeilijken. Joosen: ‘Naast restklachten als pijn of ongemak kunnen mentale uitdagingen meespelen, bijvoorbeeld dat je bang bent om weer te vallen en daarom liever niet met je fiets naar je werk gaat. Of dat je concentratieproblemen blijft houden na bijvoorbeeld hersenletsel.’ Een goede opvolging van deze restklachten die invloed hebben op het werk, ligt niet in het ziekenhuis, maar is aan de werkgever en de bedrijfsarts.
Maar daar zit een gat, zien de onderzoekers. Geuze: ‘Ter vergelijking: vrouwen die borstkanker hebben gehad, kunnen een casemanager krijgen die ze met alle praktische zaken begeleidt, die hebben traumapatiënten niet.’ Ook is er voor hen geen patiëntenvereniging en geen goed nazorgtraject. Dit komt mede omdat de patiëntengroep gevarieerd is; van mensen met enkelbreuken tot mensen met een fractuur in de wervelkolom.
Bedrijfsartsen
Bedrijfsartsen en fysiotherapeuten kunnen een belangrijke rol spelen bij nazorg. Joosen: ‘Maar er zijn veel zzp’ers en ondernemers die geen bedrijfsarts hebben. Juist voor hen is het belangrijk de terugkeer naar werk goed te begeleiden. Naast fysiek letsel kunnen voor hen andere zaken meespelen, zoals financiële problemen die voor stress kunnen zorgen.’
Het gebrek aan nazorg van traumapatiënten kan de transitie naar werk bemoeilijken. Joosen: ‘Er moet in ieder geval betere informatie komen op een centrale plek waar werknemers terechtkunnen met complexe vragen en psychosociale problemen die na zo’n trauma komen kijken. Maar ook met tips van lotgenoten over gesprekken die je met collega’s kunt voeren. De overgang van patiënt naar participerende, werkende burger kan beter. Daar is nog een hoop te winnen.’
Sylvia van Rijzingen ging na haar auto-ongeluk een tijdje met ziekteverlof en werkte met een fysiotherapeut aan haar herstel. ‘Met de tijd leerde ik dat de emotionele impact van het ongeluk veel invloed kan hebben op fysieke klachten’, zegt ze. Omdat er voor haar geen hulp was na haar trauma, helpt ze nu anderen die last hebben van de emotionele impact van een verkeerstrauma, zodat ze hun leven weer kunnen oppakken. ‘Het gaat niet alleen om erkenning en begrip, maar vooral om het verwerken hiervan, zodat het hen niet langer belemmert in het dagelijkse leven.’
