
‘Een staande ovatie betekent in Nederland niets’
Na meer dan een jaar revalideren maakte Marijn Rademaker onlangs zijn rentree bij het Nationale Ballet. ‘Dit ga ik niet nog eens meemaken.’
De carrière van de beste Nederlandse balletdanser is indrukwekkend, maar wordt gekenmerkt door lange blessures. Na meer dan een jaar revalideren maakte Marijn Rademaker onlangs zijn rentree bij het Nationale Ballet. ‘Dit ga ik niet nog eens meemaken. Dan is het einde oefening voor mij.’
Voetbal of ballet. Er zullen weinig jongens zijn die, net als Marijn Rademaker, lang tussen beide hebben getwijfeld. Als basisschooljochie was hij goed in allebei. Uiteindelijk koos hij voor de dans. Een verstandige keus, kun je achteraf zeggen, al blijft natuurlijk ongewis wat Rademaker als voetballer had kunnen bereiken.
Rademaker danste vijftien jaar bij het Stuttgarter Ballet en maakte begin 2015 de overstap naar het Nationale Ballet in Amsterdam. Hoewel hij groot aanzien geniet in binnen- en buitenland, zal zijn naam ook verbonden blijven aan de ernstige blessures die hij opliep. Op zijn 19de scheurde Rademaker zijn meniscus. Pas na vijf operaties en een jaar revalideren kon hij zijn rentree maken. Daarna waren er kleinere, maar hardnekkige kwetsuren, veelal aan de enkel.
Begin 2016 trof nieuwe rampspoed hem. Na zijn hoofdrol in La Dame aux Camélias ging hij wederom door zijn knie en stond hij opnieuw een jaar aan de kant. Hoewel Rademaker weer danst, durft hij niet te zeggen dat hij helemaal hersteld is. Misschien gebeurt dat wel nooit meer. Hij zal zijn dansstijl moeten aanpassen. Bovenal moet hij leren naar zijn kwetsbare lichaam te luisteren.
Op je 19de stond je een jaar noodgedwongen aan de kant. Op je 34ste maakte je opnieuw een lange revalidatieperiode mee. Was het anders dan de eerste keer?
‘Ja. De eerste keer leefde ik van operatie naar operatie. Ik was nog jong en dacht er verder niet te veel over na, was alleen maar bezig met mijn herstel. De afgelopen keer vond ik het zwaarder. Ik begon te twijfelen: wat als dit niet meer goed komt, wat als ik nooit meer op niveau kan dansen? Mijn hele leven had vanaf mijn achtste om dans gedraaid. Ik was helemaal vergroeid met mijn werk. Toen ik niet meer kon dansen, wist ik niet meer goed wie ik was, ik raakte in een identiteitscrisis. Ik moest uitvinden wie ik ben buiten het ballet. Ergens was dat wel gezond. Het dwong me over de toekomst na te denken, over de wereld na het dansen.’
Was de psychische kant van een revalidatie moeilijker dan de fysieke kant?
‘Dat weet ik niet. Maar als je zo lang aan de kant staat, heb je wel momenten dat het gaat malen in je hoofd. Ik voelde me bijvoorbeeld schuldig ten opzichte van de mensen die mij in Amsterdam een aanstelling hadden gegeven, want ik kon hun vertrouwen in mij niet waarmaken. Ook moeilijk was het besef dat je carrière als danser kort is. Elke minuut die zinloos wegtikt voelt als zonde van de tijd. Tijdens mijn laatste revalidatie besefte ik dat er balletten zijn die ik waarschijnlijk nooit meer zal kunnen dansen. Dat doet pijn.’
Wie is Marijn Rademaker?
1981: Geboren in Nijmegen2000: Studeert af aan de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag2000: Gaat naar het Stuttgarter Ballett2001: Geblesseerd aan knie, staat een jaar aan de kant2006: Eerste danser bij Stuttgarter Ballet2015: Eerste danser bij Nationaal Ballet in Amsterdam, danste La Dame aux Camélias2016: Wederom een knieblessure2017: Rentree, onder meer te zien in Ode aan de meester
Wat betekent het financieel, zo’n blessure?
‘Ik heb altijd veel gastrollen gedanst. Daarmee verdiende ik soms wel 2.500 euro per avond. Als je dat een paar keer per maand doet, zoals ik, heb je een heel aardig inkomen. Dus ja, tijdens de laatste revalidatie heb ik mijn levensstijl flink moeten aanpassen, al vond ik dat het minst moeilijke.’
Hoe gaat dat in zijn werk, zo’n revalidatieproces?
