:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Wonen en werken op Antarctica: ‘Hard werken en zondag skiën’
Nederland heeft sinds 2013 een permanent lab op Antarctica. Twee poolonderzoekers vertellen hoe het is om op Antarctica te wonen en werken.
Het Nederlandse laboratorium bevindt zich op de basis Rothera van de Britten; het British Antarctic Survey. De Nederlanders maken gebruik van alle faciliteiten hier. Op de basis verblijven in de zomer - van november tot april - zo'n honderd tot honderdtwintig mensen en in de winter rond de twintig mensen. Inmiddels hebben tientallen Nederlandse wetenschappers een periode - meestal tussen de drie en zeven maanden - doorgebracht op Antarctica.
Gemma Kulk en Patrick Rozema hebben beiden tweemaal een periode doorgebracht op deZuidpool. Patrick ging voor zijn promotieonderzoek bij de Rijksuniversiteit Groningen in de zomers van 2013 (drie maanden) en 2013-2014 (vier maanden). Hij onderzocht wat de effecten van de omgeving op zoet en zout water zijn en keek daarbij vooral naar algen. Gemma is postdoconderzoeker en was er twee maanden in de zomer van 2015-2016 en zes maanden van november 2016 tot en met april 2017. Ze onderzoekt hoe algen reageren op een veranderende omgeving - wat is het verschil tussen algen aan het begin van de lente met zeeijs en in de iets warmere ijsvrije zomers op Antarctica? - met daarbij in het achterhoofd de gevolgen van klimaatverandering.
Wat moet je allemaal regelen vóór vertrek naar Antarctica?
'Je weet vaak al langer dan een half jaar voor vertrek dat je gaat en je begint dan direct met de voorbereidingen', vertelt Gemma. 'Alle Nederlandse projecten gaan in samenwerking met het British Antarctic Survey. De Britten hebben een groot onderzoekscentrum en de Nederlanders zitten daarbij. Daarom loopt alles via de Britten. Je geeft door wat je allemaal nodig denkt te hebben: welke laboratoriumfaciliteiten? Hoeveel koelkasten voor je monsters? Welke chemicaliën? Je krijgt twee pallets van in totaal zo'n 4 kubieke meter waar je al je spullen in doet, de meeste ruimte gebruik je een voor werk, maar er is ook een beetje ruimte voor privéspullen, zoals kleding, maar ook chocolade en bijvoorbeeld Nederlandse koffie, omdat de Britse niet zo lekker is.'
Patrick: 'Je moet goed nadenken over wat je meeneemt, het is fijn om daar wat spullen te hebben om het jezelf een beetje comfortabel te maken. Alleen dat al vereist zelfkennis. Ik nam bijvoorbeeld vijf bussen Pringles mee en films. Ook veel boeken en een aantal grappige dingen van vrienden, zoals een thermometer, om te meten hóé koud het nou is daar. De tweede keer nam ik ook nog twee grote potten pindakaas mee.'
Gemma: 'Verder is er een medische keuring door een dokter en een tandarts. Er zijn namelijk wel twee doktoren op het station daar, maar je zit natuurlijk ver weg van gezondheidszorg. Ook krijg je trainingen, afhankelijk van wat je daar gaat doen. Ik leerde bijvoorbeeld varen, omdat ik op Antarctica veel zou moeten varen op een powerboat; een rubberboot met motor. Ook kreeg ik EHBO-training. Ook ga je naar Groot-Brittannië voor de algemene training. Onder meer een pre-deployment training over hoe het leven daar is. Een docent vroeg toen wie er over had nagedacht dat het mogelijk is dat je niet levend terugkomt. Ik was de enige die daarover na had gedacht en dat verbaasde me. Er zijn wel degelijk gevaren: het varen op kleine bootjes in ijskoud water, de afstand van echte gezondheidszorg. In september ben je klaar met de voorbereidingen, en dan is er het grote wachten. Ik ging de eerste keer in januari weg, de tweede keer in november.'
Hoe is de aankomst op Antarctica?
'De eerste keer aankomen op Antarctica is nauwelijks te omschrijven', blikt Gemma terug. 'Het is waanzinnig; zo uitgestrekt, zo wit.' De eerste keer vloog ik via Madrid naar Santiago de Chili, vandaar naar Punta Arenas, helemaal in het zuiden van Zuid-Amerika. Een dag later - het weer moet goed zijn - vloog ik in een klein vliegtuig met zo'n tien mensen naar het Rothera Research Station. Dat is een vlucht van vijf uur; na drie uur begin je Antarctica te zien. Dat is fantastisch. De tweede keer was het natuurlijk minder nieuw. Maar toen was er veel zeeijs met een pak sneeuw erop, terwijl het de eerste keer open water was. Elke keer dat je naar Antarctica gaat, is toch weer anders, hoor ik ook van anderen die vaker zijn geweest.'
