Werkgevers/
Werknemers
Een geconcentreerde vrouw met bril werkt aan haar laptop in een kantoor terwijl mensen om haar heen vervagen door beweging, passend bij het onderwerp productivity guilt.
Werk en carriere11 min lezen

Producitivity guilt: waarom je soms denkt dat je niet mág stoppen met werken

'Ik ken dat gevoel maar al te goed. Je klapt je laptop dicht, je denkt dat je klaar bent en precies dán begint het: dat interne stemmetje dat alles wat níét werken is verdacht maakt. Even niets doen voelt ineens als nalatigheid, alsof ontspanning pas mag nadat je eerst een onzichtbare hoeveelheid “genoeg” hebt geproduceerd. Dat stemmetje heeft inmiddels een echte naam: productivity guilt; een diep ingebakken overtuiging dat rust verdacht is, dat ontspanning verdiend moet worden en dat je pas mag pauzeren als je écht kapot bent.' Productiviteitsexpert Björn Deusings beschrijft de oorzaken van dit probleem, die komen doordat jij je prioriteiten op werk waarschijnlijk verkeerd legt.


Het opmerkelijke is, dat dat stemmetje zelden de stem van je leidinggevende of je collega’s is. Het is ook niet je agenda of je inbox. Het is van jou, jij hebt het geïnternaliseerd. Jij bent degene die jezelf een rotgevoel aanpraat zodra je rust neemt:

  •  “Je collega’s zijn vast nog bezig. Jij niet?”

  •  “Even opladen is slim zolang je daarna maar extra gas geeft.”

  •  “Misschien eerst nog even je inbox checken, dan kun je pas echt ontspannen.”

Productiviteit verward met zichtbaarheid

Dat schuldgevoel ontstaat niet uit het niets. Het is ook geen karakterfout of geen gebrek aan discipline. Onderzoek laat zien dat we in kenniswerk een fundamentele denkfout maken: we zijn productiviteit gaan verwarren met zichtbaarheid. Druk zijn, snel reageren en altijd ‘aan’ staan voelen productief, omdat ze zichtbaar zijn voor anderen. Denken, kiezen, focussen en soms even niets doen is dat niet.

In moderne organisaties is drukte daardoor vaak een sociaal signaal geworden, een “badge of honour”. Het laat zien dat je betrokken bent, waardevol bent, ertoe doet. En precies dát maakt rust ongemakkelijk. Zodra je namelijk niet zichtbaar bezig bent, voelt het alsof je je inzet ineens moet rechtvaardigen. 

Daarmee is productiviteit bij veel professionals ongemerkt verschoven van een vaardigheid naar een identiteit. Druk zijn is geen middel meer, maar een morele status; een volwassen versie van “kijk mam, ik ben braaf”. Alleen: je bedrijf heeft niets aan jouw braafheid. Je team ook niet. Je gezondheid al helemaal niet.

De impact van de verkeerde meetlat

Productivity guilt bewijst dan ook niet dat je ambitieus bent. Het bewijst dat je je maatstaf bent kwijtgeraakt. Dat je jezelf niet langer meet aan impact, maar aan zichtbaarheid. En als dát je meetlat is, krijg je onvermijdelijk dit soort situaties:

  • Je collega mailt tot 22.30 uur en jij voelt je ongemakkelijk als je om 18.00 uur stopt.

  • Je bent op vakantie en kijkt “toch even snel” in je inbox omdat het anders voelt alsof je het niet serieus genoeg neemt.

  • Je bent bezig met strategie, een concept, een lastige keuze. Niemand ziet het. Dus ga je maar “even iets wegwerken” om te laten zien dat je ook nog leeft.

Die “even” is dodelijk. Niet als het één keer gebeurt, maar wél als het een patroon wordt. Want buiten dat jij je constant gestrest voelt, ga je compenseren: mailbox legen, chatjes beantwoorden, overleggen “om het af te stemmen”, lijstjes bijwerken zodat je tenminste iets zichtbaars afgevinkt hebt.

En hé: dat voelt productief, maar het is vooral geruststellend, want ondertussen blijven de echte dingen liggen. Het werk dat je bedrijf vooruit duwt. Het werk waar je eigenlijk voor betaald wordt. Het werk dat niemand ziet, maar dat alles bepaalt.

Dus hoe stop je hiermee?Hoe voorkom je dat je telkens toegeeft aan dat knagende stemmetje?

Stop met zand schuiven en werk aan je keien

Zodra je niet scherp hebt wat jouw werk eigenlijk hoort op te leveren, ga je automatisch sturen op wat zichtbaar is. En zichtbaar werk voelt prettig, omdat het bevestiging geeft; je reageert, vinkt af, lost iets op. Alleen: zichtbaar werk is zelden het belangrijkste werk. Het is vaak wel het luidste werk, maar in veel gevallen is het niet meer dan opvulling.

Wanneer ik dit aan professionals die zich overvraagd en gestresst voelen uitleg, gebruik ik graag een metafoor die oorspronkelijk niet over werk ging, maar over tijd en aandacht in het leven als geheel: de Pickle Jar Theory van Jeremy Wright.

Wright gebruikte een augurkenpot om te laten zien dat je maar een beperkte hoeveelheid tijd hebt en dat keuzes onvermijdelijk zijn. In zijn oorspronkelijke uitleg stonden keien in de pot voor wat in het leven écht belangrijk is, zoals familie, goede vrienden en gezondheid. Zand representeerde minder wezenlijke zaken: kennissen, verplichtingen en ruis. De les was eenvoudig: wie zijn tijd eerst vult met zand (bijzaken), houdt geen ruimte over voor wat er werkelijk toe doet (keien).

