:focal(411x150:511x250)&w=3840&q=75)
Zo moeder zo dochter? Zo groot is de invloed van een werkende moeder op jouw werkende leven
Toen Anne van Putten (48) opgroeide, waren huismoeders nog heel normaal. Anno 2026 weten haar dochters niet beter dan dat zij een eigen carrière heeft, en dat zij en haar man de zorgtaken delen. Welke invloed heeft de opvoeding op de loopbaan van vrouwen?
Dochters van werkende moeders maken een grotere kans op een succesvolle carrière dan dochters met een huismoeder, zo liet onderzoek van Harvard Business School enkele jaren geleden zien. Anne van Putten, tegenwoordig projectleider bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, promoveerde eerder, in 2009, op een vergelijkbaar onderwerp. Zij onderzocht de invloed van de opvoeding van ouders op de arbeidsdeelname van hun kinderen, met een focus op de invloed van moeders op dochters.
Promotieonderzoek: voorbeeldfunctie moeders voor dochters
Toen ze destijds haar promotieonderzoek opstartte, was het plaatje van mannen die kostwinner waren en vrouwen die voor huis en haard zorgden, inmiddels wel veranderd, vertelt Van Putten. ‘Het aandeel werkende vrouwen met kinderen was in de decennia daarvoor, onder meer door de invoering van deeltijdwerk, fors toegenomen. Maar vrouwen werkten nog steeds minder uren en onder het niveau van mannen. Dat verbaasde me, zeker aangezien meisjes wat onderwijs betreft toen al beter scoorden dan jongens. Ik vroeg me af: hoe kan het dan zijn dat dit zich niet vertaalt in hun latere werk én salaris?’
Eerder was al bekend dat de arbeidsdeelname van vrouwen primair te maken had met niet alleen het opleidingsniveau van de vrouwen zelf maar ook dat van hun ouders. Uit Van Puttens onderzoek kwam naar voren dat het voorbeeld dat meisjes van hun moeder hadden meegekregen ten aanzien van werk ook bepalend was voor hoeveel uur ze vervolgens werkten. Daarnaast bleek daaruit dat mannen op hun beurt een groter aandeel in huishouden en zorgtaken hadden, naarmate ze in hun kindertijd dit voorbeeld van hun vader hadden meegekregen.
Werkende moeders
Hoewel ze al jaren niet meer werkzaam is als onderzoeker, heeft Van Putten naar eigen zeggen ‘nog steeds een passie voor het onderwerp arbeidsdeelname en generatieoverdracht in relatie tot gender’. Dit heeft ook met haar eigen jeugd en opvoeding te maken.
‘Ik ben in 1979 geboren. In die tijd was het heel normaal als moeders niet werkten. Terugkijkend was het wel bijzonder dat mijn moeder hooggeschoold werk deed als docent-onderzoeker aan de universiteit. Ze werkte zo’n drie en halve dag in de week, net als mijn vader, die ook onderzoeker was. En met wie ze de zorgtaken gelijk deelde.’
Ook dat laatste was nog best bijzonder voor die tijd, weet Van Putten zich te herinneren. ‘Mijn vader deed van alles met mij. Hij hielp mee op school, maar draaide ook volop mee in het huishouden. Hij is pas fulltime gaan werken toen ik naar de middelbare school ging.’
Zorgtaken delen
‘Als je mijn generatie hoogopgeleiden met die van mijn ouders vergelijkt, heeft er zeker een verschuiving plaatsgevonden’, zegt Van Putten. ‘Voor vrouwen is werken ondertussen eerder de norm. Ook is het meer normaal dat mannen een serieus aandeel in de zorg voor kinderen hebben. Zo zag je vroeger bijna nooit vaders achter een kinderwagen lopen, terwijl dat nu niet eens meer opvalt.’
Al is er volgens de statistieken in de praktijk nog steeds een scheve verdeling tussen mannen en vrouwen in Nederland te bespeuren en is de emancipatie wat Van Putten betreft nog lang niet voltooid, zij ziet om haar heen steeds meer stellen die werk en zorgtaken evenredig delen. Zo doen zij en haar man alles zo’n beetje fifty-fity.
‘Ik werk meestal drie van de vier dagen op kantoor. Als ik ’s middags nog afspraken heb, ben ik pas tegen etenstijd thuis. Onze dochters zijn respectievelijk 11 en 13. Omdat mijn man zelfstandig ondernemer is - hij heeft een eigen architectenbureau - is hij meer baas over zijn tijd. Daardoor kan hij zijn werk over vijf dagen verspreiden. Zodoende kan hij ‘s middag vaak eerder weg van zijn werk om onze jongste dochter van school te halen. Of zorgt hij dat hij er is als zij thuiskomt, en werkt hij daarna weer verder.’
Hoewel ze niet alles exact gelijk verdelen, het belangrijkste is volgens Van Putten: ‘We voelen ons allebei verantwoordelijk voor het huishouden. En voor de kids. Dat betekent allerlei dingen regelen, sociale activiteiten op school bijwonen, boodschappen doen, koken, de was en de tuin bijhouden, en noem maar op.’
Haar dochters weten niet beter Van Putten een baan heeft. ‘Ik vertel ze dan ook regelmatig over wat ik in mijn dagelijkse werk doe. Wat zij later zelf willen worden? Ze zijn nog heel jong. Dat kan dus nog alle kanten op.’
(Geen) schuldgevoel (maar fijne afwisseling tussen werk en gezin)
Hoe normaal het voor Van Putten ook is dat ze een eigen carrière heeft, voor haar moeder gaf dat nog een dubbel gevoel. ‘Als zij aan het werk was, voelde zij zich schuldig. Naar mij, omdat ze niet altijd thuis was na schooltijd. En als ze thuis was, had ze het gevoel dat ze tekortschoot naar haar werk toe. Omdat ze als universitair docent in deeltijd werkte, kon ze namelijk minder colleges geven en publiceren dan haar - doorgaans mannelijke - collega’s.’
Tegelijkertijd genoot haar moeder ook echt van haar werk en was ze trots op wat ze deed, vertelt Van Putten. En, wat voor haar als opgroeiend meisje minstens zo belangrijk is geweest: ‘Mijn moeder droeg uit dat het belangrijk was om als vrouw je eigen inkomen te verdienen, en om je eigen beslissingen te kunnen nemen.’
Een generatie (of twee) verder is de combinatie van werk en gezin is voor Van Putten en haar generatiegenoten ‘het nieuwe normaal’.
‘Na de geboorte van de kinderen bleek ik mijn werk een hele fijne afwisseling te vinden met het gezinsleven. Ik ben heel graag bij mijn kinderen, maar het is ook heerlijk om je vaardigheden professioneel in te zetten. Of, zoals een collega, die net een kind had gekregen, laatst tegen me zei: “Wat is het toch heerlijk om even ongestoord een kop koffie te kunnen drinken!”’
(Dit artikel is op persoonlijke titel en geeft niet de zienswijze van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid weer.)
Deze eerdere artikelen vind je ongetwijfeld ook interessant:
Renée Lamboo (41) begon haar side hustle ‘voor erbij’, maar het groeide uit tot haar fulltimebaan
Contract loopt af terwijl je ziek bent? Dit gebeurt er met je inkomen
:focal(803x1135:804x1136)&w=256&q=75)