
Voltijdsbonus? Beter stimuleer je parttime werken
Het kabinet gaat begin komend schooljaar op een aantal basisscholen experimenteren met de ‘voltijdsbonus’, een extra geldbedrag voor medewerkers die fulltime gaan werken. Het hoopt zo de tekorten in het onderwijs te verkleinen. Maar tegelijkertijd blijkt uit meerdere onderzoeken dat mensen die fulltime werken niet productiever zijn dan parttimers, én dat de laatste groep gelukkiger is. Wat is dan wijsheid?
Daar gaan we weer. Dat is wat hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de UvA Paul de Beer dacht toen hij hoorde dat er werd gesproken over een voltijdsbonus. ‘Het is de zoveelste poging om mensen die in deeltijd werken – vooral vrouwen – meer uren te laten werken. En ook bij deze poging schat ik de kans dat hij werkt klein. Net als bij de maatregelen op het gebied van kinderopvang en het afschaffen van kostwinnersfaciliteiten wordt er ten onrechte van uitgegaan dat financiële prikkels de belangrijkste reden zijn om wel of niet fulltime te werken. Terwijl we door de jaren heen zien dat de combinatie van een parttimebaan met zorgtaken of vrije tijd (met name?) vrouwen gewoon heel goed bevalt. Dat verander je niet met extra geld.’
Volgens De Beer is er ook niet per se een probleem, zoals het kabinet stelt. ‘De meeste vrouwen geven aan dat ze heel tevreden zijn met hun situatie. En er zijn veel mensen die zelfs korter willen werken, ook mannen. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat parttimers erg tevreden zijn met hun leven en minder last hebben van stress.’
20 procent minder werken
Een van die onderzoeken is van de universiteit van Cambridge. Onderzoekers lieten werknemers van 61 bedrijven in het Verenigd Koninkrijk vorig jaar zes maanden lang 20 procent minder werken, met behoud van salaris. Begin dit jaar kwamen daar de resultaten van naar buiten: de meeste bedrijven zagen geen terugval in productiviteit, het aantal ziektedagen nam af met 65 procent en het aantal mensen dat wegging bij de bedrijven daalde met 57 procent ten opzichte van dezelfde periode het jaar daarvoor. De winst van de deelnemende bedrijven steeg zelfs een klein beetje: met gemiddeld 1,4 procent.
In Nederland heeft Achmea twee jaar geleden de beslissing genomen om werknemers minder te laten werken met behoud van salaris. Het verschil was minder groot dan bij het experiment in Groot-Brittannië – een fulltime-werkweek ging bij Achmea van 36 naar 34 uur – toch is het bedrijf positief over de verandering. ‘De aanleiding om hiermee te beginnen, was meerledig’, vertelt manager arbeidsvoorwaarden Sander van Ekeren. ‘Je kunt vrouwen continu pushen om meer te gaan werken, maar als je de standaardnorm verlaagt, houden beide partners tijd over om de zorgtaken eerlijk te verdelen – of het nu gaat om de zorg voor kinderen of voor ouders of om het huishouden. Daarnaast gaat de pensioenleeftijd omhoog, en geloven wij dat je zowel zwaar werk als kennisintensief werk langer kunt volhouden als je minder uren werkt. En wij willen ook graag dat onze medewerkers blijven leren, dat moet je dan kunnen combineren met je werk en zorgtaken.’
De tekst gaat verder onder de banner
Vind jouw volgende baan
Bekijk onze vacatures speciaal voor hoogopgeleiden.
Een druk pakket aan verantwoordelijkheden dus, en daar komt ook om de hoek kijken wat Achmea aan deze maatregel heeft: ‘We denken dat mensen hierdoor fitter blijven en de uitval door ziekten als burn-out lager wordt. Daar hebben werknemers en wij als werkgever natuurlijk allebei baat bij.’ Of dat laatste ook daadwerkelijk gebeurt, is nog niet te zeggen, doordat ook Covid in het hele land effect heeft gehad op onder meer verzuim van personeel. ‘Maar ik durf wel te zeggen dat medewerkers over het algemeen blij zijn met het verkorten van de werkweek’, zegt Van Ekeren. ‘Meer dan de helft van de werknemers die fulltime werkten, heeft ervoor gekozen om naar 34 uur te gaan. De anderen blijven 36 uur of meer werken, en krijgen daar dan uiteraard ook meer salaris voor. En ook mensen die bij ons solliciteren zijn positief: zo’n 80 procent wil graag 34 uur werken, 20 procent – voornamelijk jonge mensen zonder kinderen of hulpbehoevende ouders – meer.’
Krapte in zorg en onderwijs
Maar tegelijkertijd is er sprake van een krapte op de arbeidsmarkt. Dus hoe vul je de uren in als mensen niet 40 uur per week (gaan) werken? Bij Achmea is het antwoord simpel: dat hoeft niet. ‘Door bijvoorbeeld de digitalisering is het werk van kenniswerkers steeds minder tijd gaan kosten. We halen daarom geen productieve uren weg, maar vragen medewerkers kritisch te kijken naar wat er echt noodzakelijk is.’ Om de productiviteit hoog te houden, mogen werknemers die meer dan 34 uur werken hun uren ook niet verdelen over vier dagen. ‘We geloven niet dat mensen die elke dag negen uur werken, de laatste uren nog productief kunnen zijn.’
Dat denkt ook hoogleraar De Beer. ‘Het land in Europa waar mensen de meeste uren maken, is Griekenland. Dat is niet het meest welvarende land.’ Daarnaast vindt hij dat we ‘de krapte op de arbeidsmarkt’ moeten relativeren. ‘Die tekorten in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs zijn er volgens mij vooral doordat werkgevers slechte arbeidsomstandigheden bieden, zoals een gebrek aan autonomie en opleidingsmogelijkheden.’ De Beer verwijst naar een onderzoek waaruit blijkt dat als alle werknemers onder de 35 die de zorg verlaten één kwartaal langer zouden blijven, alle vacatures vervuld zouden zijn. ‘Als je mensen stimuleert om meer uren per week te werken, dan neemt de belasting alleen maar toe en stoppen ze nog eerder. Je moet de uitstroom beperken. Kijk bijvoorbeeld eens naar al die administratieve taken in de zorg en het onderwijs. Dat zijn niet de taken waar een docent of verpleegkundige werkplezier uit haalt. Dus ik zou zeggen: verminder die, dan vergroot je het werkplezier én heb je uren die kunnen worden besteed voor de klas of aan het bed. Zo sla je twee vliegen in één klap.’
Vraag jij je af of je wel genoeg verdient? Of hoeveel salaris je bij een nieuwe job kunt vragen? Vul het Salariskompas in en je weet het!
