Werkgevers/
Werknemers
Hoe scoor jij in de tienkamp van je carrière?
Werk en carriere8 min lezen

Hoe scoor jij in de tienkamp van je carrière?

De ene loopbaan staat er beter voor dan de andere. Zit jij op olympisch niveau, of ben je een amateur voor wie het hoogste podium ver weg is? Hardlopers zijn doodlopers, maar je moet het initiatief niet uit handen geven. Doorloop deze tienkamp en weet waar je staat.


1. 100 meter: hardlopers en doodlopers

In de oorspronkelijke Coopertest, bedacht door Kenneth Cooper in de jaren zestig als astronautentest, moet je zo veel mogelijk meters lopen in 12 minuten. Als twintiger moet je minstens 2.800 meter afleggen (als dertiger 2.700 meter, het verval is traag maar onvermijdelijk) om bij de toppers te horen. Maar hardlopers (sprinters) zijn doodlopers. Als jij direct na je studie te hoog in de boom zit in een leidinggevende functie, neemt niemand je serieus en loop je behoorlijke schade op. Probeer niet de succesvolste debutant ooit op jouw afdeling te zijn. Banen voor het leven bestaan niet meer, maar je hebt echt wel even de tijd om je stempel te drukken. Bovendien moet je door tot 67, dus...

2. Verspringen: geen botsing maar dynamiek

Soms heb je geen last van een glazen plafond, maar van een plakkerig tapijt: je wilt verder, maar iets houdt je tegen. Het is makkelijk om dan de schuld aan je chef te geven, aan de bazen van boven of je energie opslokkende partner (plafond), maar vaak heeft het meer met eigen schroom te maken om je eigen kwaliteiten te etaleren (tapijt). Veiliger is het om je huidige werkzaamheden te perfectioneren. Dan is een grote sprong voorwaarts heel gezond. Bob Beamon sprong in 1968 in Mexico een onmogelijk geachte 8,90 meter. Het zou 23 jaar duren voordat Mike Powell 5 centimeter verder kwam. Stel jezelf een onmogelijk doel, laat je niet afleiden en begin gewoon om dat te bereiken. Spring over al die details heen en sla je slag.

Hoe scoor jij in de tienkamp van je carrière? 5

3. Kogelstoten: sla eerst, dan win je

Nee, het toppunt van elegantie is het kogelstoten niet. Toch komen deze buitenbeentjes heel ver met hun ongegeneerde brute kracht. Wij Nederlanders zijn van het polderen, het overleggen. Liefst een collega in de cc-mail zetten, voordat we stappen ondernemen. Maar zonder drammen bereik je niets. Deel een beuk uit, neem een voorbeeld aan al die Britse en Amerikaanse series over veldslagen op de werkvloer: sla eerst, dan win je altijd. Oefen met een bruut voorstel of knetterharde analyse, kijken wat er gebeurt. Jij wordt overwinnaar op het slagveld!

4. Hoogspringen: doorbreek de tunnelvisie

‘Ik heb de techniek eigenlijk uitgevonden om niet langer laatste te zijn. Ik was de slechtste van onze ploeg en ik was dat beu.’ Dick Fosbury baalde ervan dat hij niet mee kon komen met de traditionele hoogspringtechniek, de ‘roll-over’. Dus besloot hij een nieuwe techniek naar zijn hand te zetten, en vond de sprong achterover uit, waarmee hij in 1968 opeens goud won in Mexico. Sindsdien springt iedereen de ‘Fosbury Flop’. Mensen hebben de neiging in herhaling te vallen. Durf de routine, de tunnelvisie te doorbreken en je kunt ver komen. Doodeng, maar de beloning is er dan ook naar. Heb je nog niets gevonden? Even doorzetten. Komt goed met die carrièrejump.

5. 400 meter: gunfactor maximaliseren

Wat de 1.500 meter is voor het schaatsen, is de 400 meter voor hardlopen: geen sprint, geen lange afstand. Je gaat sowieso dood aan het eind. Bovendien komt dit onderdeel aan het eind van de dag van een traditionele tienkamp. Ja, hardlopers zijn doodlopers. Hier kun jij bewijzen dat je meer doorzettingsvermogen hebt. Als jij met een voorstel komt ter verandering, zal de oude garde tegenstribbelen. Versnel, zorg dat je al wat contacten hebt bij het middenkader, dan kun je uithijgen met je overwinning. Heb jij nog weinig punten gescoord? Werk dan eerst aan je gunfactor bij het midden-echelon, dan komt het zoet der victorie later.

