Werkgevers/
Werknemers
Van kantoorstress naar ambachtelijke voldoening
Werk en carriere8 min lezen

Van kantoorstress naar ambachtelijke voldoening

Sommige mensen zijn het kantoorleven zat en kiezen een ambacht. En waarom niet? Er zijn de komende jaren honderdduizenden mensen nodig.


De hele dag naar beeldschermen turen, je werk mee naar huis nemen, altijd en overal bereikbaar zijn, kantoorpolitiek … Sommige mensen zijn het zat en kiezen eerlijker werk, zonder gedoe. En waarom niet? Er zijn de komende jaren honderdduizenden ambachtslieden nodig.

Inaria Kaisiëpo werkte als directiesecretaresse van een beursgenoteerd bedrijf. Ze maakte lange dagen, was altijd bezig, had nooit eens haar werk echt af, en kwam ’s avonds om 19:30 uur thuis. ‘Altijd te laat om met het gezin te eten, maar net op tijd om te helpen de jongsten in bed te leggen en ze een nachtkus te geven’, verzucht ze. In het jaar dat haar kleinste 4 werd en naar school zou gaan, vroeg zij zich serieus af waarom ze zich voor een ander zou uitsloven en de mooiste tijd met haar dierbaren zou inleveren.

Toen ontmoette ze Hilde Backus, psycholoog/wandelcoach van Het Coach Bureau. Backus neemt mensen mee de buitenlucht in om ze al wandelend tot nieuwe carrière-inzichten te brengen. Kaisiëpo leerde zo haar ideale toekomstscenario te visualiseren en hoe ze daar naartoe kon werken. Nu exploiteert zij het lunchcafé in Molen de Ster in Utrecht en zegt: ‘Ik heb er geen dag spijt van gehad.’

Bullshitbaan

Backus komt vaak mensen tegen die hun baan niet meer vinden passen. De redenen: stress, overwerken, moe, betekenisloos werken. ‘Ze zeggen dingen als: “Ik verdien geld, maar ik sta niet achter de missie van dit bedrijf”, of: “Ik draai de hoogste omzet, maar vind mijn werk vreselijk.” Dat leidt soms tot een burn-out.’

Sommige van die ongelukkige werknemers switchen niet gelijk van baan, maar komen bijvoorbeeld eerst terecht bij de Openbare WerkPlaats in Amsterdam, waar ze hout of metaal kunnen bewerken. Medeoprichter Remco van der Vecht: ‘Wat we veel tegenkomen zijn mensen die de hele dag bezig zijn met hun hoofd of een beeldscherm, en die dan heel gelukkig worden om eens iets met hun handen te doen. Een aantal geeft zelf ook aan dat ze een bullshitbaan hebben die niets echt bijdraagt aan de wereld. Het idee dat ze fysiek iets maken geeft meer voldoening.’

Pannenkoekenhuis

De behoefte aan eerlijke handenarbeid is merkbaar bij het Centrum voor Ambachtseconomie (CvAE), waar marketing- en communicatiespecialist Mascha Scholten zegt: ‘Het is een veelgehoorde reden om voor een ambachtelijk beroep te kiezen. Mensen willen iets tastbaars creëren en bijdragen aan een duurzame samenleving. Als ambachtsman of -vrouw doe je dat bij uitstek. Dat je in een ambacht meestal als zelfstandig ondernemer werkt, spreekt mensen ook aan.’

Backus zag al talloze voorbeelden van overstappers tijdens haar wandelcoachtraject ‘Ontdek je Talent’, zoals de consultant die meubels ging opknappen of de psycholoog die van een pannenkoekenhuis droomde. ‘Lekker simpel en mensen blij maken.’ Niet iedereen volgt echter die droom. Ze zag een IT-consultant die gitaren bouwde en daar een opleiding voor wilde volgen in de VS. ‘Hij deed dat toch niet. Durfde de stap niet te maken.’

