
Alex Brenninkmeijer: ‘Er hangt een duistere stofwolk boven Nederland’
Er is geen moreel leider opgestaan na de aanslag in Utrecht. Sterker nog: het populisme rukt op en de ethiek wordt overboord gegooid. Een doorn in het oog van Alex Brenninkmeijer, van wie onlangs het boek Moreel leiderschap uitkwam. Intermediair sprak hem over zijn kijk op leidinggevend Nederland.
Foto’s: Pieter Pennings
Vijf dagen na de aanslag in Utrecht en drie dagen na de provincialestatenverkiezingen, schuif ik in een prachtige Utrechtse wijk aan tafel bij Alex Brenninkmeijer, het Nederlandse lid van de Europese Rekenkamer. Brenninkmeijer, de voormalige Nationale Ombudsman die de rol van luis in de pels van ’t Haagse met verve vervulde, nodigt me uit in zijn tuinkamer. ‘De jasmijn is nog maar net uitgebloeid’, vertelt hij terwijl hij de thee inschenkt en zijn plekje tussen het groen inneemt.
Ik kijk ondertussen eens goed rond. De woonkamer ademt zijn manier van denken. In een glazen vitrinekast, net buiten het zicht van de tuinkamer, ligt een grote verzameling passers. ‘Ik vind de precisie van de passer als instrument mooi.’ Een houten toonbank laat pennen in alle soorten zien. ‘Pennen spreken het gevoel aan, ze drukken emoties uit.’ En aan de wand hangen tientallen tekeningen, litho’s en etsen van vlinders. ‘Je zult geen opgezet exemplaar terugvinden’, zegt hij.
Zijn net verschenen boek, Moreel leiderschap, ligt tussen de theekopjes op ons gesprek te wachten. ‘Zullen we elkaar tutoyeren?’, vraagt hij. ‘Dat schept wat minder afstand en ik vind het plezierig als we elkaar op gelijkwaardige voet benaderen.’
&w=1200&q=75)
Het was op zijn zachtst gezegd een spraakmakende week. De stad waar jij al 25 jaar woont werd opgeschrikt door een aanslag. Schrok je ervan?
‘Toevallig had ik het enkele dagen daarvoor met burgemeester Van Zanen over het feit dat er zomaar vanuit het niets iets heftigs kan gebeuren in een stad. Toen het ineens werkelijkheid werd, kon ik alleen maar respect hebben voor hoe hij ermee omging. Heel rustig, waardig en vooral professioneel. Maar als je voor de Europese Unie werkt, waar met grote regelmaat een minuut van stilte in acht wordt genomen vanwege een aanslag, kun je helaas niet meer spreken van een schrikreactie als zoiets zich in je eigen stad voordoet.’
Was je bij de stille tocht in Utrecht?
‘Nee, maar wat ik op tv zag, vond ik bijzonder mooi. Het gaf ruimte aan de emoties van mensen uit alle culturen en het heeft gelukkig niet geleid tot ongemak tussen Utrechters met al dan niet een Turkse migratieachtergrond. Bovendien vond ik het fijn om te zien dat de burgemeesters van andere grote steden uit solidariteit meeliepen.’
Wie is Alex Brenninkmeijer?
1972 – 1976: Recht en economie, Universiteit Groningen
1980 – 1984: Dissertatie (De toegang tot de rechter, een onderzoek naar de betekenis van onafhankelijke rechtspraak in de democratische rechtsstaat), onderzoek en les aan de Universiteit van Tilburg
1984 – 1995: Rechter en raadsheer, Centrale Raad van Beroep
1995 – 2002: Vicepresident Centrale Raad van Beroep
1997 – 2005: Hoogleraar staats- en bestuursrecht, Universiteit Leiden
2000 – 2014: Eindredacteur Tijdschrift Conflicthantering
2002 – 2005: Hoogleraar arbeidsverhoudingen bij de overheid, Albeda-leerstoel Universiteit Leiden
2005 – 2013: Nationale Ombudsman
2014 – heden: Hoogleraar institutionele aspecten van de rechtsstaat, Universiteit Utrecht
2014 – heden: Nederlands lid van de Europese Rekenkamer
Jouw boek gaat in op het verschil tussen democratie en politiek, maar gaat vooral over het handelen vanuit moreel leiderschap. Is er afgelopen week in de politiek een groot moreel leider opgestaan?
