
Stine Jensen: we leren onvoldoende omgaan met ons eigen falen
Met alle mogelijkheden en keuzevrijheid die we (lijken te) hebben, lijken we ons lot volledig in eigen hand te hebben. Mag je dan nog wel falen? Filosoof Stine Jensen over een onderwerp dat misschien wel belangrijker is dan ooit.
Gaan de dingen niet goed? Dan is dat toch echt je eigen schuld, luidt de wet waar we met z’n allen naar lijken te leven. Het is een onderwerp dat filosoof Stine Jensen aan het hart gaat, vertelt ze aan de telefoon. Onlangs verscheen haar boek Faalmoed, een bundeling columns waarin ze pleit voor het introduceren van wat meer menselijkheid – en de mogelijkheid tot het mogen maken van fouten.
‘Er is steeds meer prestatiedruk en we ervaren falen omdat we niet aan de doelen voldoen die de maatschappij en wijzelf ons opleggen’, vertelt Jensen. Een verlammende gedachte, vervolgt ze. De filosoof verwijst naar de populaire tedtalk van de Amerikaanse onderzoeker en auteur Brené Brown, die vaststelt dat die zogenaamde maakbare samenleving ons extreem faalangstig heeft gemaakt. We mogen niet meer mislukken. En daarom verbergen we onze kwetsbaarheid, schaamte en verdriet. Om daarmee om te kunnen gaan verdoven we onszelf, maar daarmee beroven we ons tegelijkertijd ook van vreugde. En dus pleit ze voor moed. ‘Want falen hoort bij het leven.’
Ze haalt een uitspraak van de Deense filosoof Søren Kierkegaard aan die haar inspireert: ‘Durven is je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen.’ Ze vervolgt: ‘Misschien is het een goed idee om in faalangstige tijden ons zelfs eens per week een faaldag te gunnen, een dag waarop alles mis mag gaan, je daar zelfs naar streeft en het falen warm omarmt.’ Oefenen in faalmoed, zoals ze het heeft genoemd.
&w=1200&q=75)
Openhartig over gemaakte fouten en misstappen
Omdat we in een prestatiemaatschappij leven waarin vooral successen zichtbaar zijn, vindt Stine Jensen het belangrijk om openhartig te zijn over mislukkingen of zaken die ons niet gemakkelijk afgaan. ‘Falen wordt vaak gezien als instrumenteel op de route naar succes. Klopt, want falen is nodig om tot goede wetenschappelijke theorieën te komen. Maar omgaan met echt falen zonder succes, met alle schaamte en vernedering die daarbij hoort, leren we niet.’
Toch valt het bij ons ook wel weer mee, vervolgt Jensen. ‘In Nederland bestaat best een heel ruimhartige cultuur voor de verliezer. Kijk maar naar verjaardagspartijtjes, waarbij iedereen een prijsje krijgt omdat alle kinderen zogezegd hun best hebben gedaan. We zijn ook helemaal niet gefixeerd op topprestaties. In plaats daarvan wordt erg rekening gehouden met de gemiddelde mens. We leven in een vrij zachtmoedige cultuur, gericht op wie moeilijk meekomt. Het is bijna zo dat we de loser verheerlijken.’ Dat je in Nederland niet per se ‘de beste’ hoeft te zijn, kan overigens voor toppresteerders juist weer lastig kan zijn, vult de filosoof aan.
Tekst gaat verder onder de banner
Vind de coach die bij je past
Intermediair en Coachfinder hebben de handen ineengeslagen om jouw zoektocht naar een goede coach makkelijker en bereikbaarder te maken. Coachfinder heeft een slimme tool waarmee op basis van een aantal vragen je wordt gematched met een drietal gekwalificeerde coaches.
Smullen van andermans falen
Een belangrijke kanttekening: het hangt er behoorlijk van af hoe bekend je bent, want tegelijkertijd kunnen we genadeloos zijn als het aankomt op de fouten van anderen. Als voorbeeld noemt de filosoof tv-presentator Twan Huys en zijn mislukte talkshow-avontuur met RTL Late Night. Jensen: ‘De Nederlandse kranten spraken erover alsof het ’t ergste en grootste drama was. Het zou het einde zijn van zijn carrière, werd gedacht. Zijn mislukking werd tot nationale kwestie verheven.’
‘Op hetzelfde moment vond Twan Huys het zelf allemaal wel meevallen: hij zat er gewoon niet op zijn plek, liet hij weten. Heel Amerikaans eigenlijk, waar het er dan snoeihard aan toe kan gaan maar falen júíst onderdeel uitmaakt van je weg naar de top. Wie succesvol is, heeft nu eenmaal ook fouten gemaakt.’
We smullen als volk nou eenmaal van falende medemensen, vervolgt Jensen. ‘Het leidt af van onze eigen doodgewone middelmatigheid. Daarbij komen we door het falen van anderen erachter wat zo’n beetje de norm is. Dat die met iedere fout van een ander wat lager wordt, is natuurlijk heel welkom.’ Door alle zogenaamde ideale plaatjes en mooie verhalen op sociale media is de lat dan ook behoorlijk hoog komen te liggen, de afgelopen jaren.
&w=1200&q=75)
Glorieus falen is ook weer té
Hoewel ze zelf bereid is haar eigen faalmomenten te delen, is Stine Jensen geen fan van het continu in de schijnwerpers zetten ervan, zoals bijvoorbeeld gebeurt met de wereldwijd georganiseerde Fuck Up-avonden waarbij mensen hun ‘fuck ups’ delen. ‘Dat gaat dan weer over zo’n glorieus falen, waarbij vervolgens alsnog de top wordt gehaald, dat dit ook weer grote druk met zich meebrengt.’
Het mooie is wel, met de coronacrisis zien we elkaar minder, dus kun je ook minder falen, lacht ze aan de telefoon. ‘Die blik van de ander, waar falen ten slotte toch voor een groot deel op gebaseerd is, is er lang niet zoveel. De norm verwatert.’ Al benadrukt ze dat sommige mensen natuurlijk juist meer in de schijnwerpers staan dan ooit, zoals virologen, politici en andere mensen die beslissingen nemen. Daarbij vormt de pandemie hoe dan ook een goed excuus: eindelijk hebben we weer iets buiten onszelf om de schuld aan te kunnen geven.
Uiteindelijk moeten we misschien gewoon helemaal stoppen met denken in termen als falen en succes, vindt de filosoof: ‘Je hoeft niet overal een oordeel over te hebben of altijd een sticker op iets te plakken.’ Omarm de onzekerheid, zou ze adviseren. ‘Bij het leven hoort kwetsbaarheid. De coronacrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. We zijn allemaal onzeker en ieder van ons maakt fouten. Zoals de psychoanalyticus Adam Phillips zegt: wat we hopelijk zullen leren van onze fouten, is dat we fouten zullen blijven maken.’
