
Jubelstemming over arbeidsmarkt, maar allochtonen en vrouwen blijven achter
Hoogopgeleiden hebben veel vertrouwen in de arbeidsmarkt, zichzelf en hun vermogen om een nieuwe baan te vinden. Ze werken meer en zijn tevredener, maar de gemiddelden verbergen ook minder florissante ontwikkelingen. Allochtonen hebben het significant minder goed en ook vrouwen zijn minder geliefd bij recruiters.
Waren hoogopgeleiden vorig jaar al optimistisch over de arbeidsmarkt, nu heerst er volgens het Intermediair Imago Onderzoek helemaal een jubelstemming. 58 procent van de hbo- en wo-opgeleiden beoordeelt de huidige arbeidsmarkt als gunstig (42 procent in 2017). Slechts 7 procent houdt het nog op ongunstig (15 procent in 2017). Veelgevraagde functietypen als technici en ict’ers zijn vanzelfsprekend nog enthousiaster over de situatie: ongeveer tweederde van die categorie oordeelt gunstig over de huidige arbeidsmarkt.
In 2013, op het dieptepunt van de crisis, was slechts 7 procent van de hoogopgeleiden te spreken over de arbeidsmarkt; maar liefst tweederde beoordeelde die toen als ongunstig. De verwachtingen voor komend jaar zijn iets gematigder: 44 procent voorspelt een nog gunstigere arbeidsmarkt. Tegelijkertijd denkt de helft van hoogopgeleiden dat de arbeidsmarkt zich op het huidige niveau handhaaft. Ook een vorm van optimisme dus.
Groeiend zelfvertrouwen
Het zelfvertrouwen van de hoogopgeleide was al groot, maar is nog altijd groeiende. 82 procent van de respondenten acht het zeer tot geheel onwaarschijnlijk zijn/haar baan te gaan verliezen. Aan het eind van de crisis in 2014 was dat maar 74 procent. Ook denkt de hoogopgeleide, indien nodig, snel een nieuwe baan te kunnen vinden: 42 procent denkt daar hoogstens drie maanden voor nodig te hebben, tegen 34 procent in 2017 en 28 procent in 2016.
Opvallend is dat de krapte op de arbeidsmarkt en het daarmee gepaard gaande zelfbewustzijn nog niet heeft geleid tot een duidelijke salarisgroei. Op basis van een veertigurige werkweek ontvangt 29 procent van de hoogopgeleiden meer dan 45 duizend euro per jaar. Dat is twee procentpunten minder dan vorig jaar. In zijn economische raming liet het IMF Nederland niet voor niets weten dat werknemers wel iets meer mogen profiteren van de economische voorspoed.
Natuurlijk zijn er aanzienlijke verschillen binnen de functietypen: 42 procent van de ict’ers krijgt meer dan 45 duizend euro per jaar. Daarmee zijn ze de grootverdieners, zeker vergeleken met hoogopgeleide werknemers in de zorg; slechts 16 procent van hen verdient meer dan 45 duizend euro per jaar.
Benieuwd naar alle resultaten van het Intermediair Imago Onderzoek?
Meer werkenden, langer werken
Met 88 procent ligt het percentage werkenden het hoogst in jaren. Niet alleen werken meer hoogopgeleiden, zij werken ook langer. Met 34,5 contracturen per week werkt de gemiddelde hoogopgeleide een uur meer dan in 2013. Het verschil zit hem er vooral in dat steeds minder hoogopgeleiden minder dan twee dagen per week werken. Werken doen ze over het algemeen met goede zin: evenals vorig jaar krijgt de werkgever een 7,3, de functie een 7,5 en de arbeidsvoorwaarden een 7,2.
Geen wonder dat de arbeidsmobiliteit gering is: een kwart van de hoogopgeleiden verwacht zelfs helemaal niet of tenminste niet binnen vijf jaar van werkgever te veranderen. De vijf belangrijkste redenen om loyaal aan de werkgever te blijven, zijn:
prettige collega’s (54%)
uitdagende inhoud van het werk (51%)
goede werk-privé balans (46%)
vast contract (43%)
werk dichtbij huis (40%)
Allochtonen met reden minder positief
Van de werkende hoogopgeleiden is 15 procent actief op zoek naar een andere baan. Dieper inzoomend op deze groep valt op dat ze zowel hun werkgever, functie als arbeidsvoorwaarden een aanzienlijk lager cijfer geven dan de gemiddelde hoogopgeleide: alle drie krijgen slechts een 6,6.
Allochtonen zijn significant ontevredener over functie en arbeidsvoorwaarden en dus arbeidsmobieler: 18 procent is actief op zoek, tegen 14 procent van de autochtonen. Hun baanzekerheid is ook minder: 76 procent denkt komend jaar niet of waarschijnlijk niet zijn/haar baan te verliezen. Onder autochtonen is dat 83 procent. Ook denken allochtonen minder snel een nieuwe baan te vinden: 26 procent denkt dat binnen drie maanden te realiseren, tegen maar liefst 43 procent van de autochtonen.
In lijn daarmee wordt 32 procent van de allochtonen (vrijwel) nooit benaderd voor een functie, tegen 25 procent van de autochtonen. Dat kunnen allemaal redenen zijn dat allochtonen (49 procent) minder enthousiast zijn over de huidige arbeidsmarkt dan autochtonen (59 procent).
Vrouwen minder vaak benaderd
Met de lage arbeidsmobiliteit en de in veel sectoren krappe arbeidsmarkt is er werk aan de winkel voor recruiters. Er wordt dan ook volop aan de hoogopgeleiden getrokken: bijna eenderde wordt één of enkele keren per maand benaderd voor een functie blijkt uit het onderzoek. Dat percentage is de laatste jaren gestaag gegroeid: van 24 procent in 2016 naar 31 procent in 2018. Ongeveer een op de tien ict’ers wordt minstens eens per week benaderd voor een andere baan; bij de functietypen docenten en zorg is dat een op de twintig.
Opvallend is dat 41 procent van de vrouwen zegt (vrijwel) nooit te zijn benaderd voor een functie, versus 20 procent van de mannen. En als ze worden benaderd, gaat een kwart van de vrouwen nooit op het aanbod in, tegen 17 procent van de mannen. Recruiters lijken dus wel een grotere kans van slagen te hebben als ze een man benaderen. Maar of dat de reden is van het minder benaderen van vrouwen, verdient nader onderzoek.
Onderzoeksverantwoording
Het Intermediair Imago Onderzoek 2018 meet het arbeidsmarktimago van organisaties en geeft een representatief beeld van de ambities, wensen en verwachtingen van hoogopgeleiden tot 45 jaar. Het onderzoek is uitgevoerd door Motivaction, in opdracht van De Persgroep Employment Solutions. Aan dit online onderzoek hebben in totaal 4.216 hbo+’ers in de leeftijd tot 45 jaar deelgenomen. De steekproef vormt een representatieve afspiegeling van de hoogopgeleide beroepsbevolking op basis van geslacht en leeftijd.
