
Overwerk is in de zorg normaal (niet alleen tijdens corona)
In het Nationaal Salaris Onderzoek (NSO) 2021 van Intermediair en Nyenrode Business Universiteit valt op dat met name vrouwen in de zorg veel meer uren maken dan in hun contract staan. Waarom doen ze dat?
Uit het NSO blijkt dat vrouwen die in de zorg werken, beduidend meer uren maken dan zij volgens contract zouden moeten doen. De mediaan (het middelste getal in een oplopende getallenreeks) van het aantal uren volgens contract ligt bij deze vrouwen op 24 uur, maar ze zeggen er daadwerkelijk 27 per week te werken. Dat is opvallend meer dan in andere sectoren, waar respondenten naar eigen zeggen gemiddeld 1 à 2 uur per week overwerken. Wat is hier aan de hand? Hebben vrouwen in de zorg zoveel hart voor de zaak of worden ze min of meer gedwongen om over te werken? En waarom gaat dit alleen op voor vrouwen?
‘Niet meer dan logisch’
Voor Oshin van der Hansz (33) geldt het eerste. Zij werkt als ggz-begeleidster voor mensen met autisme. ‘Ik ga vaak over mijn contracturen, maar dat doe ik met liefde’, zegt ze. ‘Voor mij is het niet meer dan logisch om soms net even wat extra te geven, omdat je weet dat je investeert in een cliënt of patiënt. Ik houd van aanpakken en doorpakken.’
Volgens haar contract werkt Oshin 34 uur, maar in werkelijkheid werkt ze er gemiddeld 39 per week. In coronatijd wordt er nog meer gevraagd van Oshin en haar collega’s, mede doordat hun cliënten veel spanning en stress kregen van de lockdowns, met alle gevolgen (en crisissituaties) van dien. ‘Als er crisis is, werk ik weleens 26 uur achter elkaar. Ik heb regelmatig ’s nachts moeten uitrukken als er iets aan de hand was. Dat is niet iets wat iemand me vertelt te doen – ik wil het zelf graag. Ik vind het belangrijk om er op cruciale momenten voor mijn cliënten te zijn, zodat ze weten dat ze er niet alleen voor staan. Soms is het gewoon nodig om dat tandje bij te zetten.’
Ook collegialiteit speelt volgens Oshin een rol bij het overwerken. ‘Soms werk je door omdat je problemen niet wilt doorschuiven naar een volgende dienst of je collega’s er niet mee wilt opzadelen. Als je dienst erop zit, kun je gelijk naar huis gaan, maar zo zit ik niet in elkaar.’ Overwerk is volgens Oshin inherent aan werken in de ggz. ‘Dat hoort er een beetje bij.’
&w=1200&q=75)
Vrije tijd
Die overuren worden overigens wel gecompenseerd in vrije tijd. Mits je ze meldt natuurlijk, wat Oshin niet altijd zegt te doen. ‘Soms werk ik zoveel over dat ik bijna medelijden krijg met de organisatie. Het is mijn eigen fout. Op een gegeven moment had ik zoveel overuren opgebouwd, 150 in tien maanden tijd, dat een deel daarvan werd uitbetaald.’
Mensen in de zorg geven gewoon heel veel, zegt Oshin, maar dat heeft ook een keerzijde. ‘Ik ben er zelf op een gegeven moment in doorgeschoten. Het is een cliché, maar je moet eerst voor jezelf zorgen voordat je voor een ander kunt zorgen. Als jij zelf op bent, kun je cliënten minder goed begeleiden. Maar dat moet je wel eerst beseffen. Inmiddels geef ik veel beter mijn grenzen aan. Ik heb dat echt moeten leren.’
Jannemarie Scheepbouwer (50) zet óók met liefde een stapje extra voor haar cliënten, maar dat is volgens haar nou net het probleem in de zorg: de sector maakt misbruik van de goedheid van de medewerkers, vindt ze. ‘De zorg drijft op de goede harten van de mensen die er werken. Als ze moeten kiezen tussen zichzelf en hun cliënt, zullen zorgmedewerkers altijd voor de cliënt kiezen. En dat gaat per definitie ten koste van de zorgmedewerker.’
