
Parttimers zitten niet (meer) te wachten op extra uren
Voor het eerst zijn er minder werklozen dan voor de crisis. Dat vertaalt zich ook naar de wensen van parttimers. Vergeleken met vijf jaar geleden staan die niet meer te springen om extra uren te werken, blijkt uit cijfers van het CBS.
Werkgevers keren zich graag tot hun parttimers als er dringend meer personeel nodig is, schrijft AD Werkt. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) legt uit: ‘Als de nood hoog is, is het redelijk makkelijk om mensen die al bij je bedrijf werken, te vragen of ze meer uren willen werken. Je hoeft ze niet op te leiden, ze kennen het bedrijf en je weet wat je eraan hebt. Die bron raakt langzaam uitgeput.’
Uit CBS-onderzoek blijkt dat in 2014 nog 583.000 deeltijders meer uren wilden werken. In 2018 waren dit er nog 382.000. Van Mulligen: ‘Dat hangt vooral samen met het feit dat het overal op de arbeidsmarkt beter gaat. Als de werkloosheid daalt, neemt het aantal beschikbare mensen op de arbeidsmarkt af.’
Wat precies de reden is waarom deeltijders geen extra uren willen werken, is niet duidelijk. ‘We weten wel waarom mensen niet willen werken: omdat ze gepensioneerd zijn, op school zitten, voor het huishouden zorgen of ziek zijn. Waarschijnlijk gaat het hier om vergelijkbare redenen. De zorg voor het gezin kan van invloed zijn op het aantal uren van deeltijders.’
De bereidheid van parttimers om meer te werken, speelt vooral nog in sectoren waar veel mensen al in deeltijd werken, vertelt Van Mulligen. ‘In beroepen waar veel mensen in deeltijd werken, zijn relatief ook veel mensen die meer uren willen werken. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen met een dienstverlenend of creatief beroep. Deeltijdmanagers daarentegen willen zelden meer uren werken. Als het een bewuste keuze is om minder te werken, is er weinig behoefte om alsnog meer uren te maken.’
:focal(2175x2417:2176x2418)&w=256&q=75)