Ik heb diezelfde logica vertaald naar werk. Niet omdat het concept verandert, maar omdat het probleem hetzelfde is. Ook in ons werk hebben we namelijk maar een beperkte pot en ook daar bepaalt de volgorde alles.

In die vertaling ziet het er zo uit:

  • De keien zijn het werk dat op lange termijn het verschil maakt. Denk aan strategie, innovatie, groei, positionering, leiderschap en lastig denkwerk. Belangrijk, maar zelden urgent. Niemand belt je omdat hij vandaag nog “strategie” nodig heeft.

  • De kiezels zijn de noodzakelijke dagelijkse en wekelijkse werkzaamheden. Operationele taken, mails, afstemming, lopende dossiers. Ze houden de boel draaiende en voelen bijna altijd dringend.

  • Het zand zijn de kleine taakjes tussendoor met minimale impact. Eindeloos checken, reageren op alles, meetings die nergens landen, het eeuwige “even snel” dit of dat.

De les blijft exact dezelfde als bij Wright. Vul je je pot eerst met zand en kiezels, dan is er geen ruimte meer voor de keien. Je dag zit vol, maar je organisatie, je team of je eigen ontwikkeling schuift geen centimeter op. Begin je met de keien, dan passen de kiezels en het zand er vanzelf omheen.

Productivity guilt ontstaat vaak precies hier. Je voelt dat je veel hebt gedaan, maar je wéét dat je het verkeerde hebt gedaan. Je hebt de hele dag bewogen, maar geen richting gekozen. Je bent zand aan het schuiven, terwijl de keien onaangeroerd blijven liggen.

En ik snap dat wel. Zand is namelijk verslavend omdat het direct beloont. Een mail beantwoorden geeft een mini-eindpunt, een taak afvinken voelt als iets bereiken, een appje terugsturen geeft het idee dat je de boel onder controle hebt.

Keien zijn anders. Keien zijn vaag. Keien vragen focus en geven pas later resultaat. En vaak moet je eerst een tijdje “niets” lijken te doen. Denken. Puzzelen. Kijken. Schrappen. Twijfelen. Daar krijg je geen complimenten voor. Daar krijg je soms zelfs commentaar op.

Praktische ingrepen voor een werkdag zonder schuldgevoel

 “Waar ben je mee bezig?” “Ik zit na te denken.” “Oh…Ah. Oké…”

Goed. Wat doe je dan wél?

Niet in theorie. Niet met vage mindset-taal. Gewoon praktisch. Wat kun je morgen anders doen zodat je ’s avonds op de bank zit zonder schuldgevoel en zonder innerlijke zeurstem?

Dit zijn ingrepen die ik in trainingen en in mijn eigen werk steeds opnieuw zie werken:

1. Definieer je rollen, niet je taken.

Als ondernemer, leidinggevende of senior professional heb je meerdere petten op. Maak die expliciet: geef ze een naam. Denk aan 2 tot 5 rollen. Bijvoorbeeld: Richtinggever, Beslisser, Coach, Bouwer, Vertegenwoordiger. Alles wat je doet moet ergens onder vallen. Past het nergens onder? Grote kans dat het ruis is.

2. Maak je keien zo concreet dat je er bijna vanzelf zin in krijgt

 “Strategie” is geen taak. “Nieuwe markt verkennen” is geen taak. Dat zijn voornemens. Daar heeft je brein helemaal geen trek in. Je kunt het ook helemaal niet letterlijk ‘doen’.  Formuleer keien daarom altijd als eerst volgende concrete acties en denk gelijk na over hoeveel tijd iets kost:

  • “Eerste opzet plan X schrijven (60 min)”

  • “3 aannames testen met data (90 min)”

  • “Beslisdocument maken voor keuze Y (120 minuten)”

3. Plan keien als afspraak met jezelf

Niet “als ik tijd heb”. Tijd heb je niet. Tijd maak je. Zet twee of drie focusblokken per week in je agenda voor keien, liefst vroeg op de dag wanneer je hoofd nog fris is.

4. Cluster kiezels, stop met ‘druppelen’

Mail, chat en kleine acties zijn prima, maar niet de hele dag door. Werk met vaste momenten: bijvoorbeeld 2 keer per dag maar je inbox checken, 1 keer per dag korte afstemming. De rest: dicht.

5. Leer “nee” zeggen met een professionele onderbouwing

Niet: “ik kan niet”.Wel: “ik kan het doen, maar dan schuift X (mijn kei) door en dat raakt deadline Y.”

En nu de vraag die je liever ontwijkt

Wat als jouw schuldgevoel niet komt doordat je te weinig doet, maar doordat je diep vanbinnen wéét dat je te vaak bezig bent met werk dat er niet toe doet? Dat is confronterend, maar ook bevrijdend. Want dan ligt de oplossing niet in nóg meer discipline, nóg betere apps, nóg strakker plannen. Dan ligt de oplossing in een andere definitie van professionaliteit.

Professionaliteit is niet: altijd bereikbaar.Professionaliteit is: het juiste werk doen, ook als dat er even uitziet als niets.

Dus de volgende keer dat je op de bank zit en dat zeurende stemmetje begint, probeer dan niet terug te vechten met nog een taak. Stel één vraag:

“Heb ik vandaag zand verplaatst, of heb ik aan een kei gewerkt?”

En als het antwoord je niet bevalt, verander dan niet je avond maar verander je agenda van morgen.


Afbeelding van de auteur

Björn Deusings

Efficiënter werken-expert

Björn Deusings is directeur van Tijdwinst.com en expert op het gebied van slimmer werken en productiviteit. Hij schrijft maandelijks over deze onderwerpen en is auteur van de boeken ‘Full focus op wat écht belangrijk is’ en de bestseller ‘Elke dag om 15:00 uur klaar’.