
‘Mijn vakgebied – psychiatrie – bestond niet in Afghanistan’
Transcultureel psychiater Shoaib Hoshmand maakte als kind de oorlog in Afghanistan mee. In de rubriek Best of Both Worlds vertelt hij over zijn veelbewogen jeugd, de obstakels die hij moest overwinnen om in Nederland vaste grond onder de voeten te krijgen en zijn werk als psychiater met patiënten met een migratie- en vluchtelingenachtergrond.
Wie is Shoaib Hoshmand?
Shoaib Hoshmand werd geboren in Kaboel, Afghanistan. Nadat hij aan de medische universiteit van Kaboel zijn diploma had gehaald, werkte hij als basisarts op de afdeling kindergeneeskunde van het French Medical Institute for Children. In 2012 kwam hij naar Nederland, waar hij Nederlands leerde aan het Talencentrum Groningen en aanvullende certificaten haalde, onder andere in medisch Nederlands. Inmiddels heeft hij de specialisatie psychiatrie afgerond en werkt hij als transcultureel psychiater bij het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Groningen. Daarnaast werkt hij als consulent bij Inter-Being Psychologists in Groningen.
Je groeide op in Afghanistan in een periode met veel politieke onrust, waarna je op volwassen leeftijd naar Nederland kwam. Hoe heb je dit alles beleefd?
‘Ik woonde als kind in Kaboel, de hoofdstad van Afghanistan, samen met mijn ouders, broers en zussen, opa en oma en tante. Mijn vader werkte als civiel ingenieur, mijn moeder stond voor de klas. Ik zat in groep drie van de basisschool toen de Russen werden verjaagd. Er ontstond een machtsvacuüm: het begin van een binnenlandse oorlog tussen allerlei groeperingen die eerder tegen de Russen hadden gestreden. Door de oorlog in Kaboel moesten we vluchten naar een stad in het noorden, later weer naar een andere plek.’
‘Jaren later, toen de taliban aan de macht kwam, zijn we teruggekeerd naar Kaboel. Ondanks de schijn heerste er een diepe angst voor de taliban. Vrouwen mochten niet langer werken, niet naar school of een universitaire opleiding volgen. Mensen werden op straat opgehangen als ze iets verkeerd hadden gedaan. Nadat de Amerikanen de taliban hadden verjaagd, heerste er een periode van relatieve rust en vrijheid. Toen ik aan de Universiteit van Kaboel geneeskunde ging studeren, kon ik er dan ook gewoon in een broek en een T-shirt naartoe, terwijl we eerder op school een tulband moesten dragen.’
‘Na mijn opleiding tot basisarts werkte ik bij een Franse kliniek waar ze kinderen behandelden met een aangeboren hartafwijking. In die periode kwam ik mijn vrouw tegen. Zij is ook Afghaans maar woonde al langer in Nederland en was voor familiebezoek in Afghanistan. Ik ben dus voor de liefde naar Nederland gekomen. Maar hoewel ik destijds goede vooruitzichten had voor een toekomst als kinderarts, zou mijn leven er hoogstwaarschijnlijk heel anders hebben uitgezien als ik in Afghanistan was gebleven.’
Welke obstakels heb je moeten overwinnen om in Nederland aan het werk te komen? En hoe heb je dat aangepakt?
‘Toen ik in Nederland aankwam, besefte ik pas dat ik ‘alles’ kwijt was en bij nul moest beginnen. Ik beheerste de taal niet en kende het systeem niet – ik mocht zelfs geen auto rijden. Al snel begon ik plannen te maken op mijn loopbaan op te pakken. Maar hoewel ik al een artsendiploma had en zelfs twee jaar met kinderen had gewerkt, lukte het maar niet om aan het werk te komen. In het eerste drie jaar in Nederland probeerde ik echt van alles, zelfs stage lopen in een ziekenhuis, maar daarbij liep ik tegen allerlei regels op. Dat was heel frustrerend. Ik heb toen noodgedwongen gefocust op het leren van Nederlands als tweede taal en het behalen van mijn BIG-registratie. Dat heeft mij ertoe aangezet om samen met een paar collega’s een vereniging op te richten voor artsen in Nederland met een andere culturele achtergrond. We delen netwerken en wisselen informatie uit. Zoals over hoe je je BIG-registratie kunt halen en welke opleidingen de meeste baangarantie bieden.’
‘Wat ik, met name in het begin, ook merkte, was dat ik niet alleen tegen taalproblemen aanliep, maar ook tegen culturele verschillen. Zoals de Nederlandse directheid en de gewoonte om mensen bij een gesprek aan te kijken. Binnen mijn cultuur is het een teken van onbeleefdheid als je mensen direct in de ogen kijkt. Ik snapte daar helemaal niets van, dat maakte me onzeker. Inmiddels weet ik dat directheid, assertiviteit en nieuwsgierigheid voor Nederlanders belangrijke eigenschappen zijn. Zo vragen patiënten mij weleens rechtuit naar mijn achtergrond en voorgeschiedenis. Andersom zou ik dat, zeker vroeger, nooit hebben gedaan. Grappig genoeg herken ik zulke culturele verschillen nu bij mijn patiënten met een andere culturele achtergrond.’