‘Jazeker. De premier van Nieuw-Zeeland heeft na de afschuwelijke aanslag in Christchurch een mooi statement gemaakt. In het parlement zei ze: “Ik zal nooit meer zijn naam noemen. Hij is een terrorist, hij is een crimineel. Maar als ik spreek, zal hij naamloos zijn.”’
Interessant dat je haar als voorbeeld geeft. Waarom maakt dat van haar een moreel leider?
‘Het gaat mij meer om moreel leiderschap dan om de status van moreel leider. Ik benader moreel leiderschap langs de lijnen van logos, pathos en ethos zoals Aristoteles die heeft toegepast in zijn boek Ars Rhetorica. Dat wil zeggen dat iemand overtuigend spreekt en handelt naar ratio, gevoel én ethiek. Dat is exact wat zij deed.
‘Haar toespraak kwam dus ook niet dezelfde dag tot stand. Ze maakte ruimte om van snel naar langzaam denken te gaan. Een methode van Daniel Kahneman. Dat is heel belangrijk om op zo’n moment toe te passen omdat je jezelf de tijd geeft om te reflecteren en van daaruit te handelen. Wat ze bedoelde met haar toespraak is dat iemand ontmenselijkt na zo’n daad en daardoor zijn naam kwijtraakt. Met haar woorden liet ze zien wat er is gebeurd in haar land, maar ook wat ze voelde én waar ze voor staat.’
Eigenlijk bedoelde ik met de vraag of er een moreel leider is opgestaan: of er een in Nederland is opgestaan na de aanslag in Utrecht…
‘Ah, nou ik ben bang dat we eerder kunnen spreken van een heel duistere stofwolk die over het land trekt. De democratie wordt breed gesteund en is levend, maar niet per se doordat politici zich hier hard voor maken. Onze democratie wordt gedragen door de ruim 17 miljoen inwoners van Nederland, maar de politieke strijd verruwt en ik heb steeds meer moeite met die rol van politici. En aan de uitslagen van de provincialestatenverkiezingen te zien, daags na de aanslag, denk ik dat dit gevoel breed gedragen wordt. Ik ben ervan overtuigd dat een deel van die verkiezingsuitslag zijn oorsprong vindt in het verzet tegen de gevestigde orde in Den Haag of, zoals Baudet het noemt, het partijkartel.’
&w=1200&q=75)
Baudet heeft, al dan niet dankzij dat verzet richting de gevestigde orde, wel hoge ogen gegooid.
‘Klopt. Maar de vraag is hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen. Er wordt gespeculeerd dat hij vooral via de digitale weg zijn visie heeft weten over te brengen. Dat is een hele kostbare zaak geweest. Maar waar is dat geld vandaan gekomen? Alle politieke partijen hebben altijd de houding gehad dat zij niet gereguleerd moeten worden, maar uit recent Kamerdebat blijkt dat de zorg breed leeft.
‘Niemand kan uitsluiten dat er forse financiering is geweest uit bijvoorbeeld Rusland, hoewel uit het recente rapport-Mueller blijkt dat de Russische invloed misschien minder waarschijnlijk is. Dat raakt de regulering van de partijfinanciering. Ik wil weten of FvD transparant is geweest over waar ze het geld vandaan hebben gehaald. Als later uit onderzoek blijkt dat er geld uit kanalen is gekomen, waar we niet gelukkig mee zijn: wat is er dan met onze democratie gebeurd? Dat verwoest naar mijn idee de politiek, omdat op deze manier burgers gemanipuleerd worden door mensen die alles behalve moreel leiders zijn. Verkiezingen mogen niet gemanipuleerd worden.’
Worden we niet sowieso gemanipuleerd door de politiek?
‘Absoluut, op allerlei manieren. De rol van Cambridge Analytica bij verkiezingen vormt een dieptepunt voor de democratie. In 2012 zag ik al dat marketingbureaus als Motivaction worden ingeschakeld die politieke partijen vertellen op welke thema’s welke groepen in de maatschappij aanslaan. In plaats van dat de thema’s opkomen vanuit politieke waarden over hoe de maatschappij eruit zou moeten zien, redeneren partijen andersom.
‘Je ziet ook dat bepaalde thema’s sterk worden aangezet. Zo wordt de hoeveelheid inwoners van ons land met een islamitische achtergrond vaak fors overdreven, met woorden als tsunami. Waar men nu het idee heeft dat wellicht 20 procent van de samenleving een islamitische achtergrond heeft, en het misschien wel boven de 30 procent kan gaan in de toekomst, heeft in feite maar 6 procent een islamitische achtergrond en kan dat in de komende jaren stijgen tot rond 15 procent.
