:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Schijnzelfstandigheid: ben je echt zzp’er of toch werknemer?
Sinds de Belastingdienst strenger controleert op schijnzelfstandigheid is er veel onrust onder zzp’ers en opdrachtgevers. Advocaat arbeidsrecht Harold Willems legt uit wanneer je als freelancer moet opletten - en wat de gevolgen zijn als je ‘ineens’ toch werknemer blijkt te zijn.
Afbeelding boven het artikel ter illustratie. Bron: Getty Images
Door het vervallen van het zogenoemde handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst strenger op schijnzelfstandigheid. Harold Willems, arbeidsrechtadvocaat bij Lexence, legt uit wat daar precies onder verstaan wordt. ‘Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand als zelfstandige wordt ingehuurd, terwijl er eigenlijk sprake is van loondienst. De werkende is dan geen echte ondernemer, maar krijgt ook niet de bescherming van een werknemer. Dat is met name problematisch in sectoren als de bouw, zorg en horeca.’
De strengere handhaving roept veel vragen op. Met name: wanneer ben je nou écht zelfstandig? ‘De grens is in veel gevallen lastig te bepalen’, zegt Willems. ‘Nieuwe wetsvoorstellen moeten die grens verduidelijken, maar ook die roepen discussie op. Het debat raakt grotere thema’s: hoe willen we werken en hoe houden we de arbeidsmarkt eerlijk?’
Schijnzelfstandigheid herkennen
De beoordeling of sprake is van schijnzelfstandigheid is allesbehalve eenvoudig. Er is volgens Willems geen gouden regel. ‘Het wordt beoordeeld op basis van een holistische toets: alle feiten en omstandigheden worden in onderling verband beoordeeld en op basis daarvan wordt een oordeel gegeven over de vraag of iemand werkzaam is als werknemer of als zelfstandige.’ Wel zijn er duidelijke signalen. ‘Als een opdrachtgever bepaalt hoe, wanneer en waar het werk moet worden uitgevoerd – bijvoorbeeld door instructies te geven, werktijden vast te leggen of voortgang te controleren – is dat een aanwijzing voor een arbeidsovereenkomst.’
Een ander belangrijk punt is het ondernemersrisico. ‘Gebruik je materialen van de opdrachtgever, heb je geen eigen klanten en krijg je een vaste vergoeding - ongeacht je inzet of resultaat - dan ontbreekt dat risico. Dat wijst op een dienstverband’. Ook de mate van inbedding in de organisatie speelt een rol. ‘Draag je dezelfde bedrijfskleding, gebruik je een intern e-mailadres of neem je deel aan werkoverleggen, dan lijk je steeds meer op een gewone werknemer.’
Herkwalificatie
Het risico dat een zzp’er achteraf als werknemer wordt bestempeld, is reëel – zeker nu de handhaving is aangescherpt. ‘Voor de opdrachtgever betekent zo’n herkwalificatie dat hij met terugwerkende kracht loonbelasting en premies moet afdragen, en dat er mogelijk een cao van toepassing blijkt te zijn’, zegt Willems.
Maar ook voor de zelfstandige zelf kan het gevolgen hebben. ‘Bij een herkwalificatie heb je ineens recht op werknemersrechten zoals doorbetaalde vakantiedagen, minimumloon, ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte.’ Toch is dat niet altijd een onverdeeld voordeel, voegt hij toe: ‘Als je als zelfstandige gebruik hebt gemaakt van belastingvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek, moet je die bij herkwalificatie mogelijk terugbetalen.’
Langdurige opdrachten: extra risico?
Veel zzp’ers werken tegenwoordig langere tijd voor één opdrachtgever, zeker in de zorg, IT en media. ‘Dat kán een indicatie zijn van schijnzelfstandigheid, vooral als je jarenlang op vaste dagen werkt, geen andere klanten hebt, onder instructies werkt en weinig ondernemersrisico loopt’, aldus Willems. ‘Maar de enkele omstandigheid dat je langdurig voor één opdrachtgever werkt, is niet voldoende om te concluderen dat sprake is van een dienstverband. Het gaat om het totaalbeeld.’
Zachte landing
De wetgever werkt aan nieuwe regels om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, maar hoe dat precies vorm krijgt, is nog onduidelijk. ‘Het Wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) ligt bij de Tweede Kamer, maar de Raad van State was kritisch. Er is als alternatief voor de VBAR zelfs een tweede wetsvoorstel ingediend, de Zelfstandigenwet. Willems: ‘Ook op dit voorstel is veel kritiek. Hierdoor zie je dus dat de wetgever worstelt met het aanpakken van het probleem van de schijnzelfstandigen.’ Hij voegt eraan toe dat de handhaving sinds 1 januari weliswaar is hervat, maar dat de Belastingdienst daar geen extra capaciteit voor heeft vrijgemaakt. ‘Het is dus eerder een zachte landing dan een keiharde handhaving.’
Zo weet je het verschil tussen zzp en loondienst
Gezagsverhouding: ‘Het belangrijkste verschil tussen een arbeidsovereenkomst en een overeenkomst van opdracht is de gezagsverhouding. Werk daarom zelfstandig: bepaal zelf hoe je de opdracht uitvoert en zorg dat je ook andere opdrachtgevers hebt.’
Heldere overeenkomst: ‘Je ziet in de praktijk nog te vaak overeenkomsten waar alleen de titel is gewijzigd van arbeidsovereenkomst naar overeenkomst van opdracht. Dat is niet verstandig. Afspraken die typisch horen bij een arbeidsovereenkomst – zoals loondoorbetaling bij ziekte of tijdens vakantie – kun je beter vermijden.’
Wat zegt de praktijk? ‘Kijk niet alleen naar de papieren afspraken, maar vooral naar hoe de samenwerking in de praktijk wordt ingevuld. Wezen gaat voor schijn: uiteindelijk bepaalt de werkelijkheid of jij een echte zelfstandige bent.’
:focal()&w=256&q=75)