:focal(1773x444:1774x445)&w=3840&q=75)
Caroline móest stoppen met lesgeven door mantelzorg: 'Ik schoot overal tekort'
‘Sinds de geboorte van mijn dochter op 15 september 2014 ben ik mantelzorger’, het zijn de woorden van Caroline de Swart (40). De gescheiden Arnhemse is al elf jaar mantelzorger voor haar tienjarige dochter met een ernstige spierziekte en doet dit vanaf het begin af aan alleen. Ze werkte als leerkracht, maar de zorg voor haar dochter bleek niet te combineren met haar baan.
‘Zij heeft een ernstige, progressieve spierziekte: Collageen 6 Spierdystrofie, een zeldzame aandoening die slechts bij één op de miljoen mensen voorkomt. De diagnose kregen we pas negen maanden na de geboorte, maar vanaf het begin was het duidelijk dat er veel zorg nodig zou zijn’, vertelt Caroline over de telefoon. Veel tijd heeft ze niet, omdat ze straks haar dochter van school moet halen.
Twijfels
Twijfels over haar rol als mantelzorger, naast haar baan, waren er niet. ‘Ik beschouwde het aanvankelijk niet als “mantelzorg”. Voor mij was mantelzorg iets wat je later doet, bijvoorbeeld voor je ouders. Maar langzaam besefte ik dat het concept ook op mij van toepassing was. Ik ben haar “case manager”, hoofdverantwoordelijk voor alles rondom afspraken, vragen en voorzieningen. De tijd die het mij kost om bijvoorbeeld anderen te instrueren de zorg tijdelijk over te nemen, zorgt ervoor dat ik bijna altijd alles zelf doe.’
Een kwart
Een kwart van de Nederlandse werkenden is mantelzorger. En een kwart van die werkende mantelzorgers zegt tegen problemen aan te lopen door een betaalde baan te combineren met de zorg voor een familielid, buur of ander persoon. Dat blijkt uit een bericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). ‘Naar verwachting zal de komende jaren meer beroep worden gedaan op werkenden om mantelzorg te geven.'
Veertien jaar lang gaf Caroline Engelse les op een vmbo-school. ‘Dat deed ik met hart en ziel, tot ik dat na zeven jaar mantelzorg niet meer kon combineren. In het begin werkte ik vier dagen, optimistisch zoals veel vrouwen dat zijn na de geboorte van hun kinderen. Dat ging snel naar drie dagen.’
Zwaar
Het werd steeds duidelijker dat de combinatie te veel van haar vroeg. ‘Ik merkte dat ik telefoontjes van artsen tussendoor moest beantwoorden en mijn klas van 25 leerlingen moest vragen om even stil te zijn. Ze waren ontzettend lief en begrepen het altijd, maar zo wilde ik niet werken. Soms was ik vanwege medische afspraken in Utrecht een halve dag kwijt, omdat we in Arnhem wonen. Dit leidde tot het uitvallen van lessen en dat voelde niet goed. Ik probeerde alle ballen in de lucht te houden, maar had alsnog het gevoel dat ik overal tekortschoot. Dat maakte het zwaar.’
Tekst gaat verder onder de vacatures.
Om het zo lang vol te houden, hielp het Caroline om constant in gesprek te blijven met haar werkgever. ‘Ik ben altijd heel open geweest over mijn situatie: van diagnoses tot wat invloed kon hebben op mijn werk. Mijn hele team was op de hoogte, en dat hielp echt. Openheid werkte voor mij dus heel goed, maar tegelijkertijd bleef het gevoel bestaan dat ik zowel thuis als op werk niet genoeg kon zijn.’ Ook kwam het vooral neer op ‘gewoon doorzetten’, zegt ze erbij.
Lees ook: Hoe kun je mantelzorg goed combineren met je werk?
Grenzen
Ze liep tegen haar grenzen aan als docent en mantelzorger van haar dochter. ‘Mijn leidinggevenden waren altijd begripvol. Ze hebben me vaak gezegd dat ze blij waren dat ik zo eerlijk was over mijn situatie. Toch voelde ik uiteindelijk dat ik steken liet vallen en dat mijn leerlingen daar last van hadden, bijvoorbeeld door lessen die uitvielen tijdens examentijd. Dat vond ik verschrikkelijk. Op een gegeven moment besloot ik dat het anders moest. Mijn werk was te belangrijk voor mij om half werk te leveren, en mijn zorg voor mijn dochter was even essentieel. Het was geen makkelijke keuze.’
Missen
Caroline laat weten het lesgeven erg te missen. ‘Vooral nu het examentijd is. Laatst zat ik bij de examens Engels en ik kreeg buikpijn omdat ik het zo mis. Het lesgeven, mijn leerlingen, dat heeft altijd een speciale plek gehad. Tien jaar geleden droomde ik ervan teamleider of afdelingsleider te worden, maar dat lukt niet meer. Toch ben ik blij dat ik kan blijven werken. Ik werk nu als projectcoördinator en beleidsondersteuner, een functie die flexibeler is. Ik kan een halve dag thuiswerken en de medische afspraken van mijn dochter beter rond mijn werk plannen. Het voelt dubbel. Er zijn dagen dat ik bijvoorbeeld doosjes sta in te pakken voor de school en denk: “Is dit wat ik nu doe met mijn opleiding?” Tegelijkertijd geeft het me de stabiliteit om nog te werken, iets wat niet vanzelfsprekend is in mijn situatie.’
‘Gewoon mens’
‘Mijn werk is mijn rust’, antwoordt Caroline op de vraag waarom haar vaste werk belangrijk blijft voor haar. ‘Het is fijn om even niet alleen een ouder te zijn, maar ook een “gewoon mens”. Op werk ben ik een volwaardige collega. We hebben vrijdagmiddagborrels, collega's klagen over hun klas, en het gaat gewoon even over normale dingen.’ En voegt toe: ‘Dat stukje ontspanning is voor mij heel waardevol.’
Financiële gevolgen
Dan rijst de vraag of de overstap naar de andere functie financiële gevolgen heeft gehad. Haar antwoord: ‘Helaas wel. Als docent was ik ingeschaald in een bijbehorende schaal: LC. Nu ben ik onderwijsondersteunend personeel en dat is een stap terug qua inkomen. De overheid compenseert dat niet. Ik was in het begin vooral blij dat ik kon blijven werken, maar later besefte ik dat het financieel behoorlijk wat verschil maakte.’ Voor de zorg van haar dochter krijg Caroline wel een PGB, een persoonsgebonden budget. ‘Daarmee kan ik mezelf of iemand anders inhuren.’
Lees ook: Waarom je mantelzorg altijd met je werkgever moet bespreken
Veranderen
Caroline heeft voor haarzelf een duidelijk beeld van wat er moet veranderen om werkende mantelzorgers minder snel in de knel te laten raken. ‘Meer kennis van zorg- en calamiteitenverlof, zodat werkende mantelzorgers weten wat hun rechten zijn. Veel collega’s die mantelzorg verlenen weten niet dat zij ook voor hun kind recht hebben op zorgverlof. “Het is gewoon je kind en daar zorg je toch gewoon voor?”, denken velen. Het besef dat één op de vier werkenden mantelzorger is, leeft nog niet genoeg. Mantelzorg komt bijna nooit ter sprake tijdens functioneringsgesprekken, terwijl het zo veel invloed heeft op je werk.’ Caroline moet inmiddels haar dochter ophalen, en sluit af met: ‘Ik denk dat aandacht daarvoor, zowel vanuit werkgevers als de overheid, meer mensen helpt.’