Je wilde aanvankelijk kinderarts worden, maar bent uiteindelijk psychiater geworden. Vanwaar de keuze voor transculturele psychiatrie?
‘Ik heb mijn droom om kinderarts te worden moeten loslaten, omdat er in Nederland niet zoveel opleidingsplaatsen zijn. Door mijn werk bij de GGZ in Groningen kwam ik met psychiatrie in aanraking. Toen ik mijn opleiding deed, bestond het vak in Afghanistan nog helemaal niet. Daar kwam je met psychiatrische klachten bij de neuroloog terecht. Ik bleek het vak heel interessant te vinden. Dat ik in de transculturele psychiatrie geïnteresseerd ben geraakt, heeft zeker ook te maken met mijn eigen achtergrond. Culturele verschillen, een lange en onzekere asielprocedure, discriminatie en moeilijke omstandigheden in de AZC’s, in combinatie met een migratie- of vluchtelingenachtergrond, kunnen leiden tot allerlei psychische klachten.’
&w=1200&q=75)
Waar lopen mensen met een migratieachtergrond, en in het bijzonder met een vluchtelingenachtergrond, tegenaan? En hoe kun je ze het beste helpen?
‘Het verschil in cultuur kan, zoals in mijn eigen geval, zorgen voor een cultuurshock. En dan hebben we het nog niet over mensen met een vluchtelingenachtergrond, die vaak oorlog, achtervolging en andere traumatische gebeurtenissen hebben meegemaakt. Zo behandel ik binnen mijn huidige werk als psychiater bij Veldzicht mensen die als asielzoeker of ongedocumenteerde in Nederland verblijven. Dit vraagt om cultuursensitief werken. De context en de achtergrond van de patiënt zijn altijd leidend. Dat geldt niet alleen voor het contact met de patiënt, maar ook voor de overwegingen en de uiteindelijke behandeling.’
‘Wat ik binnen mijn opleiding ontdekte, maar ook binnen mijn werk tegenkom, is dat zowel patiënten als hulpverleners met een andere culturele achtergrond tegen bepaalde culturele aspecten aanlopen. Zo wordt praten met een harde stem, wat in sommige culturen heel gebruikelijk is, zeker in combinatie met een donkere huidskleur al snel geassocieerd met agressie. Het aantal mensen met een andere huidskleur dat gedwongen wordt opgenomen, is relatief groot. Dat vind ik echt schokkend; onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een migratieachtergrond moeilijker de weg weten te vinden naar de GGZ. Daarnaast kunnen het stigma binnen de psychiatrie en de onwetendheid over de psychische klachten van bepaalde migranten- en vluchtelingengroepen ervoor zorgen dat hun problemen escaleren, zodat ze uiteindelijk wel moeten worden opgenomen. Dat vind ik echt een groot probleem van het zorgsysteem. Er moet veel eerder worden ingegrepen!’
Welke problemen ervaren mensen met een migratie- en/of vluchtelingenachtergrond ten aanzien van het vinden van werk?
‘Binnen mijn werk kom ik voornamelijk mensen tegen die niet mógen werken omdat ze nog in een asielprocedure zitten of uitgeprocedeerd zijn. Mensen die in zo’n procedure zitten, verkeren jaren in grote onzekerheid. En dat heeft invloed op hun psychische welzijn. Het zijn bovendien vaak mensen met veel trauma’s. Als psychiater probeer ik er voor ze te zijn. Dat betekent zoeken naar de juiste behandeling, zoals psychotherapie en medicatie. Maar vaak is dat niet voldoende. We weten dat werken, iets doen dat nuttig is en dat betekenis heeft, heel belangrijk is voor het herstel en preventie van psychische klachten. Maar ook als mensen eenmaal aan het werk zijn, is het belangrijk om aandacht te hebben voor culturele aspecten die te maken hebben met hun achtergrond.’
Hoe belangrijk is jouw eigen achtergrond binnen je werk als transcultureel psychiater?
‘Of mijn achtergrond een voorwaarde is? Nee! Een voorwaarde is het zeker niet. Iedereen zou met alle soorten patiënten moeten kunnen werken. Ik behandel ook Nederlandse patiënten, het zou heel raar zijn als ik dat niet mocht of kon doen. Het is wel belangrijk dat je de wereld en de context van de problemen van de patiënt goed begrijpt. Als arts moet je mensen behandelen met hele verschillende achtergronden. Dat vraagt om cultuursensitief werken.’
Best of Both Worlds
In een samenleving die wordt gekenmerkt door verdeeldheid is voor Nederlanders met een gemengde culturele achtergrond een bijzondere rol weggelegd. Zij weten immers als geen ander wat het is om op te groeien in verschillende culturen: het betekent voortdurend zoeken naar compromissen en verbinding. In de rubriek Best of Both Worlds vertellen Nederlanders met een gemengde culturele achtergrond over de invloed die dit heeft gehad op hun latere studiekeuze en loopbaan.
Wil je weten welk beroep bij jou past? Doe de beroepskeuzetest.
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)