Werkgevers/
Werknemers
Een glimlachende man met een bril in een grijs pak zit achter zijn bureau met een laptop en een open notitieblok, wat een rustige collega weerspiegelt.
Werk en carriere8 min lezen

Waarom we de 'stille' collega die nooit klaagt ophemelen, terwijl juist daar het allergrootste risico schuilt

We prijzen de rustige, evenwichtige collega die nooit klaagt. Maar juist die stilte is vaker een risico dan een kracht. Arbeids- en organisatiepsycholoog Linne van Straten komt ze regelmatig tegen in haar praktijk en schrijft over de risico’s in deze blog.


Thomas is teamleider, achterin de dertig, en op papier gaat het goed met hem. Zijn team draait, zijn cijfers kloppen, en als er ergens brand is, blust hij die voordat iemand anders de rook heeft geroken. Hij klaagt nooit. Hij vraagt nooit iets voor zichzelf. In vergaderingen zegt hij als laatste iets, en meestal is het ‘prima, we doen het zo’. Iedereen vindt Thomas een fijne collega. En ondertussen ziet hij de mensen om zich heen — collega’s die harder op de deur bonzen, die zichzelf beter verkopen — doorstromen naar functies waar hij zelf al jaren klaar voor is.

De stille binnenvetter op de werkvloer

Thomas is een binnenvetter. Hij zegt niet dat hij die promotie wil, want dan zou hij moeten toegeven dat het hem raakt dat hij wordt overgeslagen. Hij zegt niet dat zijn werkdruk te hoog is, want een goede leidinggevende lost dat toch zelf op? Hij zegt eigenlijk bijna nooit wat hij echt vindt of nodig heeft. Van buiten is hij de rots in de branding. Van binnen onderhandelt hij zichzelf, stukje bij beetje, steeds een beetje kleiner.

Wat schuilt er achter stille wateren?

Over mensen als Thomas bestaat een gezegde dat we als compliment bedoelen: stille wateren, diepe gronden. Het klinkt mooi — rust, diepgang, iemand met een rijk binnenleven. Maar niemand die het zegt, vraagt zich af hóé diep, of wat er op de bodem ligt. We horen de stilte en vullen zelf het mooie verhaal in. Dat die stilte ook iets heel anders kan betekenen, komt zelden in ons op.

Want stilte is niet hetzelfde als rust. In de psychologie bestaat er een naam voor het patroon waarin iemand zijn eigen stem stelselmatig wegdrukt om de lieve vrede te bewaren: self-silencing, een begrip dat teruggaat op de psycholoog Dana Crowley Jack. Mensen die hoog scoren op dit patroon blijken beduidend vaker last te hebben van depressieve klachten. En — dit is belangrijk — onderzoekers benadrukken dat self-silencing iets anders is dan introvert of van nature rustig zijn. Een introvert luistert liever dan dat hij praat, maar kan zéggen wat er speelt als het ertoe doet. Bij self-silencing gaat het om iets anders: je slikt je eigen behoeften, meningen en grenzen in, uit angst dat je anders de relatie of de sfeer beschadigt.

Met andere woorden: de stilte die wij als karakter lezen, is vaak helemaal geen karakter. Het is een aangeleerd patroon. En het is een patroon dat zich juist ophoopt bij de mensen die we het minst in de gaten houden, omdat ze nooit een signaal afgeven dat om aandacht vraagt. Thomas is niet stil omdat hij niets te zeggen heeft. Hij is stil omdat hij ergens heeft geleerd dat het veiliger is om zijn mond te houden dan om ruimte in te nemen.

Misschien herken je iets van Thomas in jezelf. Je zegt ja terwijl je nee denkt. Je vraagt je bij elke opmerking eerst af hoe die zal vallen, voordat je hem überhaupt maakt — en meestal maak je hem dan maar niet. Je meet je eigen functioneren af aan hoe anderen naar je kijken, niet aan hoe je je zelf voelt. En laten we eerlijk zijn over wat dat is: die aardigheid, die meegaandheid, is niet alleen maar vriendelijkheid. Het is ook een manier om onder de radar te blijven, om nooit degene te zijn die het ongemak veroorzaakt. Alleen betaal je daar een prijs voor die niemand ziet — die jij zelf het laatst van iedereen ziet.