Hoe woon je daar en hoe kom je elke dag aan eten?
Gemma: 'Naast het hoofdgebouw - met onder meer de kantine, bar, tv-kamer en bibliotheek - zijn er nog enkele gebouwen waar iedereen slaapt. Er is niet veel ruimte, en alles is zo efficiënt mogelijk ingericht. Er zijn vierpersoonskamers - waar de mannen meestal slapen - en tweepersoonskamers, waar de vrouwen slapen. Van de honderd bewoners zijn er meestal ongeveer twintig vrouwen. De kamerindeling wordt gemaakt; in sommige gevallen kun je tussentijds ruilen. Ik kreeg bijvoorbeeld een vriend - hij was arts op de basis - en dan kan de indeling na overleg aangepast worden.'
Patrick: 'Twee keer per jaar komt er een groot schip uit Groot-Brittannië met voedsel. Dat is zowel uit blik als vers. Dit wordt allemaal opgeslagen en deels ingevroren. De eerste paar weken heb je bijvoorbeeld verse sla, maar dat is na een paar weken op. In de zomer zijn er twee of drie chefs die zorgen voor ontbijt, lunch en diner. Iedereen eet in de kantine, waar je zelf je eten opschept bij een buffet.'
Hoe ziet een werkdag eruit?
Er zijn eigenlijk twee soorten werkdagen, vertellen Patrick en Gemma. 'Bij mooi weer en geen wind gaan de meeste onderzoekers in de ochtend varen om monsters af te nemen', vertelt Patrick. 'Je vaart met de zodiacboten ongeveer twee uur en na de lunch ga je snel het lab in om de monsters te verwerken.'
Gemma: 'In ons lab is het 2 graden Celsius, dus dan werk je met je dikke kleren aan.' Als het geen weer is om te varen, verwerken de onderzoekers hun data op de computer en hebben ze dus eigenlijk een gewone 'kantoordag'. En de werktijden? Gemma: ''s Ochtends om half negen is altijd de bootmeeting en wij werken meestal tot acht uur 's avonds door.' Patrick gaat zelfs vaak tot twaalven door: 'Het zijn intensieve dagen, het is hard werken.'
Wat doe je in het weekend?
Zaterdag is gewoon een werkdag, maar zondag is iedereen vrij, vertellen Gemma en Patrick. 'Dan is er genoeg te doen', vertelt Gemma enthousiast. 'Dicht bij de basis is een gebied afgezet, waar je kunt skiën, snowboarden en langlaufen. Met een groepje ga je dan steeds met een sneeuwscooter omhoog. Ik ga ook hardlopen, wat goed kan op de landingsbaan van 800 meter. Daar kun je ook fietsen. Verder gaan mensen klimmen, fotograferen, de mini-sportschool in of muziek maken.'
Patrick: 'Op zaterdagavond is er altijd een driegangendiner met de hele groep. En regelmatig is er een open mic night waar mensen bijvoorbeeld een muziekoptreden doen, een pubquiz organiseren of toneelstukjes voordragen. Dat is echt een traditie hier.'
Hoe ziet je sociale leven eruit op Antarctica?
'Er zijn rond de honderd mensen op het station in de zomer, dus die ken je al snel allemaal', vertelt Gemma. 'Dat zijn lang niet allemaal onderzoekers zoals je misschien zou verwachten, het is juist een heel gemengde groep', legt Patrick uit. 'Er zijn ongeveer 25 onderzoekers, daarnaast vooral ondersteunende staf zoals koks, loodgieters en timmermannen, technici, communicatiestaf, piloten en artsen.'
Patrick en Gemma zien op werkdagen vooral hun enige, directe collega waarmee ze hun project doen en de andere Nederlandse onderzoekers die ook in het Nederlandse lab werken. 'En natuurlijk andere onderzoekers tijdens het varen', voegt Gemma toe.
De postdoc vervolgt: 'Tijdens mijn eerste campagne waren er zo'n vijftien Nederlanders, de tweede keer zeven, de rest was Brits. Je merkt dat er behoorlijk wat verschillen zijn tussen de Britten en Nederlanders. Britten zijn altijd heel beleefd en zeggen het niet direct als ze eigenlijk niet akkoord gaan met iets. Nederlanders zijn, zoals bekend, juist heel direct. Daar leer je mee omgaan. Verder voelt het als Nederlander dat je te gast bent bij de Britten, en de Britten zien dat ook zo en zorgen voor een warm welkom. Het Is prettig samenwerken; ze hebben humor en ze zijn veelal aanpakkers die goed werken.'
