
Is ander werk de oplossing, of nemen jouw hersenen je in de maling?
Gaat het weer eens niet zoals je wilt, dan is het je ideale dagdroom: mijmeren over betere dagen op een nieuwe werkplek. Maar ben je wel echt ongelukkig? Of ben je het slachtoffer van de vele denkfouten die je brein kan maken?
Iedereen maakt denkfouten. De wereld om ons heen zit zo complex in elkaar, dat we onmogelijk continu alles opnieuw kunnen verwerken. Dat zou veel te veel tijd en energie kosten. Om die reden hebben heeft ons hoofd ezelsbruggetjes ontwikkeld: vuistregels over hoe de wereld werkt en waarmee je gemakkelijk en snel tot een conclusie komt.
Grofweg het grootste deel van de tijd vertrouwen we daarop. Alleen als een situatie volledig nieuw is wegen we alle binnenkomende informatie zorgvuldig af.
In de psychologie zijn we er inmiddels achter dat we op die manier vreselijke denkfouten kunnen maken. Wetenschapsjournalist en neuropsycholoog Chantal van der Leest schreef er onlangs een boek over: Ons feilbare denken op het werk. Ze liet zich inspireren door het werk van de Amerikaanse hoogleraar psychologie Daniel Kahneman, die baanbrekend onderzoek heeft verricht op het gebied van hoe mensen redeneren en keuzes maken. We blijken vaak minder rationeel te handelen dan we denken, zelfs bij grote beslissingen met verregaande consequenties.
Zo is er de fout van de gemaakte kosten, ook wel de sunk cost fallacy genoemd: zodra we ergens in hebben geïnvesteerd, geven we niet graag op. ‘We hebben een hekel aan verlies’, aldus Van der Leest. ‘We vinden verlies gemiddeld zelfs erger dan dat we winst leuk vinden. Stoppen met een hopeloos project of een uitzichtloze baan bijvoorbeeld, is een vorm van verlies. Maar we blijven hoop houden, want stoppen betekent dat we moeten toegeven dat we slecht hebben geïnvesteerd en ook dat geeft onze eigenwaarde een flinke knauw. Daarom gaan we soms veel te lang door, waardoor het verlies alleen maar groter wordt.’
Aan de andere kant lijkt het gras van de buren altijd groener, vervolgt de neuropsycholoog. ‘Dus een nieuwe baan lijkt altijd spannender, beter en prestigieuzer dan je huidige. Daar zorgt de zogeheten kokerillusie voor. Je richt al je aandacht op een paar gunstige aspecten die voor jou belangrijk zijn, zoals extra vakantiedagen of een leaseauto. Of dat net wat hogere loon of minder reistijd. Al die andere aspecten die ook meespelen bij je werkgeluk, zoals een prettige werkplek en fijne collega’s, zie je over het hoofd.’
Van der Leest lacht: ‘Of denk aan mensen die hun hele hebben en houwen opzeggen om een bed and breakfast te beginnen omdat ze verlangen naar meer vrijheid. Die vergeten vaak dat ze óók al dat beddengoed moeten wassen en vervelende klanten te woord moeten staan.’ Een oplossing voor dit ‘interne gezichtspunt’ van waaruit we de wereld beschouwen kan zijn door gewoon eens te gaan praten met iemand die doet wat jij graag zou willen doen. Is het werk inderdaad zo leuk als je je voorstelt?
Sterfbed
En toch, ook Chantal van der Leest hoort veel mensen klagen over hun baan. ‘Dan denk je weleens: gá dan lekker wat anders doen. Er wordt weleens gezegd dat mensen op hun sterfbed de meeste spijt hebben van de dingen die ze niet gedaan hebben. Toch vinden we het lastig een baan waarin we vastzitten op te geven en onze dromen na te jagen. In werkelijkheid weerhoudt spijt ons er namelijk juist van dat te doen: wat als het fout gaat? Nu weten we tenminste wat we hebben.’
Daarbij zijn we een ster in het ontwikkelen van mechanismen voor het omgaan met vervelende en moeilijke situaties, legt de neuropsycholoog uit. ‘We verleggen onze focus, bijvoorbeeld naar de vakantie die eraan zit te komen. Op die manier zien we de zaken in een breder perspectief, want geen enkele baan is altijd leuk.’
Zelf heeft ze zich ook wel een keer afgevraagd of ze het niet gewoon moest uitzitten, toen het een tijdje niet zo lekker ging. ‘En ik ken ook mensen die jaren klaagden dat ze nieuw werk wilden en dankzij kleine verbeteringen nu heel tevreden zijn.’
Uiteindelijk zijn we gezegend met een zogenoemd psychologisch immuunsysteem dat onze keuzes te allen tijde zal proberen goed te praten, vervolgt Van der Leest. ‘Een mens lijdt dikwijls het meest om het lijden dat hij vreest. Gebeurt er iets naars, dan blijken we daar veel beter mee om te kunnen gaan dan we van tevoren voorspellen.’
Bestaat er dan eigenlijk wel een juiste keuze, of zal ons hoofd ons altijd voor de gek weten te houden? De neuropsycholoog lacht opnieuw: ‘In het Engels heet een denkfout een bias, dat zou je kunnen vertalen als ‘vertekening’. Dat klinkt een stuk vriendelijker. Onze hersenen zijn nu eenmaal zo geëvolueerd omdat we er baat bij hadden.’
Met haar boek wil ze bewustzijn scheppen over deze automatismen die ons leven behoorlijk kunnen beïnvloeden, maar ze is er niet over uit of we alle ‘denkfouten’ uit de wereld moeten willen helpen. ‘Als je het wel beschouwt is optimisme eigenlijk ook een bias. Dan kan ik wel heel trots zeggen dat ik daar geen last van heb, maar een optimistisch ingesteld persoon voelt zich aan het eind van de dag hoogstwaarschijnlijk beter dan ik.’
