
De helft van de ziekenhuispatiënten kan ook op afstand verzorgd worden
Draagbare technologie en robots nemen steeds meer taken van artsen over. Zo daalt de werkdruk en kunnen ouderen langer thuis blijven wonen.
Als 17-jarige jongen werkte Daan Dohmen als assistent in een verzorgingstehuis, waar hij bejaarde mensen met dementie verzorgde. 'De mensen die daar zaten waren heel afhankelijk van de zorg. Na mijn studie, op het grensvlak van technologie, zorg en bedrijfskunde, wilde ik kijken hoe ik die mensen met moderne technologie kon helpen. Ik wilde de technologie inzetten om ze langer zelfstandig te houden, zodat ze langer thuis kunnen blijven wonen.'
Slimme sensoren
Inmiddels, twee decennia later, ontwikkelt zijn bedrijf FocusCura verschillende producten die kwetsbare mensen als ouderen en chronisch zieken ondersteunen. 'We hebben een slim alarmeringssysteem, dat met sensoren het leefpatroon van mensen volgt. Als er dan een afwijking is, zoals een val, kan het systeem zelf alarm slaan. De voordeur van de cliënt kan met een app op de telefoon van de zorgverlener geopend worden.'
Het bedrijf van Dohmen heeft ook een app ontwikkeld waarmee artsen op afstand de vitale waarden van patiënten in de gaten kunnen houden. 'Met de combinatie van die producten kunnen we ervoor zorgen dat ouderen zelfstandig blijven, maar ook dat de werkdruk in de zorg lager is. Patiënten kunnen namelijk veel handelingen zelf overnemen. Dankzij dit soort innovatie kunnen we heel veel mensen die nu in het ziekenhuis terechtkomen of in een verzorgingstehuis worden opgenomen, langer thuis houden, in hun vertrouwde omgeving.'
Hoeveel patiënten kunnen er naar huis? Volgens een rapport van adviesbureau Gupta kan over tien jaar 46 procent van de patiënten die in Nederlandse ziekenhuizen liggen, ook op afstand verzorgd worden. Dat is gunstig, zegt het bureau, want dan kunnen patiënten sneller hun normale leven weer kunnen oppakken. Het adviesbureau plaatst wel nog een belangrijke kanttekening. Als patiënten door de technologische vooruitgang plotseling toegang krijgen tot zo veel informatie over hun eigen gezondheid, dan moeten ze die ook leren interpreteren. Gupta ziet daarin een rol voor verpleegkundigen, die patiënten kunnen helpen bij het begrijpen van hun lichaam.
Hoe slim de zorg ook wordt, Wouter van Solinge, ambassadeur e-health en data analytics aan het UMC Utrecht, denkt dat de huisarts en het ziekenhuis altijd belangrijk zullen blijven. 'Je kunt met je slimme horloge heel veel informatie verzamelen over je gezondheid, maar als je pijn hebt in je buik, kunnen daar heel veel oorzaken voor zijn. Voor uitgebreidere diagnostiek met bloedprikken of een röntgenfoto zullen niet snel alternatieven buiten het formele zorgcircuit zijn.'
Kortom: als je eenmaal een diagnose hebt, kan de arts je best op afstand in de gaten houden, afhankelijk van de ziekte en behandeling. Maar als je acuut ziek bent of als je nog geen idee hebt wat er mankeert, dan heb je toch echt een arts nodig om je te helpen. Wel denkt Van Solinge dat slimme algoritmes de arts zullen ondersteunen bij het zoeken naar een diagnose. 'Er bestaan nu al algoritmes die kanker kunnen herkennen op een CT-scan. In de toekomst zullen algoritmes met veel meer verschillende ziektebeelden om kunnen gaan.'
Menselijke beslissingen
De algoritmes kunnen dan data van over de hele wereld van miljoenen patiënten combineren, om zo te zien aan welke ziekte je lijdt en wat de beste behandeling voor jou is, denkt Van Solinge. 'Het duurt nog wel even voordat we zover zijn, want die algoritmes moeten voor ieder ziektebeeld apart worden ontwikkeld. En als ze er eenmaal zijn, zal de arts altijd degene zijn die de beslissing neemt. De arts ziet de patiënt voor zich, en kan op basis van gevoel en ervaring met die patiënt een beslissing nemen, een algoritme kan dat niet, die ondersteunt de besluitvorming alleen maar.'
Daarnaast kan een algoritme niet de wens van de patiënt zelf meewegen. 'Als een bejaarde patiënt kanker krijgt, zal een algoritme de beste behandeling aanraden. Een arts zal vragen: meneer, u bent 89, wilt u wel behandeld worden? De technologie wordt onmisbaar als ondersteuning, maar verpleegkundigen en artsen blijven belangrijk voor het menselijke aspect in de zorg.'
