
Staren naar een leeg scherm
Cecile* had op papier tijd voor haar proefschrift, maar in de praktijk niet. Ze vertelt hoe ze in een burn-out belandde en weer herstelde.
'Ik kreeg altijd al hartkloppingen voordat ik mijn mailbox geopend had. Ik was bang voor die mails, waar in zou staan dat ik het niet goed deed. Dat was die dag inderdaad zo. Een groepje studenten vroeg een gesprek met mij aan. Ze wilden interessantere lessen. Mijn kamergenoot kwam met goedbedoelde, praktische adviezen over hoe ik dat gesprek zou moeten voeren. Maar ik wilde helemaal niet meer spreken met studenten. Ik barstte ter plekke in huilen uit. Ik bereidde mijn lessen altijd tot in de puntjes voor, maar er waren altijd assertieve studenten met klachten. Waarom was hun tentamen nog niet nagekeken? Waarom hadden ze een onvoldoende gekregen? Vaak hadden ze de literatuur niet bestudeerd of mijn colleges niet bijgewoond. Maar toch zocht ik de schuld bij mezelf.
Ik had met mijn lector afgesproken dat ik naast mijn onderwijstaken aan mijn proefschrift zou schrijven. Daarnaast zou ik nog een nieuw onderzoek starten. Maar in de praktijk gaf ik alleen maar les. Niemand die me hielp. Mijn promotor was inmiddels professor en helemaal opgeslokt door bestuurlijke taken. Om toch aan mijn proefschrift toe te kunnen komen, ging ik steeds harder werken, met als resultaat dat ik alleen maar vermoeider raakte, waardoor ik over alles twee keer zo lang deed. Dus ging ik ook 's avonds tentamens nakijken en lessen voorbereiden. En later 's nachts. Als ik aan mijn proefschrift wilde toekomen, moest dat in het weekend. Maar dat was een van de weinige momenten dat ik bij mijn gezin kon zijn. Straks moest ik later tegen mijn dochtertje zeggen: mama wilde graag nog even promoveren, daarom ging papa in zijn eentje elk weekend met jou naar de dierentuin.
Ik kon trouwens niet meer schrijven. Ik wist niet waar ik moest beginnen. Als ik al eens een zin schreef, haalde ik hem meteen weer weg. Werken aan mijn proefschrift kwam neer op staren naar een leeg scherm. Niet zo gek, want mijn hoofd deed het niet meer. Ik kon niet eens mijn dochtertje naar de crèche brengen zonder vijf keer te controleren of ik de voordeur wel op slot had gedaan.
Ik meldde me voor de helft ziek. En zocht hulp bij een coach die promovendi begeleidt. Bij alles wat ze vroeg, moest ik huilen. Wat waren mijn taken? Hoe was mijn begeleiding? En tot overmaat van ramp zei ze dat ik er nog niet klaar voor was om aan mijn proefschrift te werken. Ik had een burn-out. Ik moest eerst maar eens tot rust komen. En me 100 procent ziek melden.
Hoge stress onder promovendi
'Promovendi moeten tegenwoordig echt binnen vier jaar promoveren', zegt coach Arjenne Louter van Louter Promoveren. 'Dat geeft een enorme werkdruk en lukt bijna niemand, ook omdat ze ondertussen ook nog worden geacht les te geven, studenten te begeleiden, conferenties te bezoeken en symposia te organiseren. Tegelijkertijd gaan universiteiten er vaak klakkeloos van uit dat promovendi daarvoor alle vaardigheden in huis hebben, op het gebied van plannen, schrijven en organiseren. Dat zorgt ervoor dat veel promovendi een burn-out krijgen of depressief worden.' 'In 90 procent van de arbeidscontracten voor promovendi is niets afgesproken over het aantal onderwijsuren per week', zegt Rolf van Wegberg van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). 'Dat maakt het lastig om bij een te hoge onderwijslast bezwaar te maken.' Daarom pleit het PNN ervoor dat onderwijstaken maximaal 20 procent van de contractduur uit mogen maken. 'Daarnaast willen we dat promovendi het eerste en laatste half jaar van hun vierjarig contract volledig vrijgesteld worden van onderwijstaken.'