Backus: ‘Sommige mensen dromen en dromen en doen niets. Je moet dus wel stappen zetten om het werkelijk uit te zoeken.’ Haar tip: ‘Deel je de droom op in kleine acties. Mensen denken soms alleen aan het eindpunt en willen dat vlot voor elkaar hebben. De bouw van een eigen bedrijf duurt zeker een jaar, een nieuwe baan kan soms ook een tussenbaan vergen, en een opleiding.’

Gewoon springen

Een financiële buffer en een realistisch tijdpad zijn cruciaal. Evenals doorzettingsvermogen en lef, want Backus ziet ook mensen die wel spaargeld hebben, maar het niet durven aan te spreken en toch weer terugkeren naar een baan. Voor Kaisiëpo had de overstap naar een eigen avontuur zeker ook risico’s. ‘Maar ik vond het niet griezelig omdat mensen om mij heen er vertrouwen in hadden. Dat is heel belangrijk. Een tante zei: je moet gewoon springen en kijken waar je uitkomt. Dat was wel een van de momenten waarop ik dacht: nu of nooit.’

Mensen die net als Kaisiëpo echt de overstap maken naar een andere loopbaan, vormen een minderheid bij de Openbare WerkPlaats, maar ze zijn er wel degelijk. Hun succes wordt vooral bepaald door hun snelheid van werken, aldus Van der Vecht. ‘Alleen mooie dingen maken is niet genoeg. Je moet er niet te veel tijd aan blijven besteden, anders kun je er niet mee verdienen. Daar zie je goed het verschil tussen overstappers en mensen die al op school voor een ambacht hebben geleerd.’

Hoofd borrelt, handen jeuken

Remco van der Vecht was voorheen technisch bedrijfskundige, socioloog en docent hbo, en startte later de Openbare WerkPlaats in Amsterdam: ‘Ik besefte dat ik niet geschikt ben om in een grote organisatie te werken. Het gaat daar om geld en politiek, niet om de klant of de werknemer. Daarom ben ik gestopt en gaan zoeken naar wat ik echt leuk vond.’

Paula Zijlstra had beleidsmatige en leidinggevende functies in de zorg, en maakt nu tassen: ‘Onder andere door mijn coachingstraject bij Hilde Backus is mij helder geworden dat alleen werken met mijn hoofd mij niet het gelukkigst maakt, ondanks dat ik academisch geschoold ben. Mijn passie ligt bij het vervaardigen van duurzaam moois. Het ontwerpproces, en dus ook wel het denkproces, vind ik prachtig en geeft mij energie.’

Pianostemmers

Dat zo’n overstap zich niet gelijk terugbetaalt in euro’s ondervond Paula Zijlstra. Zij werkte in verschillende functies in de zorg, zowel cliëntgebonden als beleidsmatig en leidinggevend. Tegenwoordig maakt ze duurzame tassen onder de naam Studio Doris. ‘Het was zeker een spannende stap die niet volledig heeft uitgepakt zoals ik droomde. Ik heb een poos geprobeerd om hier een volledig inkomen uit te halen, maar dit is me niet gelukt. Ik combineer mijn studio met het werken in de GGZ.’

Ondanks de hindernissen keren weinig switchers terug naar hun oude job, observeert Backus. ‘Soms als iets niet lukt zijn ze toch heel blij met de ervaring. Ze zijn ook blij dat het nare werk is afgelopen.’ Over gebrek aan werk hoeven de ambachtslieden in de dop zich in ieder geval geen te zorgen te maken, moedigt Scholten aan (zie ook kader). ‘Er is vraag naar meubelstoffeerders, rietdekkers, pianostemmers, straatmakers, noem maar op. In het kleinschalig ambacht zijn er volop beroepen waarmee je kunt voorzien in je eigen broodwinning.


Afbeelding van de auteur

Robert Heeg

Freelance Journalist

Specialist in arbeidsmarkttrends & persoonlijke ontwikkeling