Werkgevers/
Werknemers
'Heel betoog niet nodig': dit kunnen omstanders doen bij wangedrag

'Heel betoog niet nodig': dit kunnen omstanders doen bij wangedrag

Uit het rapport over wangedrag bij de publieke omroepen bleek opnieuw hoe collega’s kunnen bevriezen als ze getuige zijn van grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Hoe komt dat, en hoe kunnen omstanders wél ingrijpen?


Met de titel Niets gezien, niets gehoord en niets gedaan lijkt het rapport van de Commissie-Van Rijn niet alleen omroepbazen en andere eindverantwoordelijken aan te spreken, maar ook de collega’s op de redactievloer. Want omstanders, die getuige waren van het wangedrag bij de NPO, grepen doorgaans niet in.

Wat maakt dat mensen niets doen als ze zien hoe medewerkers worden uitgescholden, geïntimideerd of zelfs fysiek worden aangevallen? En hoe kunnen omstanders wél iets zeggen of doen?

Volgens Hanneke Felten, onderzoeker bij het kennisinstituut voor sociale vraagstukken Movisie, is het gedrag van omstanders van grote invloed – ook als zij zich afzijdig houden: ‘Wie iets van grensoverschrijdend gedrag zegt, stelt een norm. Maar wie niets zegt, doet dat net zo goed: daarmee zeg je dat het gedrag kennelijk normaal is.’

Onbenut potentieel

Omstanders vormen een onbenut potentieel in de aanpak van het probleem, zegt sociaal psycholoog Kees van den Bos (Universiteit Utrecht): ‘Uit recente rapporten spreekt de hoop dat organisaties een beroep kunnen doen op de kracht van medewerkers. Als een presentator bij de publieke omroep een collega uitkaffert en de hele redactie eromheen staat, is er genoeg sociaal kapitaal en denkkracht aanwezig om te zeggen: wacht even, dit gaat niet goed. We grijpen in.’

Toch worden omstanders in zulke gevallen vaak lamgelegd door wat het bystandereffect wordt genoemd: door de aanwezigheid van anderen zijn mensen minder geneigd om in actie te komen. Dat niemand iets doet, komt onder meer door een spreiding van verantwoordelijkheid, legt Van den Bos uit: ‘Op het moment dat het grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt, ben je licht verbijsterd en kijk je naar wat anderen doen. Je collega’s ervaren precies hetzelfde. Daarnaast zijn mensen in dit soort situaties vaak erg geremd. Ook willen ze zich vaak conformeren: bij de groep horen en niet voor gek staan.’

Grensoverschrijdend gedrag, zoals een discriminerende opmerking, wordt ook niet door iedereen als zodanig gezien, zegt Felten van Movisie. En zelfs als collega’s het gedrag herkennen als grensoverschrijdend, kunnen ze verschillende redenen hebben om niet in te grijpen. ‘Omstanders willen hun goede relatie met de pleger behouden, of zijn bang dat ingrijpen hun carrière schaadt. Als je door in te grijpen zelf negatief bejegend wordt of je baan verliest, dan wordt het lastig.’

'Heel betoog niet nodig': dit kunnen omstanders doen bij wangedrag 8

Drempel ligt laag

De drempel voor omstanders om iets te zeggen of te doen ligt echter niet heel hoog, zegt Felten. ‘Je hoeft geen heel betoog in je hoofd te hebben over wat je gaat zeggen. Een vraag als: ‘Sorry, maar wat zeg jij nou?’ is voldoende om een pleger met zijn eigen woorden te confronteren. Stel niet te hogen eisen, maar zeg vooral íéts.’

Het is ook belangrijk, zegt Felten, om in te grijpen op een manier die aansluit bij de context. ‘Op de werkvloer kun je iemand aanspreken op de professionele setting: ‘Dit is niet de manier waarop wij op het werk met elkaar omgaan.’’

Een omstander doet er daarnaast goed aan de pleger aan te spreken op zijn eigen waarden, vindt Felten: ‘Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ken jou als iemand die gelijkheid belangrijk vindt. Deze opmerking vind ik daar niet bij passen.’ Op die manier maak je duidelijk dat de pleger dit gedrag ook niet zou moeten willen.

Het kan zelfs genoeg zijn een korte stilte laten vallen en iemand aan te kijken, zegt Saskia Daru, senior projectleider sociale veiligheid bij Movisie: ‘Met kleine stapjes is het voor omstanders echt goed te doen.’

Ergens op terugkomen

Niet iedereen heeft de tegenwoordigheid van geest om op het moment zelf in te grijpen. Volgens sociaal psycholoog Van den Bos kunnen omstanders over de initiële remming komen door zich voor te bereiden op het onverwachte. Dat maakt de kans groter dat zij het wangedrag op het moment zelf signaleren.

Tegelijkertijd is het niet gek om de pleger er later nog op aan te spreken, zegt Daru. ‘Als iemand een discriminerende opmerking heeft gemaakt en je later bij de koffieautomaat op de pleger afstapt, heb je het voordeel dat je even hebt kunnen nadenken over wat je gaat zeggen.’

Achteraf een klacht indienen of melding maken bij leidinggevenden behoort ook tot de mogelijkheden, zegt Daru. Een onveilige werksfeer gaat immers verder dan een enkele grap of opmerking. ’Seksisme, racisme en ander grensoverschrijdend gedrag hebben als doel iemand op zijn of haar plaats te houden. Het gaat over macht en over de verhoudingen in de organisatie en in onze maatschappij.’ Ze adviseert wel eerst te overleggen met het slachtoffer voordat je het hogerop zoekt.

Hoewel omstanders een positieve rol kunnen vervullen, ligt de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij leidinggevenden en bestuurders, benadrukken de deskundigen. Daru: ‘Je moet medewerkers een structuur bieden waarin het mogelijk is om iets te zeggen van grensoverschrijdend gedrag en elkaar daar regelmatig aan te herinneren. Dat voorkomt ook die spreiding van verantwoordelijkheid. Ingrijpen is een taak van ons allemaal.’

LinkedIn

Verrijk je professionele netwerk en blijf op de hoogte van de nieuwste arbeidsontwikkelingen en zakelijke inzichten door ons te volgen op LinkedIn!


Afbeelding van de auteur

Tim Igor Snijders