Heftig werk dat slecht betaalt
Jannemarie werkt als huishoudelijke hulp bij hulpbehoevenden en eenzame ouderen. Voorheen in loondienst, inmiddels voor zichzelf. Per 1 september heeft ze haar baan opgezegd. ‘Ik vond het heerlijk om nodig te zijn en anderen te kunnen helpen, totdat het me ging opbreken. Het is heftig werk dat slecht betaalt.’
Volgens contract werkte ze 10 uur per week, maar ze was nooit te beroerd om buiten werktijd bijvoorbeeld nog wat boodschappen te doen voor een cliënt. ‘En die uren schrijf je dan niet, omdat het niet de bedoeling is dat je dat doet. Maar als ik werk bij een man met COPD en straatvrees die in coronatijd in zijn eentje zit, laat ik die toch niet aan zijn lot over? Het is mijn taak om te zorgen dat zijn huis schoon is, maar het sociale contact is misschien nog wel belangrijker. Als huishoudelijke hulp ben je meestal de enige die elke week op een vast moment komt. Voor velen was ik hun steun en toeverlaat. Je bouwt een band op met die mensen.’
&w=1200&q=75)
Geen vakantie
Vakantie opnemen deed ze haast nooit. ‘Die gelegenheid krijg je niet. Er is altijd een personeelstekort. En al zou er iemand zijn om jouw werk over te nemen als je vakantie hebt, dan is het zo’n gedoe om aan die collega over te dragen hoe jouw cliënten alles het liefst hebben, dat je het liever zelf doet.’
Overwerk wordt niet zozeer opgelegd, zegt Jannemarie, maar je moet wel heel stevig in je schoenen staan om géén extra uren te draaien als je in de zorg werkt.
Wat moet er gebeuren om die situatie te verbeteren? ‘Extra geld naar de zorg kan sowieso geen kwaad’, zegt ze. ‘Er is nog te weinig erkenning voor hoe belangrijk het werk is.’ Ook zou er door leidinggevenden meer gelet moeten worden op de gemaakte uren, vindt ze. ‘Het systeem is nu zogenaamd zelfsturend, maar in de praktijk komt dat erop neer dat medewerkers het zelf maar moeten uitzoeken, terwijl veel zorgmedewerkers voortdurend over hun eigen grenzen gaan en heel slecht voor zichzelf kunnen opkomen. Althans, ik kan me niet voorstellen dat ik daarin de enige ben.’
Ook Oshin zou graag zien dat er meer aandacht komt voor de mentale gezondheid van zorgmedewerkers. ‘Hoeveel mensen zitten niet met een burn-out thuis? Dat kun je voorkomen door preventief aan de slag te gaan. Ik ben zelf in staat mijn grenzen te herkennen en aan te geven, maar er zijn veel mensen die dat niet kunnen.’
Relatief meer vrouwen
Dat vooral vróúwen in de overige zorg zoveel uren zeggen over te werken, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat er in de zorg nu eenmaal relatief meer vrouwen werken (74 procent van de werknemers in de sector is vrouw, volgens het NSO). Hoogleraar psychologie aan Nyenrode Business Universiteit Jaap van Muijen is een van de onderzoeksleiders van het Nationaal Salaris Onderzoek. Hem valt op dat vrouwen in de zorg kleine contracten hebben: ze werken gemiddeld ‘maar’ drie dagen – en krijgen hun werk klaarblijkelijk niet gedaan in de tijd die ervoor staat. Mannen in de overige zorg hebben volgens Van Muijen vaker een contract voor 36 uur, en werken dat in werkelijkheid ook. Mogelijk hebben zij vaker kantoorfuncties.
Van Muijen vermoedt dat de sector overige zorg er dit jaar uitspringt vanwege het coronavirus. ‘Als je het vergelijkt met een paar jaar geleden, is het aantal ervaren overuren in de sector nu opvallend meer. Het onderzoek is afgenomen in lockdowntijd; ik denk dat ze in de overige zorg meer dan in andere sectoren zijn geconfronteerd met de coronaperikelen en zich extra hebben ingezet om de juiste zorg te leveren. Als ik de cijfers positief zou moeten interpreteren, zou ik zeggen dat deze vrouwen hart voor de zorg hebben.’
