
Laat je niet opjutten door de huizengekte
Wie overweegt te gaan huren wordt dezer dagen meewarig aangekeken. Als je het kunt betalen, ben je wel gek als je niet koopt, is tegenwoordig de heersende mening. Begrijpelijk, mede gezien de extreem lage hypotheekrente. Maar niet voor iedereen is het kopen van een huis verstandig. Soms is huren de betere keuze. Het kopen van een huis heeft namelijk ook nadelen.
Eenmalige aankoopkosten
Als koper betaal je een flink bedrag aan eenmalige kosten. Deze kosten moet je uit eigen zak betalen en mag je niet lenen. De grootste kostenpost is meestal de overdrachtsbelasting van twee procent. Verder betaal je advieskosten voor je hypotheekadviseur of bank, notariskosten en makelaarskosten. Reken op zo’n 5 procent kosten. Bij een huis van 3 ton dus 15.000 euro. Die kosten krijg je nooit meer terug en die moet je dus eigenlijk uitsmeren over de periode die je in je huis blijft wonen. Is dat bijvoorbeeld tien jaar, dan gaat het om 1.500 euro per jaar. Maar als je al na drie jaar weer verhuist, betaal je in feite boven op de hypotheeklasten jaarlijks 5.000 euro aan extra kosten.
Onderhoudskosten
Als huiseigenaar heb je veel meer uitgaven dan als huurder. Je betaalt jaarlijks de gemeentelijke lasten, gebaseerd op de WOZ-waarde en dus waarschijnlijk flink stijgend de komende jaren. Maar denk ook aan de maandelijkse bijdrage aan de Vereniging van Eigenaren (VvE) als je in een appartement woont. Sinds kort moeten VvE’s jaarlijks 0,5 procent van de herbouwwaarde reserveren. Sommige VvE’s hebben de maandelijkse inleg daarom flink verhoogd. Het is nog maar de vraag of je dat geld ooit terugziet.
Klein onderhoud
Naast groot onderhoud is er klein onderhoud waar je als eigenaar voor opdraait. Denk aan een verstopte wc of een kapotte cv-ketel, schilderwerk binnen en andere incidentele kostenposten. In vastgoedland is er een vuistregel die zegt dat je jaarlijks gemiddeld 1 procent van de marktwaarde van je huis kwijt bent aan groot en klein onderhoud. Heb je als huurder allemaal niet!
Niet flexibel
Huiseigenaren zijn minder flexibel, minder ‘footloose’, dan huurders. Als je een huis hebt, ga je minder snel verhuizen als dat handig is voor je werk. Als huiseigenaar zul je daarom misschien minder snel van baan veranderen dan als huurder. Het bezit van een huis kan zo je carrière schaden, tenzij je genoegen neemt met een langere reistijd.
Belastingvoordeel stelt niets voor
En de hypotheekrenteaftrek dan? Vergeet het maar, bij de huidige lage rente is het voordeel van de hypotheekrenteaftrek heel beperkt. Bovendien wordt het voordeel ervan voor de hogere inkomens de komende tijd verder aan banden gelegd. Kortom, voor het belastingvoordeel hoef je geen huis te kopen.
Dalende huizenprijzen
Last but not least: in tegenstelling tot wat sommigen lijken te denken, kunnen stenen wel degelijk minder waard worden. De huizenprijzen bewegen mee met de economie. Zo daalde de gemiddelde huizenprijs in Nederland tussen 2008 en 2013 met 20 procent. En heus niet alleen in Oost-Groningen en Zuid-Limburg. Ook in populaire steden als Amsterdam en Utrecht gingen de huizenprijzen in die periode flink onderuit. Nu hoeft een lagere huizenprijs niet erg te zijn als je toch niet van plan bent te gaan verhuizen. Maar als je vanwege een nieuwe baan of gezinsuitbreiding je huis wilt verkopen, kan je dat duur komen te staan als je pech hebt.
:focal()&w=256&q=75)