Werkgevers/
Werknemers
‘Vrouwelijke rolmodellen in de architectuur zijn hard nodig’
Archief5 min lezen

‘Vrouwelijke rolmodellen in de architectuur zijn hard nodig’

Hoewel evenveel vrouwen als mannen bouwkunde studeren, zijn vrouwelijke architecten zwaar in de minderheid. Carin ter Beek (47), in een vorig leven olympisch roeister, vertelt over haar leven in die mannenwereld.


‘Ik wilde na de middelbare school architectuur studeren. Een kennis van mijn ouders zei: als je het aankunt, moet je een opleiding bouwkunde aan een technische universiteit gaan doen in plaats van aan de kunstacademie, omdat je daarmee je kansen vergroot. Ik heb daarom voor de TU Delft gekozen. Studeren in zo’n technische setting vond ik erg leuk. Maar de aanwezigheidsplicht en het feit dat je alles nog met de hand moest tekenen, maakten het lastig om studeren en roeien te combineren, zeker met een schema van zeventien keer per week 1,5 uur trainen rondom de Olympische Spelen. Ik ben daarom tijdelijk met mijn studie gestopt. De bedoeling was voor een jaar, uiteindelijk werden het er zes.

‘Vrouwelijke rolmodellen in de architectuur zijn hard nodig’ 2

‘Ik ben met roeien pas begonnen toen ik in Delft ging studeren. Ik wilde eigenlijk ook helemaal geen topsporter te worden, ik deed het gewoon voor de lol. Maar op een gegeven moment werd er een Poolse bondscoach aangesteld, die bij alle grote verenigingen langsging om er lange meisjes uit te pikken. Die kunnen namelijk lange slagen maken. Met mijn 1.86 meter zat ik dus wel goed. Ik ben uiteindelijk geselecteerd voor Sydney 2000. Daar hebben wij in het onderdeel acht met stuurvrouw, de koningsrit onder de roeisport, zilver in de wacht gesleept. Daarnaast heb ik tussen 1997 en 2002 aan vijf verschillende WK’s meegedaan.

‘Op een gegeven moment kreeg ik een brief van de universiteit waarin stond dat, als ik niet binnen een jaar mijn studie zou oppakken, mijn punten zouden komen te vervallen. Toen ben ik met roeien gestopt. Ik vind het sowieso lastig om mijn focus te verdelen. Bovendien wil ik ook nog een leven naast mijn werk hebben, zeker sinds ik een kind heb.’

Eigen bureau

‘Na mijn studie heb ik eerst bij een groot bureau gewerkt, daar heb ik het vak in de praktijk geleerd. Mijn collega Roel Lichtenberg en ik besloten eind 2007 voor onszelf te beginnen met ons bureau Blauw. Het was net voordat de crisis uitbrak. Wij hebben ons daar wel doorheen geslagen door allerlei soorten opdrachten aan te nemen. Die diversiteit vinden wij ook allebei fijn: van sociale woningbouw tot en met de verbouwing bij Villa Jongerius, een rijksmonument, maar ook verschillende CPO-projecten (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, red.), waarbij de toekomstige bewoners van alles zelf bepalen.

Informatie

Meer vrouwelijke studenten

Het aandeel vrouwelijke architectuurstudenten is in de laatste jaren flink toegenomen; aan de TU Delft studeren sinds kort zelfs meer vrouwen Bouwkunde dan mannen. Toch is van het aantal architecten dat staat ingeschreven bij het Architectenregister slechts 28 procent vrouw en heeft 12 procent een eigen bureau. Ook zijn vrouwelijke docenten aan de opleidingen schaars. Ten slotte worden de belangrijke architectuurprijzen vrijwel uitsluitend aan mannelijke architecten uitgereikt. Een van de weinige uitzonderingen daarop vormt Francine Houben, winnaar onder meer van de Nederlandse Bouwprijs 2003.

‘Wat ik daar ontzettend leuk aan vind is het contact met al die verschillende mensen. Bij een project als Villa Jongerius (voormalig woonhuis en kantoor van de Utrechtse ondernemer Jan Jongerius, red.) praat de hele familie mee over de toekomst van het pand. En bij die CPO-projecten heb je weer te maken met een bonte groep mensen die allemaal zeggenschap hebben over zo’n woonproject. Het gevoel dat gebruikers bij zo’n gebouw hebben vind ik superbelangrijk. Dat heeft wellicht te maken met een zeker inlevingsvermogen. Roel is pragmatisch en sterk in het begeleiden van het proces. Bij onze projecten doe ik in principe het voortraject, zoals onderhandelingen met de klant en het vooronderzoek. Roel doet het traject daarna en gaat over de uiteindelijke bouw. Wat dat betreft wij hartstikke complementair. Maar of dat nou typisch vrouwelijke en mannelijke eigenschappen zijn? Geen idee.

Gender-gap

‘Er studeren tegenwoordig evenveel meisjes als jongens bouwkunde. Hoe komt het dan toch dat er zo weinig vrouwelijke architecten zijn met een eigen bureau? Dat is toch raar? Daarom zijn wij met een aantal vrouwelijke architecten onlangs een initiatief gestart om te onderzoeken hoe dat komt en hoe je daar verandering in zou kunnen brengen. Wij worden daarbij ondersteund door Nathalie de Vries, een van de oprichters van het gerenommeerde architectenbureau MVRDV en voorzitter van de BNA (beroepsvereniging Nederlandse architecten, red.). In december hopen wij onze bevindingen te presenteren.

‘Ondertussen hebben wij afgesproken zelf alvast een aantal dingen in de praktijk te brengen. Zoals onze zichtbaarheid vergroten. Rolmodellen om te laten zien dat je als vrouw ook een eigen architectenbureau kunt runnen, zijn hard nodig. Toen je mij benaderde om aan dit interview wilde meewerken, was mijn aanvankelijke reactie: waarom ik? Maar ik realiseerde me opeens: hé, wacht eens even. Wij hadden toch juist met elkaar afgesproken dat wij wat vaker “ja” tegen zulke dingen zouden zeggen?’

Informatie

It's a (wo)man’s world

In deze rubriek vertellen vrouwen hoe het is om te werken in een traditioneel door mannen gedomineerde werkomgeving.


Afbeelding van de auteur

Erzsó Alföldy