
Terrorisme-expert Beatrice de Graaf: ‘Ik vind het heel normaal dat je 's avonds doorwerkt'
Beatrice de Graaf weet als geen ander een beeld te schetsen van de terrorismedreigingen, als een baken van kennis en rust. Maar voor rust is in haar eigen leven weinig tijd: ze geeft leiding aan 46 mensen, doet onderzoek, schrijft boeken, leest tot zes boeken per week, treedt regelmatig op in tv-programma’s, heeft drie jonge kinderen en helpt daarnaast ook nog op school en in de kerk. ‘Als ik dat optel, moet uw week 500 uur tellen.’
Hoe leerde u lezen en hoe leest u?
‘Voor m’n plezier lezen, een roman of detective, vergt tijd. Maar als ik functioneel lees dan ga ik er als een stofzuiger doorheen en lees ik tot zes boeken per week. Ik kan snel lezen. Op de basisschool had ik in de tweede klas alles uit. Sindsdien heb ik echt een soort aversie tegen lege boekenkasten. Bij mijn ouders thuis waren er heel veel boeken en tijd en ruimte voor verhalen, en ik mocht al jong naar de openbare bibliotheek fietsen, die ook Engelse en Duitse boeken had.’
‘Mijn ouders hebben me er altijd toe aangezet alles van waarde te lezen. Ze wilden soms met mij praten: wat vind je ervan? Mijn opa doceerde aan de universiteit en is gepromoveerd op mythes, sages en legendes, er lagen altijd grote Duitse boeken met prachtige platen op de tafel. Die waren niet gereformeerd gecensureerd. Mijn vader, een leraar, verslond oude Russische meesters, en ik ook. Een oma las alles over nazi-Duitsland en gaf me boeken mee als ze er niet meer tegen kon.’
Hoe ziet uw onderzoekswerk eruit?
‘Ik heb twee sporen van onderzoek. Het eerste is geschiedenis, vooral van de negentiende eeuw. Wat zijn de grondslagen van ons veiligheidsbeleid? Wat waren de allereerste overwegingen om zoveel competenties en autoriteit aan de nationale regering en veiligheidsdiensten toe te kennen?’
Cv Beatrice Jansen-de Graaf
18 april 1976: Geboren in Putten (nu 42 jaar)
1994 – 1998: Studeerde 1 jaar Natuurkunde (gestopt), studie Duits en Geschiedenis Utrecht en Bonn (cum laude)
1999 – 2007: Assistent in opleiding en universitair docent Utrecht, onderzoeksverblijven in Berlijn, Washington en Rome
2004: Promotie op de DDR, vredesbeweging en kerken
2007 – 2012: Werkzaam bij Universiteit Leiden, medeoprichter Centre for Terrorism and Counterterrorism
2012: Hoogleraar Conflict en veiligheid in historisch perspectief aan het Centre for Terrorism and Counterterrorism
2014: Hoogleraar Geschiedenis van internationale relaties in Utrecht, Lid De Jonge Akademie, vanaf 2017 lid KNAW, bestuurslid Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap
2013: In Zomergasten
2015: 5de op de lijst van de ChristenUnie voor de Eerste Kamer
2016 – 2017: Tv-colleges DWDD University
2016: Fellow St Catherine’s College/Cambridge University
2015 – 2017: Voorzitter (met Alexander Rinnooy Kan) van de Nationale Wetenschapsagenda
2018: Toekenning Stevinpremie, eredoctoraat PthU, Taalstaatmeester
Bekijk hier haar vele publicaties
Privé
Getrouwd, twee dochters en een zoon
‘Het andere spoor is hedendaags: hoe werken contraterrorismebeleid en veiligheidsbeleid nu? Wat doet dat met een samenleving? Hiervoor ga ik naar Amerika, Egypte of de reclassering, of ik praat juist met terrorismeverdachten. Momenteel loopt er een onderzoek naar justitiële integriteit, eerder naar interventievermogen van veiligheidsdiensten; bijvoorbeeld de effecten van de noodtoestandwetgeving in verschillende landen. Die pakt op termijn vaak averechts uit. We denken na over onderzoek naar effectiviteit van Nederlands beleid voor de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); werkt dat screenen wel goed?’
