
Aantal burn-outs stuk lager dan wordt gezegd
Het aantal mensen met een burn-out is een stuk lager dan vaak in de media wordt gezegd. Wel zijn mensen langer opgebrand.
Al jaren melden de media dat 17 procent van de werknemers een burn-out heeft. Ook nu weer, nu Bas van ’t Wout na enkele maanden ministerschap van Economische Zaken geveld is door een burn-out. Tegelijkertijd meldt onderzoeksbureau TNO een daling. Hoe zit het precies? En krijgen we burn-outs onder de knie, zoals eerder bij RSI gebeurde?
Intermediair vlooide onlangs de jaarlijkse NEA-arbeidsenquête onder 60.000 werknemers van TNO en CBS uit en stelde vast dat de invloed van de coronacrisis op ons werk relatief gering is en dat ook de burn-outpercentages, ondanks corona, daalden. Thuiswerken en een rustigere agenda blijken voordelige factoren.
Nadat recentelijk Pieter Omtzigt en Van ‘t Wout onderuit waren gegaan, werd in de media volop gesproken over een toenemend aantal burn-outs. De verzuchting bij het CBS: ‘Dat is niet juist.’
Appels en peren
TNO deelt die mening. In het onderzoek De impact van de COVID-19-pandemie op werknemers is een daling van burn-outklachten te zien: van 16,8 procent medio 2020 naar 15,4 procent eind 2020 en 15,2 procent in maart 2021.
‘Er is absoluut een dalende tendens’, zegt Wendela Hooftman, onderzoeker Work&Health bij TNO. Het percentage burn-outklachten lag eerst stabiel op zo’n 13 procent en begon vanaf 2015 schrikbarend te stijgen. In 2019 is een daling ingezet, die in 2020 doorzette – ondanks corona – en volgens de recente voorjaarsenquête in 2021 ook.
&w=1200&q=75)
Maar wacht even: ruim 15 procent betekent dat 1 op ruim 6 werknemers burn-outklachten heeft, terwijl het ziekteverzuim in Nederland tussen de 4 en 4,5 procent is. Zo erg kan het dan toch niet zijn? Nee, beaamt Truus van Amerongen-Leertouwer, directeur medische zaken en bedrijfsarts bij ArboNed. ‘Toen TNO een paar jaar geleden met die 17 procent kwam, is dat een heel eigen leven gaan leiden. Dat percentage is een signaal dat mensen at risk zijn, dat is niet hetzelfde als het hebben van een burn-out.’
Dus daar zit het probleem: TNO en veel andere onderzoeken brengen volgens ArboNed schattingen vanuit enquêtes. Bovendien wordt gevraagd naar ‘klachten’. Het antwoord daarop weerspiegelt hooguit een voorspelling dat een burn-out zou kunnen ontstaan, maar is geen betrouwbare indicatie voor een werkelijke burn-out. Er bestaat niet zoiets als een beetje burn-out. Net zo goed als migraineklachten geen indicatie kunnen zijn van migraine. Het zijn hoofdpijnklachten. Nog erger met depressie: niet iedereen die tijdelijk somber is, is depressief of heeft een depressie. Burn-out, depressie en migraine zijn medische diagnoses, en klachten niet.
Langer ziek
De cijfers van ArboNed zijn registraties van reële ziekmeldingen en dus betrouwbaarder dan enquêtes. Over heel 2020 is het ziekteverzuim van HumanTotalCare, waar ArboNed toe behoort, op 4,2 procent uitgekomen, waarvan het verzuim met psychische oorzaken 1,2 procent bedraagt. Van Amerongen: ‘Dit aandeel is in de afgelopen jaren geleidelijk gestegen van 1 naar 1,2 procent.’
De burn-out is 12 procent van die 1,2 procent psychische kwalen; dus 0,15 procent van het totale aantal dagen ziekteverzuim in Nederland betreft een burn-out. Dat staat in geen verhouding tot die 15 en 17 procent en duidt erop dat er geen hevige burn-outepidemie is.
Maar het sommetje is niet zo eenvoudig te maken, dus krijgen we hulp van de chef R&D van HumanTotalCare, Simon de Vries. We komen stap voor stap tot de volgende som:
HumanTotalCare heeft werkgevers met 1 miljoen werknemers onder contract;
Het rekent bij verzuim niet naar 262 werkdagen, maar 365 dagen van het jaar;
Dus die 1 miljoen werknemers hadden 365 miljoen dagen;
Ziekteverzuim van 4,2 procent betekent 15.330.000 verzuimdagen in 2020;
Burn-outverzuim van 0,15 procent komt op afgerond 550.000 dagen.
Van Amerongen: ‘Op de 1 miljoen werknemers die wij onder contract hebben, kwam dat in 2020 neer op 1.937 burn-outgevallen.’ Op zo’n 9 miljoen werkenden in Nederland zou dat op jaarlijks 17.500 gevallen komen. Ernstig, maar geen pandemie die honderdduizenden slachtoffers vergt. Echter, je wordt al tot werkende gerekend bij 12 uur werk in de week en van de arbeiders in Nederland werkt de helft parttime. Dit zou betekenen dat het totale aantal per jaar nog lager uitkomt, maar er zijn geen cijfers over het aantal burn-outs bij parttimers.