6. 110 meter horden: timing is alles

Start van dag 2 van de tienkamp. Direct een supertechnisch nummer. Hardlopen kan iedereen, hordes omver bulldozeren ook, maar daar heb je niets aan in dit geval. Timing is alles. Het stappenritme, de sprong over de horden, er kan heel veel fout gaan. Elke carrière kent haar technisch moeilijke fasen. Je moet jezelf bewijzen met een hoogstandje, om te zorgen dat mensen je opmerken. Doe je het te snel, dan ben je een uitslover. Te laat, dan loop je achter de troepen aan. Troost: je hoeft niet absolute perfectie te halen om te winnen. Gregory Sedoc is ‘slechts’ Europees Kampioen geworden op dit onderdeel, maar laat tegenwoordig op tv zien dat hij met zijn lange wimpers, perfecte pakken (het blad Esquire is dol op hem) en aangename dictie ook op een ander vlak kan scoren. Kwestie van timing.

7. Discuswerpen: liegen loont

Ria Stalman werd in 1984 olympisch kampioen discuswerpen. Decennia later gaf ze toe flink uit de dopingpot te hebben geslikt. De atlete moest de nodige titels inleveren, maar die olympische plak uit Los Angeles heeft ze nog. Met andere woorden: liegen loont. Altijd de brave hendrik uithangen gaat collega’s irriteren, een leugentje om bestwil verhoogt de solidariteit. Natuurlijk moet je niet de boel frauderen (behalve als je bij de ING werkt), maar creatief omgaan met de waarheid brengt je een stuk verder.

Hoe scoor jij in de tienkamp van je carrière? 7

8. Polsstokhoogspringen: flexibel verlies accepteren

Nog zo’n onmogelijk technisch nummer. Zo lastig, dat slechts enkelen excelleren. Zo heeft Sergei Boebka 31 keer het wereldrecord verbeterd. Hij was de eerste die over 6.10 meter ging. De concurrenten keken jarenlang machteloos toe (ook omdat Boebka bij elk wereldrecord weer een ton incasseerde). Beetje zoals bij Federer in zijn beste tennisjaren. Soms heb je op de werkvloer een concurrent die gelijktijdig is gearriveerd, maar altijd net eerder die salarisverhoging voor je neus wegkaapt. Als dit te lang duurt en je zit elkaar in de weg, moet je flexibel je verlies pakken en om je heen kijken. Niets mis met horizontaal verkassen naar een andere functie.

9. Speerwerpen: alles in balans

Balans is alles bij speerwerpen. ‘Hoe train je elasticiteit zonder de spieren te veel te belasten? Balans en goede coördinatie zijn belangrijk om goed te kunnen spelen met de weersomstandigheden’, vertelt de vader van een Nederlands sporttalent dat ooit de Olympische Spelen hoopt te halen. Bij het beoordelen van je carrière hoort ook het kijken naar de werk-privébalans. Behoud elasticiteit, kies niet krampachtig voor 60 uur per week, alhoewel parttimen ook niet alles is, zeker niet als je wat wilt met je loopbaan. Belangrijk om doeltreffend te blijven: schakel op tijd social media uit als je thuis bent. Jammer van die Amerikaanse boss: vrij is vrij.

10. 1.500 meter: de salaris-eindspurt

Aan het eind van de tienkamp wacht de 1.500 meter. Welke sadist heeft dit bedacht? Strompelend komen sommige atleten over de eindstreep. Als brandweermensen die te veel asbest (of bankiers hun Colombiaanse sneeuw) hebben gesnoven, kan de eindsprint net te ver zijn. Misschien voorbarig voor een twintiger/dertiger, maar het pensioen is dichterbij dan de eindejaarsbonus. Regel je zaakjes zo goed mogelijk, zodat je onbezorgd over de finish komt. Geld maakt niet gelukkig, maar het helpt wel. Voor een daverend eindschot van je carrière moet je met veel uithoudingsvermogen de nodige hindernissen overwinnen. Zoals de Vlaamse tienkamper Tomas Van der Plaetsen, die na het overleven van kanker zich nu vol op de tienkampmedailles richt.

Hoe scoor jij in de tienkamp van je carrière? 16

Afbeelding van de auteur

Dirk Koppes