Werkgevers/
Werknemers
Rechter Korthals Altes: ‘Inlevingsvermogen is het belangrijkst’
Werk en carriere8 min lezen

Rechter Korthals Altes: ‘Inlevingsvermogen is het belangrijkst’

Als het aan Willem Korthals Altes (67) ligt, gaat hij nog lang niet met pensioen. Hij vertelt over zijn passie en zijn beste vakgenoten.


Senior rechter Korthals Altes stond onlangs paginagroot in NRC Handelsblad vanwege zijn plan om de Nederlandse staat voor de rechter te dagen wegens leeftijdsdiscriminatie. Een paar jaar geleden besefte hij dat zijn zeventigste verjaardag langzaam dichterbij komt. En in Nederland betekent dat voor rechters dat je met pensioen gaat. Maar Korthals Altes wil nog lang niet stoppen met werken: 'Daarvoor vind ik mijn werk veel te leuk en bovendien zijn oudere rechters zoals ik hard nodig, er is momenteel zelfs een tekort aan ervaren rechters.'

Dus heeft hij er werk van gemaakt: eerst lobbyen, toen een brief aan de minister. Als dat niets oplevert, zal hij met zijn advocaat een procedure starten. Korthals Altes: 'Artsen en advocaten mogen bijvoorbeeld - volgens de wet - zelf bepalen wanneer ze stoppen met werken. Waarom zou dat niet ook voor rechters kunnen gelden? Het is een verouderde wet die discrimineert op grond van leeftijd.' Dat Korthals Altes passie voor zijn vak heeft, kan dus met recht gezegd worden. Wie of wat inspireerden en inspireren hem bij het uitoefenen van zijn vak?

Wat deed u beslissen om rechter te worden?

'Toen ik advocaat was, merkte ik dat ik er niet zo goed in was om door dik en dun voor de belangen van één partij te gaan en dat ik meer naar een - redelijke - oplossing van het geschil zocht. Ik realiseerde mij dat ik meer geschikt zou zijn als rechter.'

Wat heeft u van vakgenoten geleerd?

'Tijdens mijn studie tot rechter heb ik veel geleerd van Evelien van Schaardenburg-Louwe Kooijmans - rechter en voormalig vicepresident van de rechtbank Amsterdam - en Adriaan Kist, oud-rechter. Niet alleen over de inhoud van het civiele recht, maar vooral hoe je moet optreden in een zitting. Hoe ga je met de verschillende partijen om en hoe schrijf je een vonnis? Van hen en door de jaren heen heb ik geleerd dat inlevingsvermogen de belangrijkste vaardigheid is. Je moet met heel diverse mensen - met welke achtergrond dan ook - goede gesprekken kunnen voeren, uiteraard zonder vooringenomen te zijn.'

Hoe belangrijk is die interactie met partijen? Draait het niet vooral om de feiten?

'Die interactie is de laatste vijftien jaar steeds belangrijker geworden. Rechters zijn actiever bezig om tot een schikking te komen bij civiele zaken - dus geschillen tussen personen en bedrijven. Bij een schikking komen de partijen onderling tot een oplossing en wordt er geen vonnis uitgesproken. Dat heeft de voorkeur, omdat het geschil dan uit de wereld is geholpen en beide partijen achter de oplossing staan. Bij een vonnis kan een partij nog in hoger beroep en bestaat de kans dat het geschil blijft voortslepen.

Natuurlijk moet de rechter van alle feiten op de hoogte zijn. Maar in plaats van de dossiers te lezen en een vonnis te schrijven, neemt de rechter nu ook de rol van mediator op zich om de partijen zelf tot een oplossing te bewegen. Die rol vergt behoorlijk wat communicatieve vaardigheden. Dat leer je in de loop van de tijd. En om nog maar even terug te komen op de leeftijdskwestie: je ziet dat de oudere rechters in deze rol van mediator profijt hebben van hun ervaring en het natuurlijk gezag door hun leeftijd.'

Wie of wat inspireert u als rechter?

'Wat mij drijft is nieuwsgierigheid. Ik kom in aanraking met zaken die ik in mijn dagelijks leven nooit zou tegenkomen. Dat is helemaal zo met strafzaken: waarom doet iemand zoiets? Het is mijn taak om dit uitgelegd te krijgen, zodat het begrijpelijker wordt. Daarbij worden regelmatig psychologen en psychiaters ingeschakeld die psychologisch onderzoek doen. Dit nemen wij als advies mee. Wanneer het gaat om een strafzaak waarbij meer dan een jaar gevangenisstraf op het spel staat, en bij principiële zaken die maatschappelijk zwaarwegend zijn, voer je het onderzoek met meerdere rechters. Dat levert veel inspirerende discussies op.

Ik raad iedereen die geïnteresseerd is in het strafrecht, het boek Cesare Beccaria - 250 jaar over misdaden en straffen van Dirk Verhofstadt aan. Het gaat over de Italiaanse filosoof en politicus Cesare Beccaria, die in de achttiende eeuw - de tijd van martelingen - een boek schreef over hoe het strafrecht moest veranderen. Hij was zijn tijd ver vooruit, hij zei al dat martelen niet helpt om mensen de waarheid te laten spreken. Veel van zijn ideeën zijn nu de realiteit in het strafrecht. Het boek laat zien hoe ons huidige strafrecht tot stand is gekomen.'

Wat is de laatste trend binnen het vakgebied van het recht en hoe gaat u daarmee om?

'Dat is eigenlijk een algemene trend: namelijk de huidige gewoonte van veel - publieke - mensen om supersnel, ondoordacht in de openbaarheid te reageren en te publiceren. Kijk naar Trump. Als rechters voeren wij veel discussies over de snelheid waarmee gereageerd wordt op onze vonnissen, vanuit de maatschappij. En de manier waarop er gereageerd wordt. Dat een Kamerlid bijvoorbeeld via Twitter op een vonnis reageert, en hoe je daar als rechter mee omgaat. Als iets uit zijn verband wordt getrokken, wil je dat natuurlijk graag rechtzetten. Maar ons standpunt is: dat gebeurt nou eenmaal, niets van aantrekken.

Het allerbelangrijkst is dat je je als rechter niet laat meeslepen in een discussie over een vonnis. Je mag als rechter wel tweeten, maar nooit iets ondoordacht in de openbaarheid slingeren. Er zijn nu bij rechtbanken ook persvoorlichters die reageren op vragen over vonnissen, zodat rechters dat niet hoeven te doen. Die oppassendheid staat haaks op hoe de maatschappij nu werkt. Een heel inspirerende schrijver op dit gebied is Egbert Dommering, hij schreef het boek Het verschil van mening, over de vrijheid van meningsuiting. Want is de democratie echt beter af nu iedereen, in het openbaar, ongeremd alles roept wat in hem opkomt?'

Heeft u nog een belangrijke les, van een vakgenoot of van uzelf?

'Wat ik me steeds meer ben gaan realiseren is het belang van een goede uitleg aan de verliezende partij, waarom hij of zij de zaak heeft verloren. De winnende partij kijkt alleen naar het resultaat en is blij. Het is zaak om ervoor te zorgen dat de verliezende partij begrijpt wat de redenen zijn voor het verlies, ook al is hij of zij het er niet mee eens. Lees je vonnis dus altijd na, en lees het vanuit het perspectief van de verliezer. Zou die het snappen? Weer een kwestie van inlevingsvermogen ...'

Informatie

De beste in mijn vak

In deze rubriek interviewen we bekende Nederlandse professionals over de vakgenoten die zij bewonderen.


Afbeelding van de auteur

Astrid van den Brandhof