:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Werken vanuit Ecuador is verworven recht: werkgever mag thuiswerkregeling niet zomaar terugdraaien
Mag je werkgever je verplichten weer naar kantoor te komen? Die vraag stond weer centraal, ditmaal in de rechtbank. Een Nederlandse werknemer die al sinds 2020 vanuit Ecuador werkte, kreeg eind 2024 te horen dat aanwezigheid op kantoor weer gewenst was. De werknemer stapte succesvol naar de rechter.
Doel van de werknemer is dat hij vanuit Ecuador zijn werk mag blijven uitvoeren, dit is nodig omdat de werkgever heeft aangegeven dat er nieuw beleid is en daarin staat dat werken vanuit het buitenland ‘niet wenselijk’ is. Ofwel: hij moet na jaren werken en wonen in Zuid-Amerika terug naar Nederland óf op zoek naar nieuw werk.
Werken vanuit het buitenland na de pandemie
Al voor de coronapandemie maakte de specialist op de Info management en architectuur afdeling de stap om gedeeltelijk vanuit Ecuador te werken, daarvoor deed hij zijn werk vanuit Zwolle. Dit vond de werkgever goed, onder de voorwaarde dat deze afspraken voor één jaar geldig waren, dat hij 2 periodes in Ecuador werkte, dat er tussentijdse evaluaties waren en dat beide konden aangeven dat als de situatie ‘op één of andere wijze toch niet voor alle partijen een werkbare situatie is’ dat er een ‘passende oplossing’ werd gezocht. Zo gezegd, zo gedaan.
Toen brak de coronapandemie uit en bleek de eerste periode van werken vanuit Ecuador bijna anderhalf jaar. Daar hield het niet bij op. Sinds 2022 werkte de werknemer ‘voornamelijk’ vanuit het Zuid-Amerikaanse land.
Dat de werknemer goed werk afleverde in deze jaren is nooit onderwerp van discussie geweest, zo blijkt uit de verslagen van de functioneringsgesprekken. Heikel punt voor de werkgever is dat de afgesproken maandelijkse evaluaties over het werken op afstand niet zijn gevoerd óf dat er geen verslagen van zijn gemaakt. Daarom kan de werknemer zonder twijfel duidelijk maken dat zijn werk goed was en dat de afstand daar niet onder leed.
Rechter toetst afspraken aan de praktijk
Kernput voor de rechter is of de werknemer een arbeidsvoorwaarde of ‘verworven recht’ heeft gekregen dat hij vanuit Ecuador mag werken. In de afspraken die in eerste instantie zijn gemaakt staat nadrukkelijk dat het géén arbeidsvoorwaarde of verworven recht is. Toch oordeelt de rechter dat dit wél zo is.
De werknemer mag er volgens de rechter vanuit gaan dat de afspraken ‘verruimd’ zijn omdat hij al jaren vanuit Ecuador werkt. Tijdens de coronaperiode bleef de werknemer al langer in Zuid Amerika dan was afgesproken, ook daarna bleef dit zo. Daarbuiten blijkt uit de niet, of niet goed uitgevoerde, tussentijdse verslagen, dat de ‘tijdigheidsclausule’ helemaal niet gehanteerd werd. Dan zou er namelijk een regelmatige evaluatie moeten zijn (zoals afgesproken in eerste instantie), en dat is niet gebeurd.
Goed nieuws voor de werknemer, hij krijgt te horen van de rechter dat de ‘internationale werkregeling’ doorgezet moet worden ‘op de wijze waarop dat nu gebeurt’.
Juist in de afgelopen maanden willen steeds meer werkgevers de kantoren weer voller zien met werknemers. Met deze uitspraak heb je als werknemer niet ineens een ‘thuiswerkrecht’, maar het kan dus wel deel zijn van een verworven recht.
Meer lezen over het recht om thuis te werken?
Werken vanuit huis: is dat een recht waarop je je kunt beroepen?
Waarom Nederland blijft thuiswerken - ondanks Amerikaanse druk
:focal(2175x2417:2176x2418)&w=256&q=75)