:focal(2761x1399:2762x1400)&w=3840&q=75)
Werkstress en burnouts blijven terugkomen zolang dít niet verandert op de werkvloer
Tom (45) is officieel ziekgemeld. Dat woord staat keurig in de systemen en in de planning van zijn leidinggevende. Maar wie hem nu thuis ziet zitten, in een pyjamabroek op de bank, ziet geen man met koorts. HR-expert Diana van Asten schrijft over de problemen van Tom (en velen zoals Tom) in deze blog.
Je ziet in Tom iemand die leeg is. Iemand die geen woorden meer heeft voor wat er in hem gebeurt, die de dagen van zich af ziet glijden en daarom kiest voor het enige woord dat nooit wordt bevraagd: ziek. Tom is niet ziek. Tenminste, niet in de klassieke betekenis. Hij is vermoeid, emotioneel op, overspoeld door privéproblemen en werkdynamieken die al maanden aan hem trekken, maar hij heeft niet geleerd om daar woorden aan te geven. Dus verzint hij geen nieuw verhaal; hij kiest het verhaal dat iedereen begrijpt en niemand bevraagt. “Ik meld me ziek.”
Hoe het langzaam misging op werk
Tom was jarenlang de collega waar leidinggevenden graag mee werken: betrouwbaar, loyaal, kundig. Maar het afgelopen jaar veranderde er van alles. Het ging niet met grote gebaren, maar in kleine verschuivingen die je pas ziet als het te laat is.
Zijn nieuwe manager wilde alles controleren. Het vertrouwen dat Tom eerder voelde, maakte plaats voor een soort onrust, alsof hij de hele dag beoordeeld werd. Feedbackgesprekken werden scherper. Het team, ooit hecht, verviel in mailtjes en losse overleggen zonder echte verbinding.
Thuis werd het er niet beter op. De kinderen trokken zich steeds meer terug, zijn partner zei vaker dat ze het niet meer trok, en de luchtigheid die er ooit was, was verdwenen. Tom ging door, zoals hij dat altijd deed. Hij werkte, hij zorgde, hij hield de boel draaiend. En ergens onderweg raakte hij zichzelf kwijt.
Tot zijn lichaam stop zei. Hij zat achter zijn scherm, keek naar een knipperende cursor en voelde zijn borst samenknijpen. Een signaal dat zich niet meer liet wegduwen. Hij wilde iets zeggen, maar niets kwam eruit. Dus ging hij naar huis. En de volgende ochtend meldde hij zich ziek.
Wat hij nooit zei
Tom vertelde niemand dat hij al maanden vastzat in een conflict met zijn manager waarvan hij geen uitweg meer zag. Hij vertelde niet dat hij thuis nauwelijks nog sliep omdat hij bang was voor de volgende discussie. Hij vertelde niet dat hij zichzelf steeds vaker ervoer als iemand die faalde, op werk en thuis.
Hij was gewend om problemen rationeel te benaderen, om professioneel te blijven, om eerst zelf te proberen iets op te lossen. En dus deed hij wat veel medewerkers doen wanneer de bodem wegzakt: hij stapte in de rol van de zieke. Niet omdat hij wilde liegen, maar omdat hij geen andere manier meer zag om stil te vallen zonder uitgelegd te hoeven worden
De ziekmelding als schuilplaats voor problemen
Ziekte is een veilige categorie. Het voorkomt dat je moet uitleggen waarom je niet functioneert. Het voorkomt dat iemand doorvraagt. Het voorkomt dat je dingen moet uitspreken waarvan je niet weet wat ze zouden losmaken. Ziekte is een pauzeknop. Een tijdelijke bescherming. Een manier om niet te hoeven kiezen tussen eerlijkheid en controleverlies. Maar die veiligheid houdt de waarheid ook buiten de deur.
De bedrijfsarts die niets ziet en rust adviseert
Zes weken later zit Tom tegenover de bedrijfsarts. Er worden vragen gesteld, maar nergens in dat gesprek wordt iets geraakt dat werkelijk betekenis heeft. De bedrijfsarts hoort halfronde zinnen over vermoeidheid, spanning, te veel hooi op de vork. Tom voelt zich opgelucht dat hij niets hoeft uit te pakken. Beiden blijven binnen de grenzen van het gesprek dat veilig voelt. En dus schrijft de bedrijfsarts op: “Mentale klachten. Advies: rust.”
Alsof rust de afstand thuis kleiner maakt.
Alsof rust de werkrelatie herstelt die al zo lang onder druk staat.
Alsof rust alles oplost waar Tom al een jaar in vastloopt.
Drie weken later zit Tom nog steeds op dezelfde plek op dezelfde bank. Zijn leidinggevende belt af en toe beleefd. Zijn partner probeert hem te bereiken en raakt hem tegelijk kwijt. Tom weet niet meer wat er van hem verwacht wordt, niet of hij wil terugkeren, niet of hij het nog kan. En misschien nog het meest: hij weet niet meer hoe hij moet zeggen wat er aan de hand is.
De echte vraag en het uitstellen van het gesprek
Herken jij iets van jezelf in Tom? In het uitstellen. In het groot houden. In de knoop in je maag waar je al maanden omheen loopt. In de hoop dat het vanzelf weer wordt zoals het ooit was. In het vermijden van dat ene gesprek omdat je bang bent dat het alles op scherp zet. Misschien ben jij niet ziekgemeld. Misschien functioneer je op papier prima. Maar voel je ook dat het zo niet langer kan. En misschien denk je, net als Tom: als ik begin met praten, weet ik niet waar het eindigt. Maar dat is precies het punt waarop het moet beginnen.
Hoe je dit gesprek wél opent
Een gesprek zoals dit hoeft niet perfect te zijn of volledig met oplossingen. Het begint met durven zeggen dat je vastloopt, op werk of thuis of in alles tegelijk. Het begint met een zin als: “Het gaat al een tijd niet goed met me, en ik wil dit zeggen voordat het echt misgaat.” En wat daarna komt, hoeft niemand meteen op te lossen. Het gaat erom dat de stilte verdwijnt. Dat er lucht komt. Dat iemand meedenkt. Dat je niet meer in je eentje hoeft te blijven draaien in een verhaal dat te zwaar is geworden.
De les uit Tom’s verhaal: durf te delen
Niet alles wat ziekte heet, is ziekte. Soms is het een medewerker die te lang heeft gezwegen, iemand die zichzelf groter heeft gemaakt dan hij aankon, iemand die dacht dat hij eerst grip moest hebben voordat hij het mocht delen. Maar juist dat zwijgen maakt dat de problemen zich vastzetten.
Het gesprek dat je uitstelt, wordt uiteindelijk een keuze die voor je wordt gemaakt. Terwijl er altijd eerdere kruispunten zijn waarop het anders had gekund. Een moment waarop Tom had kunnen zeggen: “Ik trek dit niet meer.” Een gesprek met zijn leidinggevende, een stap naar een psycholoog die via zijn werkgever nota bene gewoon beschikbaar was — laagdrempelig, vertrouwelijk, bedoeld om precies deze situatie te voorkomen.
:focal(2883x292:2884x293)&w=256&q=75)