Werkgevers/
Werknemers
Huisarts Anna bezweek aan de angst om een fout te maken
Werk privebalans5 min lezen

Huisarts Anna bezweek aan de angst om een fout te maken

Anna* was als huisarts in opleiding altijd bang om een verkeerde inschatting te maken. Toen ze zomaar uitviel tegen haar dochtertje, wist ze dat ze professionele hulp nodig had.


‘Als huisarts heb je acht minuten om iemand te beoordelen. Dat is in principe genoeg. Daar ben je op getraind. Ook al heb je niet de middelen van een specialist, zoals echo’s en röntgenfoto’s. Maar het is een grote verantwoordelijkheid. Als iemand buikpijn heeft, of altijd vermoeid is, dan heeft dat meestal een onschuldige oorzaak. Maar niet altijd. Die gevallen moet je eruit pikken en doorverwijzen. Soms acuut. Naar een cardioloog, neuroloog, of internist. Vanwege een alarmsymptoom, of omdat je voelt dat er iets niet pluis is.

‘Ik voelde die verantwoordelijkheid heel sterk. Bij elke patiënt. Ik werd steeds bezorgder iets te missen. Elke ochtend schoot ik wakker. Had ik dat laboratoriumresultaat echt goed beoordeeld? Moest ik er niet nog eens naar kijken? Ook op mijn fiets onderweg naar de praktijk ratelde mijn hoofd door. Die patiënt van gisteren, was die goed terechtgekomen bij de longarts? Dat moest ik zo als eerste even checken. Ik leefde continu op de toppen van mijn zenuwen. Ook in mijn privéleven was ik overgevoelig en gespannen. Ik zocht voortdurend erkenning en geruststelling. Hartkloppingen, somberheid, slecht slapen, ik vertoonde het hele palet aan chronische stressklachten. Maar toch wilde ik het niet toegeven. Niet piepen, maar doorgaan. Dat is het motto van de meeste artsen. Dat verwachten we van onszelf. En dat verwachten patiënten ook van ons.

Informatie

Stress en trauma’s bij artsen

‘De helft van de artsen maakt ooit een incident mee waarvan hij of zij last houdt’, zegt psycholoog Jeanine van Leersum van Care4doctors. ‘Het kan gaan om een medische misser, maar ook om een situatie waarin de arts machteloos staat.’ Vaak ontwikkelt een arts vervolgens stressklachten of een posttraumatische stressstoornis. ‘Artsen zijn echter geneigd die klachten te negeren. Het zijn toegewijde en hardwerkende zorgverleners, die vinden dat heftige gebeurtenissen en stress nu eenmaal bij hun vak horen. Daar zeur je niet over. Door die houding hebben artsen vaak helemaal niet door hoe groot de impact van die gebeurtenissen is.’

Toch is het volgens Van Leersum belangrijk om tijdig aan de bel te trekken. ‘Anders kan het van kwaad tot erger gaan en kun je een depressie of angststoornis ontwikkelen. Een op de tien artsen raakt ooit verslaafd, een nog hoger percentage artsen ontwikkelt een burn-out en het aantal suïcides is onder artsen aanzienlijk hoger dan in de algemene bevolking.’

‘Op een zaterdagochtend viel ik uit naar mijn dochtertje. Om helemaal niets. Ze keek me met grote ogen aan. Zo’n moeder wilde ik niet zijn. Op maandag meldde ik me ziek. De bedrijfsarts verwees me door naar Care4doctors, die gespecialiseerd zijn in de behandeling van angst- en spanningsklachten bij artsen. Daar besprak ik onder meer mijn kernkwaliteiten en valkuilen. Ik ben consciëntieus, betrokken. De keerzijde daarvan is dat ik een grote behoefte aan erkenning heb. Dat geeft onzekerheid en vreet energie. Ik liet voor het eerst de gedachte toe dat ik daar iets aan moest veranderen. Mijn therapeut gaf me opdrachten om mijn energiebalans te herstellen. Ik ging wandelen in het bos. Stond voor het eerst in tijden ’s middags rustig op het schoolplein te wachten op mijn kindertjes. Nam de tijd om lekker te moederen. Als ik alleen thuis was zette ik muziek op en zong mee. Het hielp allemaal alleen maar tijdelijk.

Huisarts Anna bezweek aan de angst om een fout te maken 5

‘Het werd me steeds duidelijker dat er meer moest gebeuren. Mijn psycholoog stelde EMDR voor. Dat helpt niet alleen om de gevolgen van trauma’s te verzachten, maar is ook een soort reset van je zenuwstelsel. Ik moest in gedachten teruggaan naar een situatie waarin ik heel angstig was geweest. Die bleek zich niet op mijn werk af te spelen, maar in mijn privéleven. Ik dacht terug aan die ene middag, toen het plotseling heel slecht ging met een dierbaar persoon. Ik had geen enkele controle over de situatie. Ik voelde me machteloos en wanhopig. Ondertussen liet mijn therapeut mij naar een stokje kijken, dat ze voor mijn ogen heen en weer bewoog.

‘We deden drie sessies. Het was niet zo dat ik me van de ene op de andere seconde een ander mens voelde, maar ik merkte dat mijn stressreactie op alles enorm was afgenomen. Ik was nog steeds moe en leefde teruggetrokken, maar mijn oude optimisme keerde terug. Ik kon weer handelen, zonder aan alles te twijfelen.

‘Nu werk ik als arts op een consultatiebureau. Dat is ook een verantwoordelijke baan, maar de druk is weg. Ik hoef geen beslissingen meer te nemen die het verschil kunnen maken tussen leven en dood. Ik kan weer de goedlachse, meelevende dokter van vroeger zijn. Die als ouders zich zorgen maken thuis in de wetenschappelijke literatuur duikt en ze later in de week terugbelt met extra informatie. Ik heb het gevoel weer echt iets voor anderen te betekenen.

‘Ik heb geluk gehad. Achteraf gezien is er geen enkele patiënt over wie ik overduidelijk een verkeerde beslissing heb genomen. Maar collega’s is dat wel overkomen, ook al handelden ze net als ik naar eer en geweten. Of ze maakten mee dat een patiënt hen plotseling ontglipte, zonder dat ze daar iets aan konden doen. Zelfs al valt jou als huisarts niets te verwijten, zo’n casus kan je blijven achtervolgen.’

* De naam is gefingeerd op verzoek van de geïnterviewde.

Informatie

Wanneer aan de bel trekken?

Artsen moeten op hun hoede zijn wanneer ze slecht slapen, veel piekeren, prikkelbaar zijn, niet meer kunnen ontspannen, wanneer hun werkplezier afneemt en/of wanneer ze merken dat ze minder beginnen te functioneren.


Afbeelding van de auteur

Jolein de Rooij

Jolein de Rooij is psycholoog en journalist. Ze schrijft tijdschriftartikelen en blogs, vaak op basis van interviews. Ze publiceert in onder andere Psychologie Magazine en Intermediair.