Werkgevers/
Werknemers
Verslaafd aan je smartphone? Dit trucje is te lullig voor woorden, maar werkt wel
Archief4 min lezen

Verslaafd aan je smartphone? Dit trucje is te lullig voor woorden, maar werkt wel

Roos Schlikker is niet bepaald verslavingsgevoelig, maar die smartphone is een ander verhaal. Ze leek weerloos tegen de verleidingen van het apparaatje, tot ze een simpele remedie ontdekte.


Stakkers waren we. Onlangs kwamen mijn man en ik na dagenlang door een wildpark in Tanzania te hebben rondgereisd met verstopte poriën, touwtjeshaar op ons hoofd en kleren klam en bezweet, aan in een lodge met douches, zeep en flessen wijn op voorraad. En wat deden we? We stonden bij de receptie wanhopig te zwaaien met onze mobieltjes in onze handen. Want hier hadden ze wifi!

Ja, het is gênant. Ik die nauwelijks verslavingsgevoelig is, ben vervlochten met mijn mobiele telefoon. Lange tijd heb ik geroepen dat dat nodig is voor mijn werk. Flauwekul natuurlijk. Mijn werk bestaat niet uit eindeloze Whatsappgesprekken voeren over Temptation Island, een lullig spelletje met stuiterende balletjes spelen of Twitterdiscussies volgen met de hashtag #canyoulickyourelbow.

Toch doe ik het, vele uren per dag. En maar zeiken dat ik zo weinig tijd heb en mijn hoofd zo vol is. Vind je het gek? Je kop is vol met elleboog-likkende mafkezen, dame.

Ik ben natuurlijk de enige niet. Laatst bleek dat bijna 30 procent van de jongeren smartphoneverslaafd is. Ik als oude bok durf wel te stellen dat het bij middelbare-leeftijdmensen niet veel beter is, en als ik zie hoe verkleefd mijn vader en zijn vrienden aan hun mobiel zijn, kunnen we spreken van een schermpjesepidemie.

Stupide, leg dat ding gewoon weg, zou je zeggen. Dat lukt slecht. Het is als de zak chips die je steeds roept als je hem in huis hebt gehaald. ‘Eet mij!’ Het fijne met chips is echter dat je ze niet hoeft te kopen. Die smartphone is een ander verhaal. Ja, ik ken ze, mensen die zijn overgestapt, of moet ik zeggen terug gestapt, op de oude Nokia. Geen kleurtjes, frontjes of spelletjes, slechts een piepklein scherm en een apparaat dat je min of meer handmatig moet aanzwengelen.

Lollig hoor, reuze retro ook, maar het vervelende met vooruitgang vind ik dat een stap terug gekmakend is. Tienduizend keer cijfers indrukken voor ik ‘Hallo hallo wie stinkt daar zo’ heb ge-sms’t, ik breng het niet op.

Intussen zit ik met een ‘Aai mij, bepotel mij’-roepend apparaat opgescheept. Ik heb mijn social media er al eens afgeknikkerd, maar nog altijd heb ik dat stomme ding in mijn handen, aangezien al die apps ook gewoon via de browser te bezoeken zijn.

Tristan Harris, vroeger productfilosoof bij Google, zei laatst in een interview in The Atlantic over smartphoneverslaving: ‘Je kunt wel zeggen dat het een kwestie van zelfbeheersing is, maar dan vergeet je dat er aan de andere kant van het scherm duizenden mensen aan de ondermijning van jouw zelfbeheersing zitten te werken.’

Ze zijn niet achterlijk daar in Silicon Valley. Nee, dat ben ík. Maar sinds kort gaat het plotseling beter. Er is een remedie die te stom en lullig voor woorden is en toch werkt. Maak het ding kleurloos. Je kunt je telefoon zo instellen dat-ie helemaal zwart-wit is, en je zou het niet zeggen, maar dan pak je hem een stuk minder vaak. Blijkbaar zijn het kleurtjes die ons brein triggeren, een grauwig ding bepotel je minder snel.

En dus interesseert het me geen lor of ik wifi heb en laat ik duizenden Nederlanders zonder mij als publiek aan hun elleboog likken. Intussen kijk ik meer om me heen in plaats van op een scherm.

Dit is de eerste vorm van vergrijzing waar ik aan kan verdienen. Tijd in elk geval. Want ik heb nu een zwart-wittelefoon. Waardoor mijn leven stukken kleurrijker is.

Weten hoe je je telefoon vergrijst? Kijk hier:


Afbeelding van de auteur

Roos Schlikker

Roos Schlikker (A’dam, 1975) belandde na haar studie Nederlands in de financiële journalistiek. Nu schrijft ze columns in Het Parool, TPO Magazine en Intermediair.