Maar het duurde een tijdje voordat ik begreep hoe je dat doet, tot rust komen. Niet door daar actief naar te streven. Wel door op de bank te gaan zitten en daas voor me uit te kijken. Zonder het speelgoed op de vloer op te ruimen. Door te slapen, ook overdag. En door kleurplaten in te kleuren. Traag, vakje voor vakje. Na een paar maanden kon ik weer acht uur aan het werk. Daarna ging ik ook weer lesgeven, op aanraden van mijn coach in samenwerking met een collega. Daardoor was er altijd een back-up en had ik een maatje om studentenkwesties mee te bespreken. Al kon ik inmiddels tegen studenten zeggen: “Heb je de stof al gelezen? Als je daarna nog vragen hebt, help ik je graag verder.”
Ook heb ik een paar uur ouderschapsverlof genomen. Dat geeft net genoeg lucht. Ik ben begonnen met schrijven. Stapje voor stapje. Ik verwacht niet meer dat het in één keer perfect is. Op een schrijfdriedaagse van mijn coach heb ik geleerd: eerst een structuur maken. Dan een ruwe versie schrijven. Daarna pas schaven. En realistisch zijn over je energie. In een tentamenweek niet aan je proefschrift proberen te werken. Ook niet als je een ontstoken kies hebt en antibiotica slikt. Als het Sinterklaas wordt, niet overwerken. In plaats daarvan een middag vrij nemen. Niet lunchen achter de computer. Regelmatig een wandeling maken.
Het paradoxale is dat, nu ik het rustig aan doe, mijn eerste wetenschappelijke artikel in lange tijd opeens rijp is voor publicatie. Ik heb in de afgelopen twee maanden meer geproduceerd dan de vijf jaar hiervoor. Ik denk niet meer: ik ben nu eenmaal aan die promotie begonnen en nu moet ik het afmaken. Ik denk vooral: wat doe ik toch eigenlijk een gaaf onderzoek.'
* De naam is gefingeerd op verzoek van de geïnterviewde. De gebruikte foto is afkomstig uit een beeldbank en is dus geen afbeelding van de geïnterviewde.
Promoveren zonder angst
Coach Arjenne Louter van Louter Promoveren heeft deze adviezen voor promovendi:
Creëer overzicht. Formuleer de mijlpalen die je moet bereiken, zoals de afronding van je literatuurstudie, dataverzameling, inleveren van artikelen en lezingen op conferenties. Plan van daaruit terug. Zo kom je uiteindelijk tot een realistische week- en dagplanning.
Probeer niet in één keer de perfecte versie van je proefschrift te schrijven. Bedenk eerst de algemene lijn van je verhaal en maak een structuur. Zorg dat je het over die structuur eens bent met je begeleider. Schrijf daarna een ruwe versie. Ga daarna pas schaven aan de tekst.
Neem de leiding in de gesprekken met je begeleider. Breng de wederzijdse verwachtingen in kaart en maak afspraken over het werkproces.
Zorg dat je de meeste avonden vrij bent, en het grootste deel van het weekend. Hoe frisser je hoofd, hoe sneller je werkt. En hoe meer je dus gedaan krijgt in kortere tijd.
Om gemotiveerd te blijven, moeten de basisvoorwaarden op orde zijn. Slaap voldoende, beweeg en eet gezond. Doe minstens één keer in de week iets wat je heel leuk vindt. Door goed voor jezelf te zorgen, kun je beter omgaan met de frustraties die je gegarandeerd gaat tegenkomen tijdens je promotie.
Documenteer vanaf het begin al je literatuuronderzoek. Doe dat ook met zoekopdrachten, ook als ze op niets uitlopen omdat artikelen toch niet interessant blijken. Zo voorkom je dubbel werk. Laat je scholen in het vinden van de juiste literatuur binnen jouw vakgebied door de literatuurspecialisten van jouw universiteitsbibliotheek.
Onderzoek welke vaardigheden je nodig hebt voor jouw specifieke onderzoek. Gebruik de vrije ruimte van je eigen opleiding voor het volgen van praktische cursussen, op het gebied van statistiek, interviewtechnieken en onderzoeksvaardigheden.
Op zoek naar een nieuwe baan? Upload je cv en/of zoek naar vacatures op Intermediair.nl.