‘Er zijn stamcellen in mijn knie geïnjecteerd. Die moeten groeien en nieuw kraakbeen vormen. Ik kreeg een heel protocol. De eerste tien weken liep ik op krukken, daarna mocht ik langzaam gaan buigen. Drie keer per week naar de fysio. Daarna begonnen de krachtoefeningen en kon ik weer voorzichtig dansles nemen. Wat ik nu in dertig seconden vertel, duurde in werkelijkheid anderhalf jaar. Het belangrijkste was dat ik veel steun had aan mijn artsen, maar ook aan mijn fysiotherapeut. Dat was een verschil met mijn eerste lange revalidatie. Toen had ik soms het gevoel dat artsen maar iets deden en nauwelijks luisterden naar wat ik te zeggen had.’
Ga je nu op een andere manier met je vak om?
‘Ik was altijd iemand die keihard door de pijn heen ging. Als ik nu mijn knie voel, moet ik stoppen. Eigenlijk vind ik dat het moeilijkste. Dan komt ook dat schuldgevoel weer naar boven.’
Je danste vijftien jaar in Duitsland. Nu werk je weer in Nederland. Ervaar je grote verschillen?
‘Nederlanders zijn vele nuchterder en outspoken. Nee, ik heb Duitsland niet als hiërarchisch ervaren. Er zijn wel verschillen in opvattingen over dans. De choreografieën van Hans van Manen [de 85-jarige nestor van de Nederlandse danswereld en nog altijd zeer nauw bij het nationaal ballet betrokken, red.] zijn echt heel erg Nederlands, simpel maar tegelijk ook moeilijk en vooral geen toeters en bellen. Duitsers zijn veel theatraler, die noemen het niet voor niets “Tanztheater”. Een ander verschil is dat je in Duitsland alleen een staande ovatie krijgt als de mensen het ook echt goed vonden. In Nederland gaat iedereen na een voorstelling automatisch staan. Dan betekent het dus niets, vind ik.’
In de tv-serie Bloed, zweet en blaren komt het Nationale Ballet over als een professionele, maar ook harde wereld, waarin dansers collega’s maar vooral concurrenten zijn. Hoe is dat als je geblesseerd raakt?
‘Ik heb veel collegialiteit ervaren. Juist andere dansers waren belangrijk voor me tijdens mijn revalidatie. Dat vind ik ook logisch, want elke danser krijgt vroeg of laat met blessures te maken, het staat dus niet ver van ze af. Igoné de Jongh, met wie ik veel heb gedanst, zei dat ze bewondering had voor de manier waarop met mijn blessure omging. En Hans van Manen zei: “Dit komt weer goed en dan geef ik jou een plek in mijn ballet.” Zulke opstekers hielden me op de been.’
Bekroond
Marijn Rademaker won onder meer de volgende prijzen : Dance Europe (Outstanding Dancer 2009-2010), Premio Apuli Arte (Merit Award, Italië), Deutsche Tanzpreis (Future Award, Duitsland), De Faust (beste danser van Duitsland), Aanmoedigingsprijs Dansersfonds ’79.
Je maakte in juni je rentree. Hoe gaat het nu met je?
‘Heel goed. Ik voel mijn knie nog wel, maar kan weer dansen en bijna alles doen. De angst dat het opnieuw misgaat is er nog wel, maar overheerst niet. Ik wil sowieso niet denken aan het scenario dat ik nogmaals zo ernstig geblesseerd raakt. Eén ding weet ik wel: ik ga niet nog een keer zo lang revalideren. Dat is het gewoon einde oefening wat ballet betreft.’
Wat ballet betreft.
‘Precies. Ik leef nog wel voor ballet, maar ben niet meer alleen maar een danser. Ik heb een aantal ideeën over wat ik na mijn carrière zou willen. Het afgelopen jaar werkte ik veel met jonge dansers en dat was erg leuk. Ik kreeg te horen dat het mij goed afgaat. Maar het openen van een bar of restaurant spreekt me ook aan. Ik hou van achter de bar staan en de dingen daar naar mijn hand zetten, van mooi gedekte tafels en het verzorgen van eten en drinken. Dat had ik als kind al. Met oud en nieuw verkocht ik oliebollen op straat.’
Hoe kijk je terug op de afgelopen twee jaar?
‘Die periode was toch wel heel erg … heel erg kut, ja, dat is eigenlijk wel het woord.’
Zo’n woord had je in Duitsland in een interview niet mogen gebruiken.
‘Nee, daar mocht ik niet eens zomaar een fotootje op Facebook zetten. Alles ging daar via het Pressebureau. Wat dat betreft ben ik blij weer in Nederland te zijn. Ik kan me hier veel vrijer uiten. Ik heb daar trouwens ook steeds meer behoefte aan. Vroeger vond ik mezelf niet zo bijzonder. Nu zie ik in dat ik iets te vertellen heb. Ook daarin is Hans van Manen belangrijk voor me geweest. Hij is iemand die precies zegt wat hij denkt. En al heel erg lang.’
