:focal(1049x781:1050x782)&w=3840&q=75)
Als ontspannen ook al een moetje wordt
‘Zelfs ontspannen moet ik tegenwoordig.’ Mick, 39, advocaat, zegt het met een ongemakkelijke lach. Hij heeft pijn in zijn schouders, in zijn nek, vaak buikklachten en slaapt slecht. Zijn fysiotherapeut adviseert hem de spanning los te laten en vaker pauze te nemen. Maar naast zijn drie keer per week sporten, zijn dagelijkse flosbeurten en de stapel dossiers op zijn bureau voelt ook ontspanning inmiddels als… een verplichting. Het lijstje wordt langer in plaats van korter.
Mick is geen uitzondering. Het ziekteverzuim door overspannenheid en burn-out is sinds 2014 met 44 procent gestegen. Bij werknemers onder de 45 zelfs met 58 tot 98 procent. En dat zijn niet alleen ‘vage klachten’: wie mentaal vastloopt, loopt ook 40 procent meer kans op hart- en vaatziekten of stofwisselingsproblemen. Stress zit niet alleen in je hoofd, maar ook in je lijf.
Hypernerveuze samenleving
De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) noemt dit de hypernerveuze samenleving. Een wereld waarin prestatiedruk, versnelling en doorgeschoten individualisme elkaar versterken. Studenten die al vroeg moeten pieken, jonge professionals die altijd “aan” moeten staan, organisaties die medewerkers op ieder detail meten en vergelijken.
De reflex is vaak: leer er maar mee omgaan. Cursusje mindfulness erbij, een ademhalingsapp, een workshop ‘grip op stress’. Allemaal goedbedoeld, maar het maakt de stapel to-do’s alleen maar hoger. Ontspanning als KPI – wie verzint het?
De RVS stelt iets anders voor: pak het probleem bij de wortel aan. De cultuur op school, werk en in de samenleving moet veranderen. Niet studenten trainen om tegen stress te kunnen, maar de prestatiedruk verminderen. Geen individuele veerkrachtprogramma’s, maar een collectieve cultuurverandering. Niet zozeer de nadruk leggen op individualisme, autonomie, zelfontplooiing, maar meer op verbinding, verscheidenheid en vertraging. Er moet ruimte komen voor een maatschappelijk debat over werkdruk, meer ruimte voor medewerkers die op een eigen manier meedoen en meer lege tijd gedurende de werkdag, een soort speelkwartier voor volwassenen.
Klinkt mooi. Maar in de praktijk blijft de vraag: wie durft als eerste op de rem te trappen? Mick zeker niet. In zijn wereld is het up or out. Wie gas terugneemt, verliest zijn toppositie. Ziekmelden? Dat wordt gezien als zwakte. En werkgevers? Die hebben het liefst fitte, aangepaste medewerkers die zonder mokken een tandje bijzetten.
In vertraagd tempo naar een oplossing
De idealen in het rapport klinken geweldig, maar gaan tegelijkertijd uit van de maakbaarheid van de samenleving en leggen daardoor op hun manier druk op. Je moet vertragen, zoals je ook moet ontspannen. Misschien is de sleutel om niet te groot te denken. In Spanje kregen vrouwen recent recht op betaald menstruatieverlof. Geen wereldschokkende oplossing, wel een signaal: sommige vormen van druk en pijn hoef je niet in stilte te dragen. Ja, je moet bij de huisarts langs en de dagen moeten worden ingehaald, maar het doorbreekt een taboe.
Zoiets kleins kan ook bij werkdruk helpen. Niet nóg een verplicht ‘ontspan-kwartier’ met een yogamat naast je bureau. Maar eens experimenteren met een werkdruk verlofregeling die laat zien: we zien je, en we nemen jouw grenzen serieus. Met evaluatie van hoe dit werkt.
Verandering is nodig, maar zolang ontspanning zelf een verplicht nummer blijft, lopen we allemaal als Mick rond: krom van de spanning, tanden keurig geflost, maar volledig uitgeput.
:focal(218x90:219x91)&w=256&q=75)