Werkgevers/
Werknemers
Drie collega's zitten aan een houten tafel en maken aantekeningen tijdens een gesprek over de werkcultuur en autonomie.
Werk privebalans5 min lezen

‘We zijn te druk bezig met het bewaken van onze grenzen op werk’

Individualisering, autonomie en prestatiedruk, je vindt het door de hele samenleving terug, ook op de werkvloer. Peter Kanne schreef het boek Lang zal ik lekker leven: ‘In mijn beleving zijn we bezig met de verkeerde dingen, er is veel individualisme en autonomie, maar weinig onderlinge betrokkenheid.’


Afbeelding boven het artikel ter illustratie. Personen komen niet in het artikel terug. Bron: Getty Images.

Het boek gaat vooral over massaconsumptie en individualisme in de maatschappij, maar Kanne ziet dat patroon terug op kantoor: ‘We zijn zo druk met het afbakenen van onze taken, grenzen bewaken, autonomie, presteren en organiseren dat we uit het oog verliezen wat werk ook is, namelijk een plek waar mensen elkaar ontmoeten, helpen groeien en opvangen.’

Autonomie slaat door

Werknemers zijn sterk gefixeerd op hun takenpakket, ziet Kanne: ‘Het is prima om je grenzen te bewaken, dat is ook gezond. Als er voortdurend te veel van je gevraagd wordt, zorgt dat voor overbelasting en een burn-out. Maar als je alleen maar daarop gefocust bent, kun je het geheel missen. Dan ben je minder verbonden met het bedrijf en met je collega’s. Dat zorgt er voor dat je minder bereid bent om mee te bewegen.’

De sterke focus op het takenpakket en de voorwaarden door vooral jongere werknemers, maakt dat het werk veel transactioneler wordt: ik doe wat voor jou, jij geeft mij dat. ‘De verbinding is zoek, iedereen zit op zijn eigen eilandje en in zijn eigen bubbel en drijft bij elkaar vandaan. Daardoor wordt werk steeds minder een plek van ontwikkeling, vriendschap en betrokkenheid.’

Minder begeleiding door meer vrijheid

Medewerkers krijgen ruimte, verantwoordelijkheid en vertrouwen, ziet Kanne. Dat is goed, maar dat heeft een keerzijde: werknemers worden losgelaten zonder dat daar voldoende begeleiding tegenover staat. ‘Mensen worden vrijgelaten en krijgen veel autonomie, wat niet fout is, maar op de weg daarnaar toe is er vaak weinig aandacht voor vragen of het allemaal wil lukken en hoe het gaat. Medewerkers krijgen taken en projecten zonder coaching over hoe ze dat het beste kunnen uitvoeren. Micromanagen is ook niet de bedoeling, maar er is een middenweg mogelijk tussen taken geven en mensen begeleiden. Als medewerkers doelen krijgen en ze uitgelegd wordt wat bereikt moet worden, zijn zij meer gemotiveerd dan wanneer iemand naast hen gaat zitten en zegt Nu moet je dit doen en nu dat. Zeker bij kenniswerkers.’

In het bedrijfsleven groeien de beste medewerkers nog te vaak door tot manager, ziet Kanne. ‘Dat je goed bent in je werk, wil niet zeggen dat je ook goed met mensen kunt omgaan. Johan Cruijff was een fantastische voetballer en als trainer was hij ook geweldig, maar hij is een uitzondering. De meeste trainers waren helemaal niet zo enorm goed als voetballer. En bijvoorbeeld Marco van Basten, een geweldige voetballer, was geen goede trainer. Je moet goed zijn in coachen en een leraar zijn. Je kunt het ook met opvoeden vergelijken.’

Prestatiedruk

Vanaf de kleuterschool staan we al onder druk om goed te presteren. Fouten maken lijkt niet meer te mogen. ‘Die druk gaat in je hoofd zitten. Als je de vraag krijgt hoe het met je gaat en je antwoord met ‘goed hoor’ omdat je denkt dat dat verwacht wordt, doe je jezelf te kort. Ik heb zelf ruim twintig jaar geleden een burn-out gehad en iedereen was daarover verbaasd. Wat ze niet zagen was de druk die ik mezelf oplegde, de verwachtingen die ik in mijn hoofd op mezelf projecteerde maar niet uitsprak. Niemand zei dat ik het niet waarmaakte, maar ik vond mezelf niet goed genoeg. We doen ons allemaal net iets beter voor dan we ons voelen en we realiseren ons te weinig dat de ander dat ook doet. Werknemers mogen hun twijfels en onzekerheden best meer laten zien. Leidinggevenden doen er goed aan om hier empathisch in te zijn. Onzekerheid en twijfel is niet erg, dat kan en mag.’

Realiteitsbesef 

Volgens Kanne zitten we vast in een meritocratie; prestaties en talenten zorgen voor macht en sociale status. ‘Je ziet alleen de mensen bij wie het gelukt is; degenen met een succesvolle carrière, met een leuke podcast of een groot Instagramaccount. Al die mensen bij wie het niet gelukt is, die zie je niet. Dat zijn er veel meer, maar die zijn onzichtbaar. Dat we alleen successen zien, wordt enorm versterkt door social media. Daardoor lijkt falen geen optie meer, als je maar genoeg je best doet dan kun je de top halen. Maar dat is natuurlijk niet zo. Dit idee legt wel de lat in je hoofd steeds hoger, terwijl je niet ziet hoeveel mensen onder die lat blijven hangen. Dat mag allemaal best ietsje minder.’


Afbeelding van de auteur

Joke Heikens

Joke Heikens is freelance journalist voor onder meer Intermediair.