Werkgevers/
Werknemers
Een pleister op de wonde als je contract niet verlengd wordt
Werk en carriere4 min lezen

Een pleister op de wonde als je contract niet verlengd wordt

Aanzegvergoeding: wanneer heb je er recht op?


Wordt je contract niet verlengd en heeft je werkgever dat niet tijdig schriftelijk aan je medegedeeld? Dan heb je mogelijk recht op een vergoeding. Deze kan oplopen tot een maandsalaris.

Sinds 1 januari 2015 geldt in het arbeidsrecht de 'aanzegverplichting': uiterlijk één maand voor afloop van een tijdelijk contract dat zes maanden of langer duurt, moet een werkgever schriftelijk aan een werknemer kenbaar maken of hij met de werknemer door wil. Dit wordt de aanzegverplichting genoemd. De bedoeling van de wetgever is dat een werknemer op deze manier op tijd op zoek kan gaan naar ander werk. Zo is de kans kleiner dat de werknemer aangewezen is op een werkloosheidsuitkering. Ook wordt hiermee voorkomen dat een werkgever mondeling aan een werknemer toezegt dat diens contract wordt verlengd, maar dat deze toezegging vervolgens niet wordt nagekomen.

Hoe later de aankondiging, hoe hoger de aanzegvergoeding

Wanneer de werkgever in het geheel niet aan deze verplichting voldoet, moet hij een maandsalaris betalen. Dit is de aanzegvergoeding. Wanneer hij er wel aan voldoet, maar niet op tijd, dan wordt de boete pro rato berekend over de periode dat hij te laat is. Geeft een werkgever bijvoorbeeld op 15 januari aan dat een jaarcontract per 1 februari niet verlengd wordt, dan is hij 15 dagen te laat en is de boete dus een half maandsalaris.

Vakantiebijslag en eindejaarsuitkering tellen niet mee

Anders dan bij de transitievergoeding - de vergoeding waarop je recht kan hebben bij ontslag - worden bij de aanzegvergoeding de vakantiebijslag en de vaste eindejaarsuitkering niet tot het maandsalaris gerekend. Wel wordt een eventuele provisie die de werknemer in de voorgaande twaalf maanden heeft ontvangen meegenomen. Stel dat je werkgever in het geheel niet aan zijn aanzegverplichting heeft voldaan, dan heb je dus recht op de volgende vergoeding: je bruto-uurloon maal het gemiddeld aantal uren per maand plus de eventueel ontvangen gemiddelde provisie.

Hoe kun je als werknemer je aanzegvergoeding opeisen?

Als je werkgever je niet uit eigen beweging de vergoeding betaalt, dan kun je bij de kantonrechter terecht. Als werknemer heb je drie maanden de tijd om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen om de aanzegvergoeding te verkrijgen. De termijn begint te lopen op de dag dat de aanzegverplichting ontstaat, dus een maand voorafgaand aan de beëindigingsdatum van je contract. Dit is een vervaltermijn: heb je het verzoek niet tijdig ingediend, dan vervalt je recht om de vergoeding alsnog op te eisen.

Fleur Tromp, advocaat bij Tromp & Van Kasteel Advocaten in Amsterdam: 'Je hebt als werknemer overigens ook recht op de vergoeding wanneer je dienstverband gewoon (stilzwijgend) wordt voortgezet, maar je werkgever niet aan zijn aanzegverplichting heeft voldaan. Maar het is natuurlijk de vraag hoeveel werknemers in zo'n geval om betaling van de vergoeding zullen vragen.'

Een aankondiging via Whatsapp is schriftelijk genoeg

'Er wordt zwaar getild aan de schriftelijkheidseis', legt Fleur uit. 'Zelfs wanneer vaststaat dat een werknemer mondeling tijdig op de hoogte is gesteld over wat de plannen waren, is toch een aanzegvergoeding verschuldigd. Wel is er een uitspraak (ECLI:RBAMS:2015:3968) waaruit blijkt dat een mededeling via WhatsApp volstaat om aan die eis te voldoen. Ik neem aan dat ook een sms dan voldoet.

Informatie

Wat oordeelt de rechter nog meer over de aanzegvergoeding?

'In de situatie dat halverwege een jaarcontract al door de werkgever werd aangegeven dat hij tussentijds van de werknemer af wilde, de onderhandelingen op niets uitliepen en de werkgever de werknemer uiteindelijk schriftelijk tot het einde van het contract vrijstelde van werken, oordeelde de rechtbank in Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:4415) het volgende: de aanzegverplichting was weliswaar geschonden, maar onder deze omstandigheden zou het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn wanneer de werkgever toch de vergoeding zou moeten voldoen. De werknemer had een aantal voorstellen niet geaccepteerd, had vriendelijk van iedereen afscheid genomen en er was hem verteld dat hij tot het einde van zijn contract zou zijn vrijgesteld van werkzaamheden. De kantonrechter overwoog daarom dat het voor werknemer voldoende duidelijk was dat het contract niet zou worden voortgezet. Die redenering is enigszins vreemd, want voor veel werknemers die mondeling onomstotelijk te horen krijgen dat het contract niet wordt verlengd is dat ook voldoende duidelijk, maar wordt toch geoordeeld dat een mondeling aanzegging niet volstaat.'

'Wanneer een werkgever een brief tijdig verstuurt maar de werknemer deze pas later ontvangt omdat hij op vakantie was, wordt dat niet aan de werkgever tegengeworpen. Dit oordeelt de kantonrechter in Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2015:9222). Dit is weer anders wanneer de werknemer betwist dat hij überhaupt een brief heeft ontvangen. De kantonrechter in Alkmaar (ECLI:NL:RBNHO:2016:4342) oordeelde hierover in 2016 dat het aan de werkgever is om te bewijzen dat hij tijdig aan de verplichting heeft voldaan wanneer de werknemer stelt dat dit niet is gebeurd.'

'Er is een uitspraak over de aanzegvergoeding van de kantonrechter in Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2016:5281) waarin kledingmerk Guess de betrokken werkgever was. Uit die uitspraak kun je opmaken dat wanneer een werkgever ruim een maand voor afloop van een contract een functieomschrijving ter tekening toestuurt, een rooster toezendt voor de periode na het eerste contract en niet aanzegt dat het contract afloopt terwijl dat normaal gesproken juist wel schriftelijk gebeurt, de werkgever voldoende heeft gedaan. Eerlijk gezegd vraag ik mij dat af. Hier wilde de werknemer nu juist de voortzetting hebben en geen aanzegvergoeding. Voor de werknemer was het daarom fijn geweest dat tijdig te weten.'

'Wanneer een werknemer schriftelijk ontslag neemt, is aanzegging niet meer nodig vanaf de datum dat dat ontslag ingaat, zo oordeelt de kantonrechter in Amterdam (zaaknummer 4968516 EA VERZ 16-387).'


Afbeelding van de auteur

Sanne Offringa