Werkgevers/
Werknemers
Twee grafische handen in zwart-wit stippelpatroon zijn met de pinken aan elkaar verbonden door een gele draad, rustend in een geel en groen tandwiel.
Werk en carriere6 min lezen

Mantelzorgers ondersteunen: wat helpt wel en wat niet?

1 op de 5 van de werkenden is momenteel mantelzorger. Door vergrijzing, personeelsgebrek en toenemende druk op de zorg zal dat dit de komende jaren alleen maar toenemen. Hoe voorkom je dat mantelzorgers door de dubbele belasting van werk en zorg uitvallen? En wat kan het doneren van vrije uren aan collega’s hieraan toevoegen?


Door demografische ontwikkelingen als vergrijzing zullen mensen in de nabije toekomst steeds vaker te maken krijgen met de combinatie van werk en mantelzorg, voorspelt een rapport van het RIVM. Deze dubbele belasting kan heel lastig zijn, blijkt uit recent onderzoek van Alzheimer Nederland in samenwerking met MantelzorgNL en Stichting Werk&Mantelzorg. 14% van de mantelzorgers valt uit of stopt helemaal met werken. In 4 op de 10 de gevallen was dit met de juiste ondersteuning te voorkomen geweest. Maar de vraag is: wat ís dan de juist ondersteuning?

Collega’s schenken vrij uren

Onlangs maakte pensioenuitvoerder PGGM bekend met een CAO-regeling te gaan werken waarbij werknemers hun bovenwettelijke verlofuren vrijwillig kunnen schenken aan collega’s met een mantelzorgtaak. Het PGGM verdubbelt dit. Eerder hebben de Gemeente Amsterdam en verzekeringsmaatschappij VGZ een vergelijkbaar initiatief ingevoerd. In Gemeente Amsterdam bleek dat welgeteld 170 vrije dagen op te leveren, te verdelen onder 43 mantelzorgers. Dat is, per individuele mantelzorger, niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat. 

Werkgever aan zet

Volgens Alice de Boer, senior onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), speelt de werkgever een belangrijke rol in het ondersteunen van mantelzorgers. ‘Het is hartstikke mooi als collega’s solidair zijn. Maar daarmee vertroebel je ook de zaak. Het is de verantwoordelijkheid van werkgevers om met hun mantelzorgende werknemers in gesprek te gaan.’

Veel werkgevers staan daar ook welwillend tegenover, voegt collega-onderzoeker Marjolein Broese Van Groenou, hoogleraar Informele zorg aan de VU, hieraan toe. ‘Het probleem is wel: het ontbreekt werkgevers aan de juiste kennis over hóe ze hun medewerkers met een mantelzorgtaak het beste kunnen helpen.’ 

Zo kunnen werkgevers werknemers met een mantelzorgtaak extra vrije tijd toekennen. Al is dit volgens de onderzoekers in sommige sectoren lastig te realiseren. Zoals de dienstensector, het onderwijs en de industrie, waarin het werk op locatie en in roosters doorgaat. 

Lichte versus zware zorg

De Boer voegt daaraan toe: ‘Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen lichte en zware gevallen. Driekwart van de mantelzorgers kunnen hun zorgtaken redelijk tot goed combineren met een betaalde baan. Denk aan een persoon met een vader of moeder met een lichte vorm van dementie, waar je 1 keer per week langsgaat om even polshoogte te nemen.’

Heel anders is het wanneer een werknemer langdurige en intensieve zorg biedt. Dat kan bijvoorbeeld een ouder met GGZ-problematiek zijn of een kind met een beperking. De Boer: ‘Des te belangrijker in zo’n geval is het dat de leidinggevende en werknemer met elkaar bespreken wat er nodig is. Gaat het om een kortdurend of langdurend verlof? Soms kan vaker thuiswerken, wat sinds corona ook gangbaar is, al een oplossing bieden. Of moet er meer ondersteuning in de zorg worden geregeld.’

Organisatie van de zorg 

Het probleem volgens de onderzoekers is vooral: mensen weten niet waar ze terecht kunnen als ze bepaalde hulp nodig hebben. Omdat de organisatie van de zorg zo ingewikkeld is, zien werkgevers zich op hun beurt genoodzaakt extra expertise in te huren om hun werknemers te helpen de zorg beter te organiseren.

‘Dat kunnen bijvoorbeeld mantelzorgmakelaars zijn’, vertelt De Boer, ‘die door sommige gemeenten beschikbaar worden gesteld in het kader van Wmo (Wet maatschappeljke ondersteuning, red). Zo’n mantelzorgmakelaar kent de weg in het lokale zorglandschap, en zorgt ervoor dat alle soorten ondersteuning aan elkaar worden gekoppeld. Soms wordt deze hulp vergoed door de zorgverzekeraar.’

Integrale visie

‘De werkgever kan daar een bemiddelende rol in vervullen’, voegt Broese Van Groenou eraan toe.  ‘Maar het is belangrijk om de verantwoordelijkheid van de ondersteuning van mantelzorgers niet alleen bij de werkgever neer te leggen.’

Om mantelzorg beter te stroomlijnen is wat de onderzoekers betreft een centrale rol voor de overheid weggelegd. Zo bestaan er volgens Broese Van Groenou al allerlei – vaak particuliere – initiatieven, van zorgcoaches tot zorgvilla’s, zorg au-pairs en particuliere zorgverleners, om mantelzorgers te ontlasten. 

‘Deze zorg is momenteel verkrijgbaar via een PGB en/of uit eigen middelen. Maar het ontbreekt daarbij aan integrale visie. Zo is het nu niet altijd duidelijk over wat er van mantelzorgers en hun hulpbehoevenden wordt verwacht, maar ook welke vorm van hulp publiek wordt gefinancierd en welke niet.’ 

Betere ondersteuning van mantelzorgers is hoe dan ook hard nodig. ‘Zo’n intensieve zorg doet een groot beroep op je’, zegt de Boer. ‘Het kan je uitputten. Niet alleen fysiek maar ook emotioneel.’

Hoewel de meeste mantelzorgers van middelbare leeftijd zijn, ziet De Boer in de praktijk ook tieners en twintigers die voor een ouder, broertje of zusje met een GGZ-achtergrond of beperking zorgen. Met alle risico van dien op uitval op school of op het werk.. Maar, voegt de Boer eraan toe: ‘Vroeg of laat kan iedereen te maken krijgen met mantelzorg. Dat kan een partner zijn die ziek wordt, maar ook een vader of moeder op leeftijd bij wie de gezondheid verslechtert.’


Afbeelding van de auteur

Erzsó Alföldy