
Naar de rechter: wilde werknemer per direct ontslag nemen of niet?
Ontslag, loon of andere werkgerelateerde zaken: als werkgever en werknemer het oneens zijn, is een rechtszaak soms onvermijdelijk. De interessantste uitspraken op dit gebied volgen we in de rubriek Naar de rechter. Met vandaag: een vrouw zegt dat ze met ontslag wil, maar vindt vervolgens dat het bedrijf haar ontslag maanden te vroeg heeft laten ingaan. De zaak gaat door tot en met hoger beroep.
De vrouw om wie het gaat werkt 12 jaar bij een verpleeghuis in Ridderkerk, eerst als verzorgende en de laatste maanden als praktijkbegeleider. Op 1 december 2020 wordt ze ziek: corona, volgens haarzelf opgelopen op haar werk. Op 7 januari zegt ze in een telefoongesprek met haar leidinggevende dat ze haar ontslag wil indienen.
Ook stuurt ze die dag een mail aan haar collega’s, onder wie de leidinggevende. Daarin schrijft ze volgens het vonnis van het hoger beroep onder meer: ‘Ik heb weloverwogen, samen met [naam van haar echtgenoot] besloten mijn ontslag in te dienen.’ Het herstel van covid, het werk dat ze weer zou moeten hervatten, thuisonderwijs en de start van een ‘shop’ vanuit huis is bij elkaar volgens haar ‘nogal veel’. Ze schrijft dat ze daar in haar vakantie – ze was rond kerst een paar weken vrij – rustig over heeft nagedacht. Een dag later dient ze officieel, schriftelijk, haar ontslag in. Daarbij schrijft ze ‘Ik hoor graag wat de opzegtermijn is’.
Per direct stoppen
Die laatste vraag wordt in de reactie van haar leidinggevende niet beantwoord. Wel schrijft diegene een paar dagen later dat de vrouw ‘duidelijk heeft aangegeven bij voorkeur per direct te willen stoppen’ en dat collega’s ‘vanaf heden’ haar taken zullen overnemen. Diegene vraagt haar in diezelfde mail wanneer ze haar werk denkt te kunnen overdragen.
Een dag later lijkt er nog geen vuiltje aan de lucht. ‘Dat is prima’, schrijft de vrouw in reactie. Ze stelt voor vrijdag 15 januari langs te komen om alle spullen en informatie langs te brengen. Die vrijdag mailt ze haar collega’s om afscheid te nemen, levert ze haar spullen in, schoont ze haar mailbox op en draagt ze haar werk over.
Maar dan gaat het mis: de maandag erop mailt haar leidinggevende aan collega’s, met de vrouw in de cc, dat ze samen hebben afgesproken dat haar ontslag per 15 januari ingaat. Dat valt de vrouw rauw op haar dak. ‘Dit klopt niet en deze afspraken hebben wij samen niet gemaakt, dit is wat jij ervan maakt en daar ben ik niet blij mee’, schrijft ze ongeveer een week later. De vrouw zegt pas ontslag te willen nemen als ze hersteld is van ‘de corona die ik door jullie beleid heb gekregen’. Ook vindt ze dat het moet gaan om ontslag met wederzijds goedvinden, in plaats van eenzijdig ontslag zoals de leidinggevende zegt, en dat ze een transitievergoeding hoort te krijgen. Gaat het verpleeghuis daar niet mee akkoord, dan zal ze een advocaat in de hand nemen.
Tekst gaat verder onder de banner.
Werk en Carrière
Ontdek loopbaanmogelijkheden, maak gedurfde carrièrekeuzes en leer over het switchen van je beroep. Klaar voor actie?
Telefonische afspraak
De leidinggevende leest die mail naar eigen zeggen ‘met verbazing’. Volgens het verpleeghuis is telefonisch afgesproken dat ze per direct zou stoppen. Alles zou ‘im- en expliciet’ zijn bevestigd in de mails die ze elkaar hierover hebben gestuurd. De vrouw verwijt de werkgever vervolgens dat zij niet is geïnformeerd over de gevolgen als ze ziek uit dienst zou treden. En die zijn groot: een paar maanden later hoort ze van het UWV dat ze geen recht heeft op een ziektewetuitkering.
De zaak komt voor bij de rechtbank, waar de vrouw bepleit dat zij haar dienstverband niet wilde beëindigen. ‘Haar wil en verklaring’ kwamen volgens haar niet overeen. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst inderdaad niet is beëindigd en het verpleeghuis haar loon moet doorbetalen. Daar is het verpleeghuis het niet mee eens, en de vrouw vindt dat de kantonrechter haar een schadevergoeding had moeten toewijzen. En zo staan beide partijen enige tijd later samen voor de rechter, maar nu in hoger beroep.
Dat pakt goed uit voor het verpleeghuis. Het hof schrijft in het vonnis dat de werkgever ‘niet spoedig mag aannemen’ dat een verklaring van de werknemer is gericht op vrijwillig ontslag, omdat dat ernstige gevolgen kan hebben (zoals het verlies van het recht op een werkloosheidsuitkering). Maar het hof oordeelt dat de mails die de vrouw op 7 en 8 januari stuurde en waarin ze het onder meer had over een ‘weloverwogen’ besluit, ‘niet voor enig misverstand vatbaar’ zijn.
Goed over nagedacht
Dat de vrouw zegt dat ze ervan uitging dat er nog gesproken zou worden over de einddatum, omdat ze in de mail aan haar leidinggevende vroeg naar de opzegtermijn, volgt het hof niet. Volgens het verpleeghuis is dat mondeling besproken, en als haar leidinggevende schrijft dat ze ‘duidelijk heeft aangegeven bij voorkeur per direct te willen stoppen’, antwoordt zij een dag later: ‘Dat is prima.’ Ook heeft ze meerdere keren aan de werkgever bevestigd dat ze met ontslag wilde, zowel schriftelijk als telefonisch. Dat ze daardoor geen recht heeft op een ziektewetuitkering verandert daar niets aan.
Niet alleen krijgt de vrouw geen ontslagvergoeding of doorbetaling van haar loon, ze moet ook de proceskosten betalen, zowel van de rechtszaak in eerste aanleg als van het hoger beroep: in totaal ruim 6000 euro.
Vond je dit interessant? Lees ook onze andere artikelen uit de rubriek 'naar de rechter'.
