:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Bluf tijdens een sollicitatiegesprek: zo prik je erdoorheen
Zeggen dat je kennis hebt van een bepaald onderwerp, terwijl je er in werkelijkheid slechts een artikel over hebt gelezen. Je laatstverdiende salaris naar boven afronden. En vooral níet beginnen over dat slepende arbeidsconflict waardoor jij nu op zoek bent naar een nieuwe baan. Iedereen bluft weleens tijdens een sollicitatiegesprek. Waarom doen we dat? En hoe kun je daar doorheen prikken?
Headerfoto: Elisa de Groot
Een beetje bluffen tijdens een sollicitatiegesprek lijkt eerder regel dan uitzondering: uit Amerikaans onderzoek blijkt dat ongeveer 8 op de 10 sollicitanten het doen – en er zijn meer onderzoeken die soortgelijke cijfers laten zien. Hoewel ‘bluf’ redelijk onschuldig klinkt, valt het binnen de wetenschap onder de noemer liegen, vertelt universitair docent toegepaste economie Sophie van der Zee van de Erasmus School of Economics. Al jaren doet ze hier onderzoek naar.
Drie bier in het Spaans
Liegen kent vele vormen, Van der Zee onderscheidt er vier. ‘Allereerst kun je iets zeggen wat niet waar is. Dat kan iets zijn als ‘ik ken dit computerprogramma nog niet, maar ik noem het wel, want ik kan het mezelf aanleren’ tot het bij elkaar liegen van een complete carrière.’ Maar de meeste mensen houden het bij overdrijven, de tweede vorm. ‘Bijvoorbeeld toch die opleiding noemen die je niet hebt afgemaakt, of het overdrijven van vaardigheden: je zegt dat je vloeiend Spaans spreekt, terwijl je in werkelijkheid op vakantie net drie bier kunt bestellen.’
En dan is er de ‘understatement’, liegen om bepaalde persoonlijke kenmerken of ervaringen minder groot te maken dan ze zijn. ‘Denk aan een groot conflict op het werk, dat jij ‘een meningsverschil’ noemt. Of je zegt dat punctualiteit niet je sterkste punt is, terwijl je altijd te laat komt.’ Tot slot kunnen sollicitanten ook bewust bepaalde informatie weglaten. ‘Vaak zien mensen dat niet als liegen: je kunt toch niet alles vertellen? Maar op het moment dat je informatie achterhoudt om een verkeerd beeld van jezelf te creëren, is dat toch echt gewoon liegen.’
Het sollicitatiegesprek is, naast daten, een van de meest voorkomende situaties waarin mensen over zichzelf bluffen, weet Van der Zee uit onderzoek van collega’s. Het beeld bestaat dat mannen hier over het algemeen beter in zijn. Van der Zee is voorzichtig met deze aanname. ‘Mannen liegen ongeveer net zo vaak als vrouwen. Wel is het zo dat mannen eerder denken dat ze iets kunnen. Als je dat echt denkt, dan is het geen liegen, ook al klopt jouw beeld niet met de waarheid.’
De tekst gaat verder onder de vacatures.
‘Een projectje’
Dat ziet Elisa de Groot ook in haar bedrijf In Touch Female Leadership & Career Academy, waar ze zich inzet voor vrouwelijk talentontwikkeling. De Groot schreef het boek Vrouwen bluffen niet, over ‘de belangrijkste vrouwelijke spelregels in organisaties’. ‘Vrouwen vertellen vaak maar 80 procent van wat ze eigenlijk kunnen’, legt ze uit. ‘Als ze 100 procent de waarheid spreken, dan voelt het voor hen al als bluffen.’
Die 20 procent praten ze eraf door verkleinwoorden te gebruiken (een ‘projectje’ afgerond), en credits aan anderen te geven door over ‘het team’ en ‘wij’ te praten wanneer het om hun eigen prestaties gaat. ‘Terwijl het zo belangrijk is om duidelijk aan te geven wat je kunt. Vrouwen worden namelijk eerder afgerekend op hun trackrecord, waar bij mannen vooral gekeken wordt of ze iets in potentie zouden kunnen.’
Downplayen, ronduit liegen of totale zelfoverschatting: het lijkt schier onmogelijk om met deze misleidingen een kandidaat te beoordelen. Is dat te doen? Eerst maar dat genderverschil: volgens De Groot is het zaak vooral door te vragen naar wat vrouwen precies hebben gedaan. ‘Weet ook dat je er bij vrouwen gerust een schepje bovenop mag doen, en bij mannen eerder wat af mag halen. En enthousiasmeer vrouwen actief als je weet dat er intern een vacature vrijkomt. Mannen zullen sneller uit zichzelf reageren, omdat vrouwen eerder denken dat ze niet geschikt zijn.’
&w=1920&q=75)
Foto: Sophie van der Zee
Neus van Pinokkio
En wat te denken van de echte bluffers? Helaas bestaat er niet zoiets als de neus van Pinokkio waaraan we een leugenaar kunnen herkennen, als we Van der Zee mogen geloven. ‘Er zijn wel bepaalde gedragingen die leugenaars meer vertonen, zoals omhoog kijken en met de vingers friemelen. Maar niet iedereen die met zijn vingers friemelt, is aan het liegen.’
Daarnaast zijn wij ook ronduit slecht in het herkennen van een leugen. ‘En dat terwijl we weten dat er volop gelogen wordt. Maar het is voor ieder mens heel moeilijk om de waarheid te achterhalen. Vergelijk het met vliegtuigcontrole: als je een smokkelaar betrapt, weet je dat-ie heeft gelogen en klopt je gevoel. Maar het zou goed kunnen dat je ondertussen ook veel smokkelaars voorbij hebt laten gaan. Daar klopte je gevoel niet, maar die feedback krijg je niet.’
Bovendien willen we de waarheid vaak niet weten, merkt Van der Zee op. ‘Als we vermoedens hebben, dan moeten we dat verder uitzoeken. Die motivatie hebben we niet altijd. Dan nemen we die persoon liever aan, met een beetje twijfel.’ Daarmee komen de bluffers en bedriegers mooi weg. In ieder geval aan een Spaanse bar, daarna wordt het spannend.