Het vervelende is dat je omgeving je precies voor dat gedrag beloont. Op school, in je opleiding en op je werk krijgt de meegaande, betrouwbare, klachtenvrije mens de complimenten. Je bent ‘makkelijk in de omgang’, je ‘maakt geen gedoe’. Organisaties zijn afgesteld op zichtbare signalen: wie klaagt, uitvalt of zich ziek meldt, krijgt aandacht. Wie niets laat merken, valt buiten dat systeem — niet omdat het goed met hem gaat, maar omdat niemand kijkt. En eerlijk: de mensen om je heen houden die stilte graag in stand. Een collega die alles opvangt en nooit klaagt, is nu eenmaal makkelijker dan eentje die zegt dat het zo niet gaat. Jouw zwijgen is niet alleen jouw gewoonte — het is ook andermans gemak.

Wanneer het lichaam de rekening gepresenteerd krijgt

En dat het misgaat, merk je meestal niet als eerste aan je hoofd, maar aan je lijf. Wie zijn spanning stelselmatig inslikt, krijgt die vroeg of laat op een andere manier terug: een maag die van slag is, hoofdpijn die niet weggaat, een vermoeidheid waar geen weekend tegenop kan. Je lichaam houdt de rekening bij, ook als je mond dat niet doet. Tegen de tijd dat het zich meldt, loop je vaak al maanden op je tandvlees zonder dat iemand — inclusief jijzelf — het heeft zien aankomen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf het tegenovergestelde van Thomas ben. Als iets niet klopt, benoem ik het — meestal iets eerder dan de rest er klaar voor is, en niet iedereen vindt me daar even aardig om. Maar juist omdat ik die kant zo goed ken, herken ik de Thomassen feilloos: de mensen die in dezelfde vergadering niets zeggen, niet omdat ze niets vinden, maar omdat ze het zichzelf niet toestaan. En wat me daarbij het meest opvalt, is niet hun stilte. Het is hoe vaak iedereen die stilte voor kracht aanziet, tot het moment dat het niet meer gaat.

Is jouw stilte een bewuste keuze of een gewoonte?

Ik zeg dit niet om je aan te sporen te worden zoals ik. Lawaai maken heeft ook een prijs, en die betaal ik geregeld. Dit is geen pleidooi om de hele dag te roepen wat je vindt, of om van elke irritatie een kwestie te maken. Het gaat om iets kleiners en belangrijkers: het verschil tussen stil zijn omdat je niets te zeggen hebt, en stil zijn omdat je bang bent voor wat er gebeurt als je het wél zegt. Het eerste is rust. Het tweede is een risico dat zich opstapelt zolang niemand het ziet — jij incluis.

Dus de vraag is niet of je luider moet worden dan je bent. De vraag is of je stilte een keuze is of een gewoonte. Of je zwijgt omdat het klopt, of omdat je het verleerd bent om iets anders te doen. Stille wateren mogen diep zijn — maar dan wel omdat er iets moois op de bodem ligt, en niet omdat je alles wat naar boven wil, telkens weer naar beneden duwt.

Maak jij lawaai, of ga je zwijgend ten onder? Je hoeft de hardste in de kamer niet te worden. Maar één keer zeggen wat je echt vindt, is een begin. En het is een stuk minder eng dan de stilte die anders de rekening voor je opmaakt — net als bij Thomas, die het uiteindelijk pas doorhad toen zijn lichaam het gesprek voerde dat hij zelf jaren had vermeden.

De naam Thomas is gefingeerd


Afbeelding van de auteur

Linne van Straten

Linne van Straten is arbeids- en organisatiepsycholoog.