En daalt het burn-outverzuim wel gedurende de coronacrisis, zoals TNO uit de burn-outklachten opmaakt? Nauwelijks, te meer omdat HumanTotalCare juist de gemiddelde verzuimduur van een burn-out zag stijgen van 280 tot bijna 300 dagen. Dat zijn kalenderdagen, dus één geval betekent tien maanden ellende.
Vanwaar de stijging in maanden? Van Amerongen: ‘Te laat spelen werkgever en werknemer op de signalen in, waardoor de val dieper is. Met corona is dat wellicht erger geworden doordat mensen in de zorg extra belast zijn, thuiswerkers mogelijk langer onder de radar bleven en ze niet rustig konden terugkeren naar werk met de support van hun collega’s.’
Tekst gaat verder onder de banner
Ook jij kan doorgroeien naar leidinggevende
De meeste starters beginnen hun loopbaan in een uitvoerende functie. Helaas biedt niet elk bedrijf doorgroeimogelijkheden aan. Dus als jij echt verder wilt, moet je zelf kansen creëren. Volg daarom een management opleiding om je carrière een extra boost te geven.
Veelkoppig monster
De vraag is dan, gezien de vermindering van klachten en de stijging van de gemiddelde duur van het verzuim bij een burn-out: krijgen we burn-outs onder de knie, en hoe? ‘We hopen op een verdere daling’, zegt Hooftman.
Mensen gaan terug naar kantoor, er komen spanningen, ze plempen hun agenda’s vol, moeten kinderen weer van hot naar her brengen en twee of drie keer per jaar het vliegtuig in. Is die hoop gerechtvaardigd? Hooftman: ‘Een burn-out ontstaat door een combinatie van werk- en privéomstandigheden en persoonlijk karakter. De wisselwerking van die elementen en de optelsom hebben we nog niet goed in beeld.’
Uitvoerige nationale analyse
De vraag is of er niet meer big data moet komen met werkelijke gedragsmeting en het bijhouden van dagboekjes met privé, werk en persoonlijk welbevinden. TNO doet dat niet, maar kwam recentelijk wel met het rapport Oorzaken, gevolgen en risicogroepen van burn-out, geschreven op verzoek van de Tweede Kamer. Minister Van ’t Wout had waarschijnlijk geen tijd voor dat rapport; oorzaak en gevolg.
Niemand merkte het uitvoerige rapport op, maar het is iedere betrokkene aan te raden; hoewel het hondsmoeilijk blijkt om de vinger op de zere plek te leggen. Samenvattend zijn vrouwen in de leeftijdsgroep 25-34 jaar en werkers in het onderwijs en de zorg vatbaarder. De kwalijke variabelen zijn emotionele belasting in het werk, onvrede met het salaris, een slechte werk-privébalans, een gebrekkige autonomie, beeldschermstress, alsook de verzuimfrequentie. Dat laatste speelt vooral in tijden van economische neergang: angst voor baanverlies leidt tot minder ziekmeldingen en grotere kans op een burn-out.
Met zestig mensen met burn-outklachten zijn interviews gehouden. Niet enkel bleken ze (te) emotioneel verbonden met hun werk, maar vaak was speelde ‘psychiatrische problematiek’ of ten minste ‘psychische kwetsbaarheid’. Werk en persoonlijke kenmerken vormen de hoofdmoot, privéproblemen en maatschappelijk druk spelen minder. Maar altijd is sprake van een stapeling en soms is juist privé de druppel die de emmer doet overlopen: scheiden, overlijden of ernstige ziekte (mantelzorg).
&w=1200&q=75)
Praat dan over te grote druk
De noodzakelijke remedie is dan ook veelkoppig. Van Amerongen meent, logisch: ‘Als organisatie kun je gezien de dreigende hoge kosten, ook van vervanging, beter tijdig die 1.500 tot 2.000 euro in professionele begeleiding steken, zodat de medewerker snel hulp krijgt en daardoor eerder terugkeert naar werk.
RSI – ernstige klachten van nek, schouders en armen door overmatig tikken en muizen – was ook een pandemie. Van Amerongen: ‘Dat was iets waar ergonomen hun handen vol aan hadden. Maar door begeleiding, gezond gedrag achter de pc en apps is dat ingedamd. Burn-out is moeilijker.’
Corona had zowel een gunstig als naar effect. ‘Introverte mensen vonden het thuiswerken doorgaans heerlijk, terwijl extraverte mensen de contacten met collega’s hebben gemist en leden aan sociale deprivatie. Daar kwam gebrek aan vakantie en sporten bij, kleine kinderen thuis en soms ook nog mantelzorgtaken’, zegt Van Amerongen. Wat uiteindelijk het gevolg is voor de omvang van de psychische klachten is nu nog niet te zeggen.
Vol aan de bak
Nu de versoepelingen plaatsvinden wil elke organisatie weer vol aan de bak. Van Amerongen waarschuwt voor een al te enthousiaste start. Immers, hoogconjunctuur wordt voorspeld, bedrijven hebben vaak omzet in te halen en zorg, onderwijs en openbaar bestuur moeten achterstanden wegwerken met een te krappe bezetting als gevolg van de vele vacatures.
Ze adviseert organisaties en werknemers goed gaan letten op de verhouding tussen energienemers en energiegevers. Laat mensen rustig met vakantie gaan. Maar vooral: houd aandacht en vraag heel bewust naar het welbevinden. Geef de keuze om meer thuis te werken voor wie dat wil, vind samen de ideale combinatie van thuis en op kantoor. Schiet niet in de oude kramp, maar laat wijsheid prevaleren…’
