Werkgevers/
Werknemers
Ook leerlingen voelen werkdruk: ‘Kinderen moeten zich wapenen tegen stress’
Werk en carriere5 min lezen

Ook leerlingen voelen werkdruk: ‘Kinderen moeten zich wapenen tegen stress’

Oud-schaatsster Sandra Voetelink schreef een boek om leraren met stress te laten omgaan en dat vervolgens over te brengen op leerlingen.


Vorig weekend werd bekend dat het kabinet vanaf half januari schoolbesturen van vijftig basisscholen 8.000 euro per bestuur geeft om de werkdruk aan te pakken. Scholen mogen zelf bepalen waar ze de subsidie voor inzetten, want ‘scholen weten zelf het beste wat ze nodig hebben om de werkdruk tegen te gaan’, aldus minister van Onderwijs Arie Slob (CU).

Voorwaarde voor de subsidie is dat de leraren bij de plannen moeten worden betrokken. Enkele manieren om werkdruk tegen te gaan zijn een begeleider inhuren die helpt taken anders te organiseren, het inkopen van software of vergadertrainingen.

Maar misschien kiezen sommige scholen ook wel voor een cursus stressloos leren. Dat zou Sandra Voetelink, schrijfster van het boek Stressloos leren - De weg naar optimale talentontwikkeling, wel aanspreken. De voormalig topschaatsster legde zich na haar sportcarrière toe op coaching van leraren in het verminderen van stress en het laten ontwikkelen van talenten. Haar onlangs verschenen boek is speciaal voor leraren en leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs. ‘Maar eigenlijk is het inzetbaar voor alle leeftijden.’

Stressklachten bij leerlingen

Dat leraren onder stress en werkdruk lijden is geen nieuws, maar dat ook leerlingen zich vaak gestrest voelen is iets dat Voetelink zich pas in de schoolcarrière van haar kinderen opviel. ‘Ik zie het nu al jaren bij leerlingen. Geen enkele leerling is helemaal gemiddeld. Het geeft meer dan gemiddelde stress als je er niet helemaal bij hoort. En als je last hebt van stressklachten, komt je talent niet optimaal tot ontwikkeling.’

Ze zag dat leerkrachten zelf ook niet altijd in helemaal balans waren. ‘Dat werkt door naar leerlingen. Je spiegelt namelijk naar elkaar. Eerst moeten wij stressloos worden en dan de leerlingen.’

Stressklachten bij kinderen ontstaan bijvoorbeeld rond de Cito-toets. ‘Ze hebben last van faalangst, worden sneller boos, angstig of verdrietig of hebben al stress als de tafels voor een toets uit elkaar worden gezet. Als je niet lekker in je vel zit als er toetsen aankomen, kun je niet laten zien wat je eigenlijk in je mars hebt, en dat kan weer leiden tot een negatiever zelfbeeld.’

Ook mensen in het onderwijs merken een toename van deze stressklachten. ‘Een kind met stressklachten moet dan naar een coach. Het is echt een probleem.’

Balans vinden

Voetelink ontwikkelde een methode om hier iets aan doen. ‘Kinderen moeten zich preventief wapenen tegen stress en leren hoe ze tot rust kunnen komen en beter kunnen omgaan met prikkels in de maatschappij.’

Voor haar boek putte Voetelink uit haar ervaringen als topsporter. Ze presteerde erg goed als junior, maar aan de top ging het minder. Ze kreeg er veel vragen over en begon zich te interesseren voor de vraag hoe je tot optimale talentontwikkeling komt. ‘Mijn eigen kinderen bleken sneller te leren dan gemiddeld. Dat gaf problemen op school, maar dat gold ook voor kinderen met dyslexie of ADHD. Je krijgt daar last van, want je hoort dan niet bij de groep.’

In het boek hanteert ze haar hartkrachtmodel om jezelf als persoon te versterken. ‘Het gaat allemaal om het vinden van balans. In het boek staan een aantal lessen. Als je die volgt, kom je al een heel eind. Ze leren: wie ben ik, ben ik in balans, ken ik mezelf, wat is mijn weg?’

Talent ontwikkelt zich dan beter, omdat je beter in je vel zit. Je moet eerst weten wat jij wilt, en niet wat de maatschappij wil. ‘We gaan mee met de race en raken ermee besmet, maar vaker rustmomenten nemen en naar onszelf luisteren doen we niet. Mijn doel is dat we daar vaker bij stilstaan.’

De balans tussen structuur en vrijheid en tussen inspanning en ontspanning is belangrijk, stelt Voetelink. ‘Eigenlijk geldt dat op elk vlak. En voor ieder afzonderlijk kind is die balans weer anders. Dat is een uitdaging voor een leraar.’

Leraren kunnen de verschillende oefeningen inpassen in hun lesprogramma. Zij willen ook wel aan het stressloos leren, maar Voetelink merkt dat het heel moeilijk is om verandering in te zetten. ‘Het gaat zoals het gaat. Ik zou graag lessen op pabo’s geven, want dan werk je met beginnende leraren en die leren dan al naar zichzelf kijken.’

Ze denkt dat de methode ook in andere sectoren werkt: ‘Ik ben uitgekomen op onderwijs, maar voor elke organisatie zou dit goed zijn.’


Afbeelding van de auteur

Wouter Boonstra