Werkgevers vragen steeds vaker VOG’s. Terecht?
‘Het is zeer populair. Maar moet de overheid dat volledig bekostigen en regelen, of moeten we het screenen van werknemers overlaten aan de samenleving, of aan de markt? Moet er een database komen zoals in Duitsland en Engeland waarin iedereen inzage heeft? Zo kan ik als werkgever kijken wat jij hebt gedaan. Dat loopt nu via het ministerie van Justitie en Veiligheid, Daarin is Nederland best uitzonderlijk.’
Is zo’n druk programma te doen naast een betekenisvol privéleven?
‘Ik word wel eens gek van mijn eigen plannen en gedachten. Ik word vaak wakker met een idee. En dan wil ik opstaan om het uit te werken. Maar ik denk dan ook: ik moet wel uitgerust zijn straks, dus ga ik maar weer slapen. Dan gaat het door in dromen en onrust. Ik zou mezelf weleens uit willen zetten.’
&w=1200&q=75)
Een notitieblok naast het bed helpt mij enorm. En u?
‘Ja zeker, en ook het notitieboekje van mijn overleden oma met haar gedachten en inspiratie, heel bijzonder. Zij lag vooral wakker van het welbevinden van andere mensen. Wij liggen meestal wakker van onze zorgen, van geld dat je moet aanboren, wat mensen jou aandoen of je briljante ideeën. Zij dacht aan andere mensen, wat voor mij ook een reminder is.’
Daar heeft u natuurlijk geen tijd voor …
‘Dat is dus precies wat ik wel moet hebben, en dat probeer ik ook wel op allerlei manieren: helpen op school en in de kerk, vroeger met koken voor minderbedeelden. Iedereen heeft er wat aan om sociaal te blijven.’
Als ik dat er nog bij optel, dan moet uw week 500 uur tellen. Waar loopt het spaak?
‘Ik vergat wel eens m’n kinderen van school te halen, of tandartsafspraken. Ik heb gewoon altijd te weinig tijd. Mijn afdeling telt 46 medewerkers en we geven les aan ruim 300 studenten. Als die bij mij een zorg willen delen, dan moeten ze een afspraak inplannen. Ze kunnen niet even hun hart uitstorten. Dat vind ik frustrerend.’
De scheidslijn tussen religie en wetenschap
De Graaf wil dit keer niet over het geloof praten, omdat ze het vervelend vond dat daar zo de nadruk op lag bij interviews in het AD en de Volkskrant. ‘En dat leidt toch alleen maar tot gedoe.’ Toch is het een rode lijn in haar leven en komt ze er in het vraaggesprek regelmatig op terug: opgegroeid met de dorpskerk van de Gereformeerde Bond in Putten en jong lid van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), waarvoor haar vader wethouder was. Het gezin stemde CHU, maar ging niet mee naar het CDA, want ‘dat was te katholiek’, maar had ook geen thuisgevoel bij SGP en GPV.
‘Geloofsbeleving is voor de buitenwereld iets heel exotisch geworden.’ Ze gaat wekelijks met haar gezin naar de kerk en speelt er regelmatig piano en verricht sociaal werk. Ook was ze voorzitter van de Vereniging van Christenhistorici (VCH).
Maar wetenschap bedrijft ze areligieus: ‘Ik zie mijzelf als wetenschapper en onderzoeker. Iedereen neemt een levensbeschouwing mee. Je kunt PVV of GroenLinks stemmen met God op de achtergrond.’ Toch zei ze in een mooi vraaggesprek met het Reformatorisch Dagblad: ‘Bij het vallen van de muur heeft God een rol heeft gespeeld.’ Kunt u het uitleggen? Nee, dat wil ze niet, om verwarring te voorkomen. Ze doet overigens wel onderzoek naar religieus terrorisme. ‘Zijn terroristen die zich laten inspireren door heilige schriften gewelddadiger? Hoe onderzoek je dat, dat is een heikele, maar zeer relevante en spannende vraag.’