‘Er wordt door de politiek slim ingespeeld op bepaalde onzekerheidsgevoelens die heel reëel lijken als je naar een fractie van de samenleving luistert. Die gevoelens worden geclusterd aan uitspraken als “sluit de grenzen” en “de islam is de grote bedreiging”. Termen als “de boreale wereld” worden sluipenderwijs in de samenleving gebracht en hebben op termijn een sterk polariserende uitwerking. Er ontstaat een wij-zij-tegenstelling.’
Je had het zojuist over een duistere stofwolk. Toch zie ik dat niet terug als ik naar de stille tocht in Utrecht kijk, waar allerlei nationaliteiten gebroederlijk naast elkaar liepen.
‘Daar kan ik dan ook alleen maar waardering voor hebben. Er is vaak een groot verschil tussen het beeld dat het publieke en politieke debat oproept en wat er op straat gebeurt. De inwoners van Utrecht hebben direct aanvaard wat er is gebeurd door er op een rustige manier mee om te gaan – op advies binnen te blijven en af te wachten – en uiteindelijk naast elkaar te gaan lopen in de stille tocht. Dat is prachtig.
‘We zien elkaar blijkbaar toch als elkaars gelijke in dit soort tijden. Het laat ook zien dat maar een fractie van de samenleving denkt in tegenstellingen. Maar stel je nou eens voor dat Utrecht een populistische burgemeester zou hebben gehad. Een volksmenner zou op kunnen roepen tot protesten of zelfs razzia’s in de Turkse gemeenschap. We moeten ons afvragen wat die oproep teweeg zou hebben gebracht in onze samenleving.’
&w=1200&q=75)
Wat kunnen we nou leren van een week waarin er eerst een aanslag plaatsvindt en twee dagen later een populistische partij als grote winnaar uit de provincialestatenverkiezingen komt?
‘Samenlevingen rusten op gemeenschappelijke verhalen, maar die moet je wel ontwikkelen. Op dit moment is het een kakofonie van allerlei verhalen die gevoed worden door de politiek en de media. Maar probeer eens de moreel leider in jezelf naar boven te halen. Ga eens van snel naar langzaam denken. Probeer eens naar elkaar te luisteren, elkaar te begrijpen en samen te bouwen aan een gedeeld verhaal.
‘Ik denk dat iedereen moreel leiderschap kan ontwikkelen door van snel naar langzaam denken te gaan, door rustig een analyse te maken van het rationele, het gevoelsmatige en het ethische. Een moreel leider past dit altijd toe. Niet alleen op zijn of haar kijk op de samenleving, maar ook thuis in de privésfeer en op het werk.’
Kun je van dat laatste een voorbeeld geven?
‘Een poosje geleden nam een hoge ambtenaar van een ministerie contact met me op om ruggespraak te houden. Er waren #MeToo-incidenten geweest, vervelende dingen waren voorgevallen, en zij was binnen het ministerie verantwoordelijk voor het stimuleren van een veilige werkomgeving. Zij nodigde mij uit om mijn verhaal te houden. Het boeiende was dat toen ik het van snel naar langzaam denken en het inzicht in het belang van pathos en ethos naast logos had toegelicht, ik kon zwijgen. Er volgde een onderlinge discussie in de zaal met vragen als “hoe gaan we nou eigenlijk met elkaar om?” en ”waar staan we voor?” De vragen die dan rijzen, is de reden waarom ik dit boek heb geschreven: zodat mensen geïnspireerd raken, er zelf mee aan de slag gaan en mensen moreel leiderschap tonen.’
Van snel naar langzaam denken
Daniel Kahneman, de emeritus hoogleraar psychologie aan Princeton University die in 2002 de Nobelprijs voor de economie kreeg, is bekend geworden door zijn onderzoek naar de menselijke psyche in de economie. In zijn boek Ons feilbare denken legt hij uit dat er twee manieren van denken zijn. Systeem 1 is het snelle denken, wat voortkomt uit ons overlevingssysteem. Systeem 2 is het langzame denken waarbij we op basis van ratio tot een beslissing komen. Aan de hand van talloze anekdotes legt Kahneman in zijn boek uit waarom beide systemen ons grote voor- maar ook nadelen kan opleveren. Lees in dit artikel van de Volkskrant meer over Kahneman.
