
Van alles wat ik zou kunnen zijn, word ik het liefst mezelf
Op een dag komen ze erachter dat je maar wat doet. Denk je. Natuurlijk heb ik daar ook keihard last van gehad. Ik snapte het niet; zelfverzekerd was ik best, dat was het niet. Maar er was altijd wel dat stemmetje in mijn achterhoofd dat me feilloos kon vertellen in hoeverre ik afweek van de persoon die ik eigenlijk moest zijn. Ik mocht mijn werk dan serieus nemen, maar dat anderen dat ook deden kon ik alleen hopen.
Het grappige is: als jij iets volledig op jouw eigen manier doet, ben je misschien wel de allereerste ooit die het zo aanpakt. Zeker in deze tijd, waarin de dingen zo snel evolueren? Logisch dat je niet voldoet aan dat lichtende voorbeeld in je hoofd, je hebt juist iets vernieuwends gedaan. Als je dan toch voor succes gaat, is dat de weg. Lees er de zelfhulpboeken maar op na, er is geen enkel genie dat niet eigenwijs is geweest.
Een hoogleraar psychologie adviseerde me laatst dat je jezelf sowieso niet moet vergelijken met anderen. Kijk in plaats daarvan waar je gisteren stond, bedenk waar je morgen wil staan en laat je collega’s en concurrenten buiten beschouwing. Mensen willen met jou samenwerken, van jouw diensten gebruikmaken, anders zouden ze wel voor een ander kiezen.
Wat mij heeft geholpen, is het vieren van mijn successen en hardop aan mezelf toegeven dat ik die ook aan mijzelf te danken heb. Hoe meer ik de dingen doe zoals ík dat wil, hoe makkelijker dat is. Dat helpt vervolgens weer om me verder te specialiseren in wat ik zelf leuk vind, in plaats van iets te doen waarvan ik denk dat het zo hoort. Liever blink ik uit in iets unieks dan dat ik simpelweg voldoende scoor in iets wat veel anderen ook kunnen.
En is authenticiteit niet ook hét toverwoord?
