
Burn-outbullshit: ‘Burn-out is een modeverschijnsel’
De term burn-out is nog niet zo oud, dus het gaat waarschijnlijk om een modeverschijnsel dat wel weer overwaait, toch? Helaas: ‘Al honderd jaar geleden werd gezegd dat een hoge werkdruk leidde tot “zenuwziekte” en zelfs krankzinnigheid.’
Kende jij twintig jaar geleden ook bijna niemand met een burn-out en is dat aantal mensen sindsdien fors toegenomen? Dat voedt het idee dat een burn-out een modeverschijnsel is, en de daarbij horende associatie dat het dan ook op zijn minst wel een beetje om aanstelleritis moet gaan. Toch is dat niet zo.
‘De term burn-out wordt pas sinds de jaren zeventig met enige regelmaat gebruikt’, zegt Toon Taris, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd op het gebied van burn-out. ‘In die zin zou je kunnen zeggen dat het iets van de laatste veertig jaar is. Maar voor die tijd kwam wat we nu een burn-out noemen ook voor, alleen noemden ze het toen bijvoorbeeld “overspanning” of “surménage”. Al honderd jaar geleden werd gezegd dat een hoge werkdruk leidde tot “zenuwziekte” en zelfs krankzinnigheid.’
Arbeids- en organisatiepsycholoog en eigenaar van Burnout Amsterdam Klaran van ’t Vlie heeft vooral moeite met de associatie die het woord ‘modeverschijnsel’ met zich meebrengt. ‘Dat klinkt alsof het een soort keuze is of dat het ook zomaar weer overwaait. Dat is niet zo.’ De term burn-out werd in 1974 geïntroduceerd door psycholoog Herbert Freudenberger, vertelt ze. ‘Het is wel zo dat het sindsdien steeds vaker voorkomt. Ook de verzuimduur neemt volgens Arboned toe. Inmiddels zitten mensen met een burn-out gemiddeld 242 dagen ziek thuis.’
Volgens Van ’t Vlie komt dat door de manier waarop we werken en leven. ‘We staan steeds meer “aan”, zijn continu bereikbaar. Als mensen zeggen dat er vroeger ook hard gewerkt werd, vaak zelfs zes dagen per week, geef ik het voorbeeld van mensen die een schip moesten laden: zij liepen met volle zakken naar het schip, maar zonder lading terug. Dan konden ze even opladen. Dat laatste gebeurt nu bijna niet meer: we zijn continu bezig: in de auto voeren we nog even snel een gesprek, in de trein lezen we vast onze mail. Rust is zonde van de tijd, wordt nu gedacht. Zelfs koken, waar onze ouders makkelijk een half uur voor uittrokken, moet nu snel.’
FOMO
In onderzoeksresultaten van het CBS is een stijging van het aantal mensen met burn-outverschijnselen te zien, vertelt Van ’t Vlie. ‘In Nederland wordt dat sinds 1997 meegenomen in CBS-onderzoek. Toen lag het percentage werkenden (in de leeftijdsgroep 15-65 jaar) dat serieuze symptomen van burn-out vertoonde op 10 procent. In 2007 was dat 11 procent, in 2017 – de meest recente cijfers – iets minder dan 16 procent. Op basis van deze getallen zou je kunnen zeggen dat burn-outverschijnselen al langere tijd door een substantieel deel van de werkende bevolking worden gerapporteerd en dat het erop lijkt dat ze vooral het laatste decennium toenemen.’
Ook Taris noemt het ‘niet onwaarschijnlijk’ dat dat te maken heeft met ‘de manier waarop we het werk tegenwoordig organiseren’. Hij noemt ‘een steeds toenemende nadruk op efficiency, protocollering en accountability’ als voorbeelden. Protocollering houdt in dat werknemers moeten werken volgens vaststaande procedures en dus niet zelf mogen bepalen wat de beste manier is, en bij accountability moet je denken aan het idee dat je geen fouten mag maken en jezelf steeds moeten verantwoorden ten aanzien van bijvoorbeeld het publiek, zoals bij politieagenten die worden gefilmd tijdens hun werk of iemand die moet verantwoorden waarom een tbs-patiënt te veel vrijheid heeft gekregen.
Van ’t Vlie verwacht dat het aantal mensen met een burn-out niet snel zal afnemen. Sterker nog: ze ziet dat mensen op steeds jongere leeftijd burn-outklachten krijgen. ‘Bij ons bureau zien we steeds meer twintigers en ik hoor zelfs verhalen over pubers die er last van hebben. Ze zitten de hele dag op hun telefoon, moeten meer presteren. Dan hebben ze ook nog eens FOMO – fear of missing out. Zelfs kinderen mogen niet meer lummelen of zich vervelen, die hebben vaak al volle agenda’s.’
Burn-outbullshit
Er doen een hoop onwaarheden de ronde over burn-outs. In deze rubriek ontkrachten we die en vertellen we hoe het wél zit.