Werkt u elke avond?
‘Eigenlijk wel. Maar de kinderen, 6, 9 en 10 jaar, gaan steeds later naar bed, dus dat wordt lastiger. Ik ben benieuwd hoe het gaat. Ik moet sowieso rustiger aan doen.’
Waarop moet u dan tijd bezuinigen?
‘Vertelt u het maar, ik weet het niet…’
Minder publiciteit, zoals DWDD. Of staat geldingsdrang dat in de weg?
‘Nee, al zal ik niet ontkennen dat ik soms geldingsdrang heb. Tv doe ik vanuit de enorme drive om te willen vertellen hoe het zit, dus alleen maar positief. Ik heb vuistregels voor optredens in de media: als een boek af is, of als ik echt iets aan het debat kan toevoegen, of als ik iets echt onwijs leuk vind, zoals recent Peter en de Wolf in DWDD. En laatst mocht ik aan een aflevering van Andere Tijden meewerken, een prachtig programma met eigen historisch onderzoek. Want daar ligt mijn hart, dat levert de meeste voldoening op.’
Dreigt er een burn-out?
‘Dat vind ik een enge vraag. Nee, vooralsnog niet. Ik zie aan mensen om me heen dat een burn-out zo kan toeslaan, ook bij mensen van wie ik het nooit had verwacht. Dus ik zeg niet dat het mij niet kan overkomen. Ik heb het idee dat het zomaar zou kunnen. Ik tel m’n zegeningen.’
En een midlifecrisis?
‘Mijn leven is alleen maar leuker worden. M’n jeugd was matig. Ik was heel verlegen en al heel jong heel lang en wat onhandig. Het werd eigenlijk pas interessant toen ik ging studeren. En nu denk ik helemaal: wow. Ik doe wat ik wil. Al die bijzondere en gedreven mensen om me heen, inspirerende collega’s. En binnenkort zelfs naar New York voor een boekpresentatie, met buitenlandse collega’s. Hoe mooi kan het leven zijn! Ik ben historicus, een vak dat net als goede wijn steeds beter gaat smaken, zeggen ze. Ik heb drie kinderen, ben gezond. Wat kan een mens nog meer wensen?’
God ziet al dat eigen succes, trapt Hij een keer op de rem?
‘Om ons heen beginnen nu wel de verhalen te komen, van ouders die sterven, van vrienden die geconfronteerd worden met ziekte of dood, zelfs van kinderen. Wat je nalaat is wat je voor andere mensen hebt betekend.’
Maar het volgende boek, onderzoek en tv-optreden lonken…
‘Dat is een worsteling voor mij. Hoe belangrijk zijn boeken eigenlijk? Misschien helemaal niet. Toch vereenzelvig ik me ermee. Als ik ‘s ochtends wakker word, dan wil ik werken aan een boek over de negentiende eeuw. Dat is het allerbelangrijkste. Al de rest is gewoon bijzaak.’
U denkt niet eerst aan uw kinderen of uw man?
‘Dat is de tweede gedachte, tenzij ze ziek zijn. Eerst denk ik aan het boek en onderzoek. Kan dat eigenlijk wel? Is dat dan wel belangrijk? En is de bedoeling van je leven dat je je vastklampt aan je onderzoek?’
&w=1200&q=75)
Gewetenswroeging?
‘Neem het goede, het ware en het schone; en ik twijfel. Misschien heb ik dus toch een midlifecrisis. Misschien zit ik nu wel op zo’n punt. Ik heb een boek geschreven waar ik mijn hart en ziel in heb gestopt. Afgelopen jaar ontving ik de Stevinpremie. Daarmee heb ik een heleboel mensen aan het onderzoek kunnen helpen. Nu is er ruimte voor nadenken en die ga ik ook nemen. Ik moet me echt een periode goed bezinnen voordat ik weer zo'n heel groot existentieel project aanga. En wat mag dat dan wel zijn? Het ‘goede’: een maatschappelijk relevant onderzoek? Of het ‘ware’: fundamenteel onderzoek, zuivere wetenschap? Of ‘het schone’: iets wat gewoonweg vreugde geeft, wat niet per se nuttig of functioneel hoeft te zijn? Ik neig naar het laatste, het mooie.’