Het valt Patrick op dat op Antarctica de geopolitieke verhoudingen tussen nationaliteiten duidelijk merkbaar zijn: 'Als er Argentijnen langskomen op de Britse basis, dan geeft dat spanning, vanwege de Falklandeilanden. De VS hebben precies in het midden op de zuidpool een enorme basis, als symbool van hun belangrijke positie. China heeft geen basis op Antarctica, maar heeft inmiddels rond Antarctica een groot aantal bases. De internationale afspraak is dat tot 2048 geen enkel land natuurlijke reserves mag exploiteren op Antarctica - niet militair en niet commercieel - de vraag is natuurlijk wat daarna gaat gebeuren.'
Hoe houd je contact met het thuisfront?
'Ik probeerde elke week te bellen', vertelt Patrick. 'De eerste keer dat ik ging, was ik net getrouwd, dus was het nog belangrijker voor me om goed contact te houden. Dat luktaardig, maar de kwaliteit van het contact hangt sterk af van de sterkte van de internetverbinding. Soms zat er een behoorlijke vertraging in. Want er is beperkt internet voor privégebruik, en daar zit dan honderd man op. Mobiele telefoons en tablets waren dan ook verboden - die gebruiken te veel data - je hebt alleen een laptop. Verder kun je ook e-mailen en foto's sturen.'
Wat is de grootste uitdaging van wonen en werken op Antarctica?
'Het bewaren van je werk-privébalans', zegt Gemma. 'Je gaat erheen om heel veel data te verzamelen; het is hard werken. Maar na een lange werkdag kun je niet naar huis, zoals in Nederland. Want ook de avonden breng je door met je collega's; iedereen weet elke minuut wat je doet. Daardoor voelt het alsof er continu naar je functioneren wordt gekeken. Thuis kun je bijvoorbeeld makkelijk je verhaal even kwijt over je werk, maar hier doe je dat minder omdat het je collega's zijn. Ook kan het soms wat benauwend zijn dat je met zo'n kleine gemeenschap leeft. Als er iets is - ook kleine voorvallen op werk - weet iedereen dat binnen een dag.'
Patrick noemt ook het harde werken, én de eentonigheid van het kleurenpalet in het toch spectaculaire landschap: 'Je ziet hier alleen maar een wit landschap, en een blauwe of grijze lucht. Verder niets, er is geen groen, want er zijn geen bomen. En werken in zo'n kleine groep - vaak met vier mensen in een zeecontainer van vijf vierkante meter loopruimte, vaak zo'n twaalf uur per dag - is intens. Daarnaast is het werken vaak een kwestie van "hurry up and wait". Als je monsters hebt afgenomen moet je deze supersnel verwerken in het lab, anders vermindert de kwaliteit ervan. Het wachten op resultaten duurt erg lang. Als je weer in Nederland bent moet je zelfs enkele maanden wachten op je monsters. Dan kun je pas weer verder met het analyseren van de data.'
Wat zijn jouw meest positieve ervaringen?
'Als we 's ochtends gaan varen', zegt Patrick. 'Met een klein groepje even midden in de natuur. Hoewel het uitzicht steeds hetzelfde is, is het toch verbazingwekkend. Je ziet soms walvissen of orka's in de verte, je hoort het afkalven van ijs en de bruisende belletjes in het water.' Gemma noemt de hartelijkheid van de groep, die je direct bij aankomst voelt. 'Het warme welkom bij aankomst op de basis staat me het meest bij. De mensen die de winter op Antarctica hebben doorgebracht, zijn dolblij met de nieuwe mensen. Je wordt snel opgenomen in de gemeenschap en maakt makkelijk vrienden.'
En, wil je terug?
'Ik zou wel terug willen, want je leert er veel als onderzoeker. Maar dan niet zes maanden, liever twee of drie maanden', zegt Gemma. 'Een lange tijd op Antarctica heeft veel impact op zowel je werk- als privéleven. Met je werk thuis - denk aan data uitwerken, schrijven, studenten begeleiden - raak je achterop. Want zolang je weg bent, doe je toch vooral veldwerk. En als je na zes maanden terug bent, ben je echt toe aan een maand vakantie. Dan blijven er nog maar vijf maanden over.'
Patrick: 'Ja, dat zou ik wel willen, maar het liefst op een onderzoeksschip, voor de afwisseling. Dat is meestal één tot twee maanden. Omdat de Nederlanders geen ijsbreker hebben, zou ik dan met de Amerikanen of Duitsers mee moeten. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat interessant, omdat je dan op nog veel meer verschillende plekken kunt meten.'
Nog meer hierover lezen? Lees over de Nederlandse arts Floris van den Berg die niet alleen de zomer, maar ook de winter heeft doorgebracht op Antarctica. Hij vertelt over zijn ervaringen tijdens deze lange poolnacht.
