
‘Geen eenduidigheid in ontslagvergoedingen’
De gemiddelde ontslagvergoeding is ruim gehalveerd sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz), en de bedragen verschillen enorm.
De Wwz is vanaf 1 juli 2015 gefaseerd ingevoerd en heeft als doel bij te dragen aan een fatsoenlijke arbeidsmarkt. Een belangrijk onderdeel van de Wwz is het ontslagrecht. Een van de doelen van de wijziging van het ontslagrecht was om de kosten van ontslag te verlagen.
Ieder half jaar informeert minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Asscher de Tweede Kamer over de voortgang van de Wwz. Op 1 december 2016 stuurde hij de Kamer de derde voortgangsbrief. Daarin gaf hij onder andere een update over het ontslagrecht.
Asscher geeft in de brief aan dat uit de jurisprudentie blijkt dat de gemiddelde vergoeding die rechters toekennen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst meer dan gehalveerd is. De gemiddelde transitievergoeding bedraagt circa 0,4 maandsalaris per dienstjaar, waar de ontslagvergoeding die de rechter voor de Wwz toekende gemiddeld circa 1,0 tot 1,4 maandsalaris per dienstjaar was.
Ook als er naast de transitievergoeding door de rechter een billijke vergoeding wordt toegekend, is de som lager dan de vergoeding die de rechter in dat geval op basis van de kantonrechtersformule zou hebben toegekend. Het verschil is maar liefst 43 procent!
De ontslagvergoedingen van de Wwz
De Wwz kent twee ontslagvergoedingen: de transitievergoeding en de billijke vergoeding.
Transitievergoeding
Werknemers krijgen bij ontslag een financiële vergoeding: de transitievergoeding. Voorwaarde is dat een werknemer twee jaar of langer in dienst is geweest. Daarbij ligt het initiatief om het dienstverband te beëindigen of niet voort te zetten bij de werkgever. Dit geldt voor zowel vaste als tijdelijke werknemers. De hoogte van de transitievergoeding bij ontslag wordt bepaald op basis van twee onderdelen: het maandsalaris en het aantal dienstjaren. De vergoeding is maximaal 77.000 euro bruto. Als het jaarsalaris hoger is dan 77.000 euro, dan is de vergoeding maximaal één bruto jaarsalaris.
Billijke vergoeding
Bovenop de transitievergoeding kan een zogenaamde billijke vergoeding worden toegekend. Een billijke vergoeding wordt toegekend als sprake is van 'ernstig verwijtbaar handelen of nalaten' van de werkgever. De billijke vergoeding wordt ook wel het 'muizengaatje' genoemd. De wetgever heeft niet bepaald hoe de hoogte van een billijke vergoeding moet worden bepaald.
Grote verschillen
Uit de voortgangsbrief van Asscher kwam dus al naar voren dat de gemiddelde ontslagvergoeding - transitievergoeding én billijke vergoeding meegeteld - een stuk lager is geworden, maar daarnaast blijkt uit de jurisprudentie dat er grote fluctuaties zijn in de hoogtes van de toegekende vergoedingen.
Karin Boukema, advocaat bij Loos & Boukema Advocaten in Amsterdam: 'De ene rechter wijst een paar duizend euro toe, maar er zijn ook gevallen van 45.000 euro, oplopend tot zelfs 100.000 euro. Desondanks blijft het totale bedrag aan ontslagvergoedingen dat sinds de Wwz is vastgesteld dus lager dan wat er daarvoor aan ontslagvergoedingen werd vastgesteld. Voor een werkgever zal het daarom financieel gunstiger dan voorheen uitpakken om een werknemer te ontslaan, en in zoverre is Asscher dan wel in zijn opzet geslaagd.'
Afgewezen verzoeken
Maar Boukema legt uit dat de Wwz in ontslagkwesties niet alleen maar ten nadele van werknemers uitpakt. De wet heeft namelijk ook een ander - tegengesteld - effect. 'Waar de wetgever misschien geen rekening mee heeft gehouden, is dat de rechter veel vaker ontbindingsverzoeken van arbeidsovereenkomsten afwijst dan voor de invoering van de Wwz. De redelijke gronden voor ontslag die in de wet staan, moeten namelijk nu eerst helemaal worden vervuld voordat de rechter een ontbindingsverzoek kan toewijzen. Zeker met de lage transitievergoedingen zal de rechter er heel scherp op toezien dat dit inderdaad het geval is. Vroeger kon een ontbinding nog worden verzacht door een flinke ontslagvergoeding, maar nu niet meer. En omdat het best lastig is om ernstige verwijtbaarheid van de werkgever al te snel aan te nemen, is het ook niet heel eenvoudig om die billijke vergoeding toe te kennen.'
Volgens Boukema lijkt het of rechters niet goed weten wat ze aan moeten met de billijke vergoeding. 'Er zijn geen handvatten. De wetgever heeft namelijk bepaald dat de vergoeding niet gerelateerd mag worden aan de gevolgen voor een werknemer van de ontbinding, maar ook niet aan het aantal dienstjaren. Waar het wel om gaat, is de mate van verwijtbaarheid van de werkgever, maar dat is lastig. Hoe hang je daar een prijskaartje aan? Wat mij opvalt, is dat rechters de laatste tijd de advocaten vragen om handvatten wanneer een billijke vergoeding wordt gevraagd, en dat lijkt me toch niet helemaal de bedoeling. Ik denk dat het van belang is dat er snel eenduidigheid komt, want het kan niet zo zijn dat je bij de ene rechter een ton krijg en bij de andere maar een paar duizend euro.'