Dus geen groot volgend project?
‘Misschien een mooi boek over die negentiende eeuw. ‘
Is dat nou het schone?
‘Tot mijn verbazing loopt mijn recente boek Tegen de terreur heel goed, beter dan eerdere onderzoeken en boeken over terrorisme, zelfs beter dan het boek over vrouwelijke terroristen. Bij een lezing in boekhandel Broese vroeg ik het publiek of het volgende boek over terrorisme of de negentiende eeuw zou moeten gaan. Ze kozen allemaal voor de negentiende eeuw. Dus blijkbaar is daar nog werk te verrichten.’
Veiligheidsstreven smeedde Europa
In de lange introductie van Tegen de terreur - Hoe Europa veilig werd na Napoleon doet Beatrice de Graaf een ‘beroep’ op de lezer om personen en daden van twee eeuwen terug niet met hedendaagse oordelen en begrippen te beoordelen. Zelf schuwt ze intensief gebruik van adjectieven en (soms snelle) oordelen over daden, personen en verhoudingen niet. Dat maakt ‘Tegen de terreur’ juist tot een fantastisch goed leesbaar standaardwerk van de Europese geschiedenis in de vorige eeuw na Napoleon.
Tegen de Volkskrant zegt ze zelfs dat ‘dat we op dit moment in Europa in een vergelijkbare situatie zitten’ waarin we als gevolg van terreur veiligheid als hoogste maatschappelijke wens voeren. Ze ziet het ‘veiligheidsmanagement’ van toen zelfs als bakermat van de huidige collectieve Europese veiligheid, eerder dan de economische belangen die 150 jaar later de EU onderstutten. De Graaf benadert de Restauratie als een positieve tijd waarin na een periode van ellende, revolutie en oorlog de Europese leiders hun volkeren stabiliteit brachten. De roze bril ontmoet kritiek in NRC.
Wat waren uw beste keuzes?
‘Stoppen met mijn studie Natuurkunde en Duits en Geschiedenis gaan studeren, terwijl iedereen zei dat er geen droog brood mee te verdienen zou zijn. En naar het buitenland gaan: Berlijn, Dresden, Washington, Italië. En verder? Om met mijn man een gezin te beginnen.’
U verdient nu meer dan droog brood?
‘Het klinkt stom dat ik met mijn vaste aanstelling als hoogleraar m’n salaris niet weet. Maar ik ben vrij jong, daarom ben ik laag ingeschaald.’
En de optredens en boekenverkoop?
‘Ja, maar die laat ik meestal in een potje voor de universiteit betalen, voor onderzoek. Voor dit boek heb ik nog geen afspraak gemaakt. Uitgever Prometheus financierde de vertaling, die gaat nu af van de royalties, toch wel meer dan 20.000 euro.’
U heeft geen hebzucht, heeft u wel andere ondeugden?
‘Ik ben verschrikkelijk ongeduldig. Tot m’n grote spijt ben ik daardoor soms wat kort door de bocht tegen anderen. En dan heb ik niet meteen door dat iemand voelt dat er over hem heen gewalst is. Dat vind ik heel erg, dat ik dat niet altijd aanvoel. Ik eis heel veel van mezelf en van anderen.’
‘Ik vind het heel normaal dat je doorwerkt in de avond, maar ik moet leren accepteren dat niet van andere mensen te verwachten. Daar staat tegenover dat ik van goede leermeesters heb geleerd dat je altijd bereid moet zijn op je schreden terug te keren, en de minste moet durven te zijn. Soms moet je toegeven dat je iemand iets aangedaan hebt.’
Fotografie: Marjolein Vinkenoog
